Frank Zappa (21 december 1940 – 4 december 1993) is zonder meer de meest bijzondere muzikant, componist, kunstenaar van de twintigste eeuw. Autodidact, begonnen als drummer, later gitarist en dirigent/bandleider, haalde hij zijn inspiratie uit rhythm and blues, toonkunst, klassieke muziek en doo wop.

In mijn concerten in het Patronaat probeer ik objectief te blijven over de artiesten in kwestie, maar bij Frank Zappa is dat onmogelijk. Je vindt hem ofwel geweldig, ofwel verschrikkelijk. Zappahaters komen meestal met de meest belachelijke argumenten waarom hij niet ‘goed’ was: “Toen Zappa stierf stierf meteen zijn grootste fan.” Dat heb ik nog nooit over een andere artiest gehoord (Duane Allman, Jimi Hendrix, Jim Morrison, Kurt Cobain, Prince, Amy Winehouse, Michael Jackson?), maar zal waarschijnlijk wel gelden voor Kanye West. Ik ken genoeg Zappafans (zowel muzikanten als luisteraars) die volkomen idolaat van hem zijn, dus dat argument raakt kant noch wal. Sommigen kunnen niet naar hem luisteren omdat ze zijn humor niet waarderen. Daar kan ik nog in komen, humor is natuurlijk erg persoonlijk.

Autodidact en misfit

Zijn vader werkte voor het leger, waardoor het gezin waarin hij opgroeide regelmatig verhuisde. Dit en zijn hoge intelligentie zal er toe hebben bijgedragen dat hij altijd een misfit is geweest, wat hem de mogelijkheid gaf zijn energie in muziek te steken. Hij leerde zichzelf noten lezen en schrijven en componeerde zijn eerste klassieke muziek terwijl hij nog op school zat. Als drummer in rhythm and bluesbandjes was hij het al snel zat om te drummen voor gitaristen die overduidelijk minder talent bezaten dan hij, waardoor hij al snel besloot om zelf de gitaar ter hand te nemen. Uit tijdschriften hoorde hij over de plaat Ionisation van Edgar Varèse die als voorbeeld werd gegeven van hoe marketeer Sam Goody alles aan de man kon brengen. De negatieve manier waarop de plaat werd omschreven deed Zappa meteen denken dat ‘dit precies was waar hij naar op zoek was.’ Toen hij de plaat eenmaal bemachtigde was hij diep onder de indruk. Voor iets vergelijkbaars: als je 16 minuten de tijd hebt, kijk dan even naar Zappa’s debuut in een tv-show uit 1963, het is vrij hilarisch.

The Mothers of Invention

We’re Only in it for the Money

Drie jaar later was Frank Zappa ondertussen bandleider van een band die zich later The Mothers of Invention noemde. Zappa wilde eigen materiaal spelen, maar veel bar- en clubeigenaren in die tijd wilden alleen coverbands inhuren omdat het publiek niet zou dansen op muziek dat het niet kende en zodoende niet genoeg drank consumeerde. Ze wilden zich eigenlijk The mothers noemen, waarvan iedereen in die tijd onmiddellijk begreep dat het een afkorting van ‘motherfuckers’ was, wat wilde zeggen dat ze ‘extreem goed’ konden spelen. Persoonlijk kan ik niet naar die eerste platen luisteren, de productiekwaliteit laat mijns inziens te veel te wensen over en de zonder meer goede composities die er op staan worden te veel afgewisseld met allerlei meligheid. Zijn bandleden in die tijd dachten dat hij een grapje maakte toen hij zei dat hij van doo wop hield, ze snapten niet hoe hij zulke simpele muziek kon rijmen met de gecompliceerde composities die ze verder moesten spelen. Zo hebben de Mothers ook een LP onder de naam ‘Ruben and the Jets’ uitgebracht die alleen doo wop bevat.

Veeleisende bandleider

Zappa was een zeer veeleisende bandleider: er werd hele dagen gerepeteerd en als de band moe naar huis ging bleef Frank nog uren doorgaan met het componeren van muziek die de band de volgende morgen voor de voeten kreeg geworpen. Na enkele jaren vond hij dat de band niet hard genoeg werkte en hief hij de Mothers of Invention op. Zijn eerste ‘soloplaat’ Hot Rats (1969) wordt wel beschouwd als de eerste jazz-fusionplaat. Begin jaren ’70 begon Frank weer met een nieuwe band die hij opnieuw The Mothers of Invention noemde. Hoewel niet precies wat later een genre werd dat jazzrock heette, bevat deze muziek alle elementen van jazz en rock, maar dan op Zappa’s manier. De muzikanten moesten het materiaal door en door kennen, maar ook op elk moment klaar staan om te kunnen improviseren of improvisaties van de twee, hele rare, frontmannen Flo en Eddie te kunnen opvangen. Een ander aspect dat Zappa’s genialiteit illustreert is dat vrijwel alle muzikanten die bij hem gespeeld hebben en daarna een ‘eigen’ carrière zijn begonnen zich kenmerken door vergaande middelmatigheid. Eigenlijk de enigen die het daarna gemaakt hebben zijn George Duke, Terry Bozzio en Steve Vai.

Veelzijdig artiest en activist

De rest van de jaren ‘70 en ’80 heeft Zappa een bigband gehad (The Grand Wazoo), rockbands met wisselende samenstelling, een rockopera geschreven over een totalitaire staat waar muziek verboden was wegens zijn verderfelijke invloed (Joe’s Garage), een (parodie op een) broadwaymusical (The Thingfish) en uiteraard om de paar jaar de hele wereld rondgetoerd met sublieme bands. Vooral zijn Halloweenoptredens (veelal gepland in New York) zijn legendarisch, hij probeerde dan in twee dagen vier sets te spelen, die vaak totaal verschillend waren. In de jaren ’80, toen in Amerika stemmen opkwamen om stickers op platenhoezen te plakken om ouders te waarschuwen voor teksten bij de muziek (hé, dat klinkt verrassend veel als Joe’s Garage) kwam Zappa naar Washington DC om voor een Senaatscommissie te protesteren tegen deze vorm van censuur. Waar was Prince, die veel harder door die maatregel getroffen werd? Op het einde van zijn leven, toen hij al leed aan de prostaatkanker die later zijn dood werd, heeft hij nog muziek voor (moderne) klassieke orkesten geschreven en uitgevoerd (The Yellow Shark).

Een volkomen absurde film met VPRO filmmaker Roelof Kiers die toevallig op bezoek was in een bijrol


Vrijdag 17 januari speelde in het Patronaat 2000 motels (een verwijzing naar de film 200 Motels uit 1971) met een optreden dat werk bevat uit het hele oeuvre van Frank Zappa. Ondanks dat de muziek van Zappa vaak als ‘moeilijk’ wordt beschouwd (zeker om uit te voeren) ligt het best gemakkelijk in het gehoor, het zijn echt niet allemaal gitaarsolo’s van 10 minuten. “I’m basically a three chord man,” heeft hij wel eens gezegd. Als het je bevalt: Franks oudste zoon Dweezil (1969) voert al een kleine 15 jaar het werk van zijn vader uit en is net langs geweest met een integrale uitvoering van Hot Rats plus nog ruim anderhalf uur repertoire. De nummers van You Are What You Is (1981) swingden letterlijk de pan uit. Over een of twee jaar doet hij vast weer een aantal Nederlandse podia aan met nieuw werk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here