Emil Landman speelde afgelopen woensdagavond met zijn band in Haarlem en dat leek ons een goed moment om de knappe Nederlandse singer-songwriter eens aan de tand te voelen in onze rubriek op Haerlems Bodem. Als we door de gangen van Patronaat naar het zonnige terras lopen voor het interview met Emil, vertelt hij dat hij net terug is uit Italië. In tegenstelling tot wat je zou verwachten heeft het daar eigenlijk de hele tijd dat hij daar was geregend. Maar hij klaagt niet, hij kan er de humor wel van inzien en geniet hierdoor alleen maar nog meer van de Haarlemse zon.


HB: Als ik aan Haarlem denk, denk ik aan?

Emil: “Aan mijn vader, want die woont hier sinds een jaar of twaalf. Ik ben dus regelmatig in Haarlem. Ik hou heel erg van naar het strand gaan en voor mij is er eigenlijk maar één weg naar het strand want ik kan het altijd combineren met eten bij mijn papa of lunchen bij mijn papa. Ik vertrek dan op mijn racefietsje uit Utrecht en maak er echt een dagje van, het liefste op dagen met een fijn zonnetje zoals vandaag.”

HB: Wat is je tofste herinnering aan een optreden in Haarlem, als artiest of bezoeker?

Emil: “Toen ik net begon met muziek maken wilde ik heel graag naar de Rockacademie. Dat was een soort van half onbereikbare droom van mij. In die tijd ging ik met mijn vader naar Haarlem Jazz en daar zag ik op de Botermarkt een bandje, ‘FunkAbilities’. We weten natuurlijk allemaal hoe dat is afgelopen (dit bandje was de voorloper van Chef’Special, red.) maar dat vond ik toen meteen heel vet. Ik denk dat ik zelfs nog steeds wel een rap van één van die songs uit mijn hoofd ken, zo tof vond ik het. Nadat ik dat optreden gezien had, heb ik die muziek nog heel vaak geluisterd. Het versterkte het gevoel dat ik al die dingen; muziek maken, studeren, optreden enzovoort, ook wilde. Nu hoef ik niet meer naar de Rockacademie, dat stuk hebben we inmiddels gehad.

Maar ik was door dat optreden zo gemotiveerd om weer naar huis te gaan en mijn gitaar te pakken dat het mij altijd bij zal blijven.”

HB: Als je naar de programmering van de komende weken kijkt, wat zou je dan zelf graag willen zien?

Emil: “Nou, naar GOSTO zou ik wel gaan kijken, gewoon leuk!”

Ziet Jake Bugg staan en begint te lachen: “Daar zit een mooi verhaal aan. Ik was een keer naar Nashville, om te spelen, zoals iedereen die daar is, en om Third Man Records te zien en een beetje rond te hangen. Het is niet zo glorieus om daar te spelen eigenlijk, je speelt gewoon ergens en je krijgt niets. Mensen mogen een dollar in een bakje doen en dat is het. Ik kan wel hoog van de toren blazen maar het valt allemaal eigenlijk wel mee hoe bijzonder dat is. We rijden daar in Nashville en we zien een winkel met allerlei rariteiten en prullaria en vreemde gitaren. We stopten meteen en gingen naar binnen. De eigenaresse van de winkel vroeg, toen we daar binnenkwamen: ‘Where you from?’. Ik antwoordde beleefd: ‘From the Netherlands’, waarop zij direct reageerde: ‘Do you know Jake?’. Een beetje verbaasd antwoordde ik: ‘I may know a couple of Jakes but I don’t know if my Jake is your Jake.’ Waarop zij zegt: ‘Jake is pretty huge at the moment, he has that one song about a lightning ball or something’. Dus ik kijk haar aan en zeg: ‘Do you mean Jake Bugg? He’s from the UK, I am from the Netherlands?!’. En die mevrouw heel droog: ‘Oh, I thought Europe was like the USA; the UK and the Netherlands, all different states. And everybody knows Jake, I even know Jake, I met him a couple of times.’ Dus altijd als ik denk aan Jake Bugg, die ik zelf nooit live gezien heb, moet ik denken aan die vrouw met die prullariawinkel die tegen iedereen zegt: ‘Hey man, do you know Jake?’.

HB: Welke vraag zou je nu als band het liefst beantwoorden?

Emil: “Ik ben daar niet zo van. Ik vind het fijn om mezelf te zijn dus als ik nu iets zou moeten verzinnen voelt dat niet echt. Als je iets van mij wil weten dan wil ik het daar graag met je over hebben maar ik heb niet echt iets bewust te verkondigen of te vertellen.”

HB: En de clubtour dan?

Emil, lachend: “Oké, vooruit, laten we die dan even benoemen en de data erbij zetten.” (Emil speelt nog 13 mei in Molen de Ster in Utrecht en 14 mei in Luxor Live in Arnhem).

HB: Waar kunnen we jullie in de toekomst tegenkomen?

Emil resoluut: “Pinkpop!”

Vervolgt wat meer nadenkend: “Het lijkt mij echt een droom om op festivals als Pinkpop en Lowlands te spelen. Maar dat hoeft niet per se binnen nu en een paar jaar. Ik hou echt van wat we momenteel doen. Zo was ik een tijdje geleden in Noorwegen om daar muziek te schrijven en daar was het toen winter dus werd het amper licht. Nu ga ik in juli weer naar diezelfde plek, hetzelfde huisje, in de zomer. Dan is het daar dus 24 uur licht. Ik neem twee koffers mee, één met mijn eigen spullen en de ander met opnameapparatuur. We gaan daar aan liedjes werken, maar heel erg in het moment. In de winter ging ik bijvoorbeeld met twee liedjes heen en kwam ik met zeven liedjes terug. Ik hou heel erg van dat proces en heb ook niet echt onwijs hoge pieken nodig om dat te kunnen blijven doen. Zo’n ervaring is zelf al een piek, want hoe vaak mag je het Noorderlicht zien terwijl je eigenlijk aan het opnemen bent? Heel bijzonder natuurlijk. Het belangrijkste is dat ik gewoon wil maken wat ik wil maken en ik krijg er steeds meer vertrouwen in dat het dan zijn weg wel vindt. Zo spelen we deze zomer niet zoveel festivals maar hebben we sinds dit weekend wel een liedje dat 2.000.000 plays heeft op Spotify. Dus ja, het vindt z’n weg ook wel. Ik heb een beetje geleerd om verwachtingen en harde doelen wat meer los te laten.

Ik wil op Pinkpop en Lowlands staan, dat is echt wel een droom. Maar ik wil vooral dat het goed is. En als de tijd daarvoor rijp is dan komt het wel.”

HB: De vorige bandleden die wij deze vragen voorlegden waren Yorick van Norden en Anne Soldaat. We vroegen ze toen eigenlijk een vraag te bedenken voor The Kik maar helaas kon dat interview toentertijd niet doorgaan. Om de lijn van doorgegeven vragen niet te onderbreken hebben we Yorick gemaild of hij een vraag voor je had. Dit kregen we van hem terug:

Tuurlijk!

“Emil, m’n waarde vrind, ik heb een vraag aan jou: Welke gitaar en versterker staan momenteel bovenaan je wenslijstje om aan te schaffen en waarom?”

grt! Yorick

Emil lachend: “Oh wat goed, wat een goede vraag! Heel goed Yorick. Uhm, ja, ik wil heel veel. Zo hebben we een opslag met de band in Utrecht en die heb ik vandaag even uitgemest want het was als je de deur open deed letterlijk één grote muur. Daar staan denk ik wel negen gitaren van mij en dan heb ik er thuis nog zes of zeven. Het loopt de spuigaten uit. Maar toch, als ik ergens ben en ik zie iets staan dan moet ik het hebben. Zo was ik laatst bij Max Guitars in Den Haag, daar stond een SG uit ‘73 met zo’n vibrola op de brug. Ik moet daar toch even op spelen, ook al is hij eigenlijk een beetje te duur voor mij. Ik weet dat ik hem gekocht had als ik het geld gehad had. Maar goed, even concreet: ik zou denk ik nu kiezen voor een Gibson SG melody maker uit ’67, die zijn maar een paar jaar gemaakt. En dan het liefste in de kleur pelham blue. Dat vind ik een mooie kleur voor deze gitaar.”

HB: De volgende band die wij namens Haerlems Bodem hopelijk spreken is GOSTO,  wat zou je hen willen vragen?

Emil: “Ik heb een vraag maar die heeft een introductie nodig. Bij ons in de band hebben we zoiets dat heet ‘in de bus’. Dat is alles wat je meemaakt, maar wat je op dat moment niet kunt zeggen, omdat het lullig zou zijn of niet netjes, wat je wel wilt delen met elkaar. Als je aan iemands gezicht ziet dat er zo’n moment is dan zeggen we tegen elkaar ‘in de bus!’. Als we dan naar huis gaan delen we die verhalen in de bus.

Een voorbeeld daarvan is dat wij eens bij een show aankwamen en toen stelde ik mij netjes voor: ‘Hallo, ik ben Emil, wat tof dat we hier mogen spelen”’ Toen zei die man letterlijk: ‘Hoi, leuk dat je er bent. Ik had ooit een hond, die heette ook Emil en nu is hij dood.’ En dat was het. Meer niet. Ik kreeg verder geen contact meer. Toen zag ik in die ruimte waar we waren een lijst hangen met twee honden en ik dacht bij mijzelf ik probeer het nog een keer dus ik vroeg: ‘Goh, staat Emil dan misschien op deze foto?’ Waarop de man antwoordde: ‘Nee, want Emil is dood, dit zijn Shari en weet ik veel en die leven nog wel.’ Toen dacht ik echt, wat moet ik hiermee?! Maar je moet nog wel de hele dag met deze mensen en natuurlijk professioneel blijven dus dat was echt een ‘in de bus’ moment.

Mijn vraag aan GOSTO is dan ook: Wat is jullie of jou meest memorabele ‘in de bus’ moment?”

Korte impressie van de avond:

Als de band opkomt is het niet echt vol in het Patronaat Café en om eerlijk te zijn hebben we in verhouding nog nooit zoveel jonge vrouwen in het café gezien. We kunnen ons wel indenken waarom dit het geval is. We zijn zoals Emil zelf zegt “met een select groepje” en hij vraagt dan ook iedereen een stapje dichterbij te komen. Gewillig stapt iedereen een stukje naar voren waardoor er algauw een intieme sfeer ontstaat. Tussen de liedjes door babbelt Emil over waar en waarom hij de liedjes geschreven heeft. Dit waarschijnlijk ook om de vele gitaarwissels niet in stilte te laten plaatsvinden. Dit maakt dat de band heel toegankelijk is en er veel interactie met elkaar en het publiek ontstaat. De nummers zijn afwisselend, van klein en breekbaar naar wat meer power en met lange (gitaar)solo’s. Dit maakt de set geen moment saai, en boeiend om naar te kijken. De mimiek van de zanger laat zien dat de liedjes soms uit zijn tenen komen. De muzikanten hebben duidelijk plezier in wat ze doen en er wordt onderling af en toe nog wat bijgeschaafd of doorgesproken. Als er aan het einde van de avond weer een wat rommelige situatie op het podium ontstaat zegt Emil: “Morgen staat er geschreven: Emil Landman, de meest casual èn slordige singer-songwriter van Nederland”. Dus hierbij Emil. Maar wij van Haerlems Bodem vonden je zeker ook één van de beste van Nederland en zien je graag weer eens terug in Haarlem.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here