Den automobiel parkeren op de Grote Markt of de autobus pakken in de Grote Houtstraat, dat behoorde in den jaren ’50 tot dagelijks kost. Sedert 1 juli is een groter deel van het Haerlemse centrum autoluw. Wanneer werden de eerste promenadegebieden ingevoerd en waar mocht je eertijds wel met de auto tuffen?

autoluw

Vóór de invoering van de eerste voetgangersgebieden zag de Haerlemse binnenstad er heel anders uit. Wie foto’s van de Grote Markt in de jaren ’50 aanschouwt, ziet een rotonde met auto’s, een zebrapad, een parkeerplaats en een bushalte. De Grote Houtstraat was een drukke verkeersroute. Er waren er in de jaren ’50 en ’60 schier geen automobielen in vergelijking met heden ten dagen. Maar indertijd werd spoedig duidelijk dat het historische centrum van Haerlem niet gebouwd was voor het moderne verkeer.

autoluw

Krioelende mierenhoop

Onbetwistbaar liep op zaterdagmiddag het Haerlemse centrum vol. Op 12 oktober 1960 jongstleden stond een groot artikel in het Haarlems Dagblad met als kop ‘Maak van Grote Houtstraat een veilige winkelstraat’. Het artikel beschrijft hoe de straat lijkt op “één grote, zwierige mierenhoop. “Men duwt elkaar van het trottoir af, omdat er geen plaats meer is. Maar naast die trottoirs ligt de rijweg. En op die weg rijden auto’s, bussen, scooters, motoren, bromfietsen en gewone fietsen.”

Kortom: winkelen in rustieke sferen is er niet mr bij. De oplossing hiervoor is simpel, schrijft de Haerlemse courant. Sluit op drukke zaterdagmiddagen de Grote Houtstraat voor het verkeer af.

autoluw

Huiverig

De discussie over het afsluiten van straten op de drukke zaterdagmiddag is op dat moment niet nieuw. In verschillende andere steden, zoals Den Haag en Amsterdam, heeft de gemeente al voor afsluiting gekozen. Toch is men in Haerlem huiverig. Want: het is moeilijk vooraf in te schatten wat het effect van zo’n afsluiting zal zijn. En waar een deel van de winkeliers zo’n afsluiting wel ziet zitten, is bijvoorbeeld de directeur van busmaatschappij N.Z.H. fel tegenstander.

autoluw
Bushalte op de plek waar de Grote Houtstraat en Gierstraat bij elkaar komen, 1966. Foto: Noord-Hollands Archief

Eerste stap

Toch besluit de gemeente ervoor te gaan. Eerst met een proef en later definitief. Daarmee is de eerste stap gezet naar een autoluw centrum. Want een paar jaar later blijkt de afsluiting van de straat tijdens ‘piekuren’ niet meer genoeg. Zo schrijft het college in 1966 aan de raad: “De uitbreiding van het wagenpark in den lande heeft in de laatste jaren een vlucht genomen, waarvan de omvang de verwachting verre heeft overtroffen. Verkeersopstoppingen en verkeersonveiligheid nemen hand over hand toe.”

autoluw
Parkeerplaats op de Grote Markt in 1960. Foto: Noord-Hollands Archief

Grote Markt, autoluw

Ook geluidshinder en overlast van uitlaatgassen worden genoemd als redenen om snel in actie te komen. Als eerste besluit de gemeente daarom de Grote Markt ‘het domein van voetgangers te maken’. Het asfalt op het plein maakt plaats voor sierbestrating, met daarin ook de bekende windroos voor het stadhuis. Het standbeeld van Laurens Janszoon Coster krijgt een nieuwe plek. En de weekmarkt gaat van de Gedempte Oude Gracht naar de Grote Markt. Op 5 november 1966 wordt het plein feestelijk heropend.

autoluw
Reorganisatie van de Grote Markt. De verplaatsing van het standbeeld van Laurens Janszoon Coster in september 1966. Foto: Noord-Hollands Archief

Wandel- en winkeldomein

Het blijft niet bij de Grote Markt. In de jaren ’70 zijn ook andere straten in het centrum aan de beurt om tot wandel- en winkeldomein te worden omgetoverd. Te beginnen bij de Barteljorisstraat en het deel van de Grote Houtstraat tussen de Grote Markt en Verwulft. Daarna ook het tweede deel van de Grote Houtstraat en de Gierstraat. In 1976 is de operatie klaar.

Het doel? De stad moet weer leefruimte en ontmoetingsplaats voor mensen worden. Want: ‘de auto dient de samenleving, maar bedreigt deze eveneens’, zoals een ambtelijke werkgroep in 1972 schrijft. Met het invoeren van het voetgangersgebied gaat de bereikbaarheid van de binnenstad wel wat achteruit, schrijven ambtenaren. Maar het centrum wordt er aantrekkelijker door en dat is minstens zo belangrijk. Want als bezoekers ‘elementaire zaken als rust en schone lucht’ missen, willen ze niet eens komen.

autoluw
Geparkeerde auto’s in de Barteljorisstraat in januari 1974. Foto: Jos Fielmich / Noord-Hollands Archief

Nieuwe uitbreiding

Inmiddels weten veel Haerlemmers niet beter dan dat een deel van het centrum voetgangersgebied is. Per 1 juli van dit jaar zijn hier extra straten bij gekomen. De redenen hiervoor zijn grotendeels hetzelfde als in de vorige eeuw. Minder auto’s betekent meer ruimte voor voetgangers en winkelend publiek. En niet te vergeten: schonere lucht.

Net als in de jaren ’60 en ’70 zal die verandering ook nu even wennen zijn.

autoluw
Grote Houtstraat

Meer Haerlems Bodem. Check hier het eerste Haarlems Virtual Reality café in Nederland. En voor meer informatie over het autoluwe centum kun je terecht op de website van de gemeente.

Tekst: Heleen Geilenkirchen (bewerking Haerlems Bodem) / Gemeente Haarlem  | Bronnen: archief Haarlems Dagblad en archief Gemeente Haarlem, allebei in beheer bij het Noord-Hollands Archief.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here