Iedereen heeft wel één ding wat een ander interesseert, toch? En des te beter je iemand kent, des te meer begrip je kan tonen voor de ander. Vandaar de reeks: ‘Bekend maakt bemind’. Een reeks met Haarlemmers die je wellicht (nog) niet zo goed kent. Maak deze keer kennis met: Lodewijk Wiener.

Op een broeierige donderdagavond, met uitzicht op de molen Adriaan zitten wij op het balkon van Lodewijk Wiener(73), een man die docent is geweest op het Stedelijk Gymnasium, die verschillende boeken heeft geschreven en zelfs benoemd is tot Ridder in de Orde van de Oranje Nassau.
Lodewijk was benieuwd waar het interview over zou gaan. Nou, gewoon over jou dus. We willen jou leren kennen, we willen weten wie je bent, hoe je zo bent geworden, wat je binding is met Haarlem en ja, toch ook wel hoe je aan de benoeming tot Ridder bent gekomen.

Ik voel me echt een Haarlemmer

Lodewijk is op 16 februari 1945 geboren in Amsterdam, op zijn tweede verhuisden zijn ouders naar Zandvoort en hun twee zoontjes verhuisden uiteraard mee. Lodewijk herinnert zich Zandvoort als een hele fijne plek om op te groeien, de kar van de groenteman werd voortgetrokken door een paard en de kinderen voetbalden op straat. Nu vermijd Lodewijk Zandvoort, het is er druk en toeristisch. Hij komt in Haarlem terecht en heeft op vijf verschillende adressen gewoond en heeft nu echt zijn plekje wel gevonden, zo met uitzicht op de Adriaan. Ook is hij betrokken en erg blij met de toekomstige bestemming van De Koepel, hij vindt het mooi hoe ze aan zo’n ‘eng gebouw’ een mooie bestemming kunnen geven en het centrum van Haarlem over het Spaarne trekken.
Haarlem is een prachtstad. Ik voel me er veilig, het is er open en al die terrasjes op de Grote Markt vind ik fijn. En aan cultuur geen gebrek: het Teylers, het Frans Hals, de Philharmonie, de Toneelschuur de Schouwburg. Ik heb Haarlem zelfs meegemaakt toen de Grote Markt niet verkeersvrij was. Dit is toch echt veel gezelliger, ik vind het hier prima.”

30 jaar docent

Impulsief solliciteerde Lodewijk op een vacature bij het Stedelijk Gymnasium, eigenlijk was de vacature al gesloten, maar toch kreeg hij nog de kans een sollicitatiebrief te schrijven en die kans heeft hij met beide handen aangepakt. Twee weken later stond Lodewijk voor de klas en heeft hij 30 jaar lang met plezier Engels gegeven aan de studenten op het Stedelijk.
Als we hem vragen waarom hij leraar is geworden gaan we jaren terug in de tijd. Terug naar de tijd waarin Lodewijk zelf nog op school zat, op het Lorentz Lyceum in Haarlem. In die tijd, een repressieve onderwijskazerne, aldus Lodewijk. “Leerlingen werden uitgescholden en gekleineerd en niemand durfde er tegenin te gaan. Tijdens mijn eindexamen, toen een surveillerende leraar mij bewust stoorde door demonstratief in mijn werk te gaan lezen was ik het zat en ben ik opgestaan en weggelopen. Hier ga ik nog een mooie novelle over schrijven aankomend jaar, met hen reken ik nog wel af.”
Als hij terugkijkt, is dat moment van grote invloed geweest op de keuze om te gaan voor het leraarschap, om het anders te doen dan de leraren die hij vroeger heeft gehad.
Hij heeft een opleiding tot docent Engels gedaan en heeft sindsdien voor de klas gedaan, eerst in Amsterdam en later in Haarlem. “Het blijft toch een gok of het leraarschap wel voor je is weggelegd. Je opereert toch alleen als de deur van het lokaal dichtgaat. Opeens sta je daar met je krijtje in je handen. Wat er dan moet gebeuren leer je niet op de opleiding, stages heb ik niet gehad. Gelukkig lag het me wel.”
Wat Lodewijk leuk vindt om te melden is dat ongeveer acht van zijn voormalig studenten van het Stedelijk ook schrijver zijn geworden. Dit zijn onder andere; Merijn de Boer, Jessica Durlacher en Willem Melchior

Lodewijk WienerDe kunst van het schrijven

Lodewijk wist al heel lang dat hij schrijver wilde zijn, maar durfde niet alles opzij te zetten en geen vast inkomen te hebben. Als er een rekening binnenkomt, wil ik die direct kunnen betalen, zegt Lodewijk. Zo ben ik gewoon. Natuurlijk was het een droom om fulltime schrijver te zijn vertelt hij, maar zijn productie is niet hoog, hij schrijft hooguit elke twee á drie jaar een boek en de verkoopcijfers zijn niet schreeuwend hoog. Zijn lezers kopen bewust zijn boeken, niet omdat het een hype is.

Voor zijn boek ‘Nestor’ heeft hij de F.Bordewijk-prijs gewonnen. Een prijs waar hij echt trots op is. Nog trotser eigenlijk dan op het lintje van het Koninklijk huis. De F. Bordewijk-prijs betekent echt iets in de literaire wereld.
In zijn boeken blijft hij dicht bij zichzelf. Zijn verhalen zijn geïnspireerd op zijn eigen leven. Lodewijk: “Ik heb weinig fantasie, het gaat over dingen die gebeuren in mijn leven. Het worden herinneringen, het gaat werken en daar maak ik een verhaal van. Als mijn ziel ergens nog wit is, dan is het in de literatuur. Ik heb nooit dingen in mijn voordeel verdraaid, wel mooi gevormd.”
Lodewijk presenteert zijn boeken altijd bij boekhandel Athenaeum op de Gedempte Oude Gracht. Tegenwoordig gaat hij veel om met een drukkersgroep. In de Korte Margarethastraat in Haarlem zit een klein drukkerijtje, genaamd ‘De Hof van Jan’. Hij is daar benoemd tot stadsschrijver en schrijft verschillende verhalen die bibliofiel uitkomen in kleine oplages die je via de webshop kunt kopen.

Lodewijk WienerLodewijk moet lachen als hij terugkijkt naar hoe hij begon. Toen ik 23 was had ik een zinnetje voor mezelf bedacht: ‘Zal ik de Nobelprijs weigeren?’ Nu ik 73 ben, kijk ik terug en denk ik ‘het is goed’. Het had niet meer moeten zijn. Ik ben altijd een beetje op de achtergrond gebleven, toen ik de F.Bordewijk-prijs won ging het steeds een beetje beter, kreeg ik wat meer status en nu is mijn carrière afgerond. Ik wilde een literair monument van mijn leven maken, ik wilde niet anoniem passeren en dat is gelukt, aldus Lodewijk.

Fotografie: Rob Ouwerkerk

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here