“Wat doen we met die plant?” vraagt Abke Haring. Imke Smit kamt ondertussen haar pruik en regisseur Olivier Diepenhorst bladert door de tekst. “We pakken hem op op bij scene vijftien,” roept hij na een tijdje. De Koning scharrelt kwetsbaar over de planken, zijn Koninginnen staan klaar. 

Imke Smit en Krisjan Schellingerhout als Koninginnen.
V.l.n.r. Jip van den Dool, Abke Haring, Krisjan Schellingerhout en Imke Smit.

Parallel met ‘echte’ leven

De Koning Sterft (Le Roi se meurt) uit 1962 is een absurdistische theaterklassieker van Ionesco. De Frans Roemeense (toneel)schrijver wordt gezien als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van absurdistisch toneel. Naar aanleiding van zijn eigen ziekte schreef Ionesco dit stuk. Deze parellel is ook terug te vinden in de nutteloosheid van het bestaan dat in De Koning sterft op Ionescoiaanse-wijze op de hak wordt genomen.

Olivier Diepenhorst

Terug naar de vloer, of beter: eerst lunchen aan een gezellige tafel. Tussen twee slokken door legt regisseur Olivier uit dat hij iets van zichzelf in dit stuk verwerkt. Olivier: “Het toneelstuk komt uit 1962 toen was er nog geen klimaatproblematiek. Met deze editie van De Koning Sterft wil ik een link leggen tussen onomkeerbare klimaatproblematiek en een sterfende koning. De kern van het stuk blijft zoals het hoort, met absurdisme van het normale leven en bijvoorbeeld de vraag waarom er ‘iets’ is in plaats van ‘niets’, maar ik geef er ook een eigen interpretatie aan.”

Olivier Diepenhorst en Abke Haring
Jip van den Dool

Repeteren

Met volle buik keren de spelers terug naar de repetitieruimte. Krisjan Schellingerhout trekt zijn jurk aan, hij speelt Marguerite één van de twee Koninginnen. “We pakken hem op bij scene vijftien,” roept Olivier die op een stoel zit met het script in de hand. De geluidsman start muziek en de Koning, gespeeld door Abke Haring, kruipt verdwaasd, haast verloren rond. Olivier kijkt aandachtig en legt na een tijdje het spel stil om aanwijzingen te geven over het moment van weglopen van één van de Koninginnen. Het spel wordt hervat. De koning is opgestaan en tuurt desolaat de ruimte in: “Zeg wat doet jouw vrouw eigenlijk?” De wachter die niet doorheeft dat de vraag voor hem bedoeld is, wacht lang met antwoorden dat een komisch effect heeft. Olivier roept dat hij het lange wachten een goed idee vindt. Er volgt een dialoog tussen de Koning en wachter. Opvallend hierin is het verschil in perspectief dat (ook) een komische uitwerking heeft: de wachter klaagt over dagelijkse beslommeringen, iets waar de sterfende Koning alleen om kan lachen.

Jip en Abke die wacht op antwoord…

(…)
Wachter: “Sinds ik geen huishoudster meer heb, doe ik de was. Ik heb pijn aan mijn handen. Ik heb kloven in mijn huid.”
Koning verrukt: “Pijn. Huid. Je voelt!”
Wachter: “Ik leeg de po’s. Ik maak bedden op.”
Koning: “Je maakt bedden op! Je gaat erin liggen, je valt in slaap, je wordt wakker. Iedere dag wakker worden… iedere morgen ter wereld komen.”
(…)
Wachter: “Dan loop ik naar huis…”
Koning: “De hemel boven je! Je haalt adem. Je denkt nooit na als je ademhaalt. Denk eraan. Herinner je het. Ik weet zeker dat je er niet op let. Het is een wonder.”
Wachter flink balend: “En dan, en dan sta ik hier, ik houd de wacht, de hele dag.”
Koning: “Wat een genoegen!”
Wachter: “Integendeel. Het verveelt me. Ik heb er genoeg van.”
Koning: “Je verveelt je! Het is mooi je te vervelen, het is mooi je niet te vervelen en razend te worden en niet razend te worden en ontevreden te zijn en tevreden te zijn en afstand te nemen en eisen te stellen. Je windt je op en je praat en ze praten met jou, je raakt aan en ze raken jou aan. Een sprookje is dat allemaal, één groot feest.”
Wachter: “Het houdt niet op.”

Olivier praat ‘zijn’ koninginnen bij.

Grote Spelers 

Het is boeiend hoe de totstandkoming van De Koning Sterft een organisch proces is. Dit uit zich ook in het korte driehoeksoverleg tussen de geluidsman, Olivier en Jip (wachter) over wanneer de muziek moet worden in gestart. Er staan overigens niet de minste op de planken. Naast de eerdergenoemde namen wordt de tweede Koningin gespeeld door Imke Smit. ‘Koning’ Abke Haring won in 2014 een Theo d’Or voor beste vrouwelijke hoofdrol in Hamlet vs Hamlet opgevoerd door Toneelgroep Amsterdam. Regisseur Olivier Diepenhorst is een vaste regisseur van Toneelschuur Producties. In het najaar van 2015 regisseerde Olivier met o.a. Kirsten Mulder en Martijn Nieuwerf Smekelingen van Euripides. Met deze voorstelling werd hij genomineerd voor de BNG Bank Nieuwe Theatermakersprijs 2016. Eerder maakte Olivier de voorstellingen Ashes to Ashes en Stilte bij Toneelschuur Producties. In het voorjaar van 2017 regisseerde Olivier Het leven is droom van Pedro Calderón de la Barca en in 2018 Andromache van Jean Racine.

Na een dag repeteren, overleggen en hard werken, is er nog veel werk aan de winkel. Maar, dat gaat volgens Olivier helemaal goed komen. De premiere van De Koning Sterft is 24 januari in de Toneelschuur. Na een rondreis langs theaters door heel Nederland zullen de laatste voorstellingen 8 en 9 maart zijn in Haarlem. Klik hier voor meer informatie. En, er is nog een aantal kaarten beschikbaar.

Fotografie: Dennis Cup.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here