Het kost mij al wat jaren om te snappen wat de term fascisme nou precies betekent. En nog steeds weet ik het niet. Zou dat aan mij liggen? Veel andere –ismes snap ik als eenvoudige dominee toch heel behoorlijk: communisme streeft gemeenschappelijkheid na. Polytheïsme gelooft in veel verschillende godjes. Liberalisme gelooft in marktwerking. Realisme wil iets met de werkelijkheid, enzovoort. Maar waar verlangen fascisten nou naar? Wat betekent die ‘fasc’ van fascisme. Is het misschien de ‘fasc’ van fasc-inerend?

Nee, helaas. Het woordenboek verwijst bij fascisme standaard naar het totalitair nationalistische bewind van Mussolini in Italië, verwant met het nazisme. ‘Fasc’ komt dan mogelijk van het latijnse meervoud, ‘fasci’, dat zoiets als ‘samenbundelingen’ zou betekenen. Fascinerend wordt jammer genoeg etymologisch herleid tot het latijnse ‘fascinare’, dat ‘betovering’ betekent – wel veel mooier.

Behalve dat ik snap dat fascisme fout is en slecht, snap ik de term nu nog steeds niet. En ik denk dat daar twee redenen voor zijn: fascisme is eigenlijk een merknaam, net als nazisme, alleen dan niet bekend geworden door Hitler, maar door de Italiaanse dictator Mussolini. Fascisme staat dus niet voor een idee, maar verwijst naar een totalitair politiek model met autoritaire leider. De tweede reden is nog belangrijker: fascisme lijkt nergens vóór te zijn, en overal tegen, zoals staat op Wikipedia: antidemocratisch, anticommunistisch, antiliberaal, antiparlementair en anti-intellectueel. Niet iets om vrolijk van te worden en duidelijk ook zo niet bedoeld. Wil fascisme kunnen bloeien, dan heeft het dus veel vijanden nodig, dreiging, angst en strijd. Dat zijn de ingrediënten om een hechte groep mee samen te bundelen. Een beetje anders, maar eigenlijk hetzelfde was het eeuwen geleden met de kerk: dankzij de duivel en de hel, kon de kerk machtig en invloedrijk worden. Mensen, pas op voor…!!

Maar de waarheid is anders en simpel: voor iedereen gelijk. De waarheid kent geen winnaars of verliezers, net zoals onze ziel trouwens. Bij beelden van geweld en strijd gaat onze adrenaline omhoog, maar krimpt onze ziel ineen en is de waarheid buiten beeld. Bij beelden van verbroedering (of verzustering) tussen politieagenten en demonstranten maakt ons hart een sprongetje, is onze ziel geroerd en weten we dat wat we zagen mooi, goed en waar was. Dus juist wanneer iets onverwacht positiefs gebeurt, iets waarop je alleen maar kon hopen, zit je in de buurt van de waarheid en van het goede.

Mijn verwachtingen van politici zijn misschien te hoog. Ik verwacht van hen veel meer dan ‘management’. (Het lijkt me dat we daar ambtenaren voor hebben: het oplossen van concrete problemen.) Wil ik op iemand kunnen stemmen, dan verwacht ik van hem of haar een ideaal over hoe onze samenleving het beste en het mooiste kan zijn. Een samenleving waar onze ziel niet wordt verdrukt, maar de ruimte krijgt. Een land waar het gelukkig en veilig is, wat iets anders is dan makkelijk, luxe en comfortabel. Iedere politicus die in die ideale samenleving aan zichzelf de hoofdrol toebedeelt, in plaats van aan de zeventien miljoen driehonderdvierduizend vierhonderdtwaalf mensen die deze samenleving maken, lijkt mij geen stem waardig.

Meer Tom de Haan? Check hier zijn column Veertig Dagen.

Fotografie: Wiebrig Krakau

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here