We waren op vakantie naar het Lago Maggiore. Ik werd die zomer elf en zou na de zomer naar groep acht gaan. We stonden op een camping: mijn ouders, zussen en ik plus mijn oom en tante met hun dochters. We gingen wel vaker samen op vakantie, tot mijn grote plezier. Mijn jongste nichtje was namelijk tevens mijn beste hartsvriendinnenpennennichtje. Een prachtige titel die je nu nooit meer tegen zult komen, want my god: wie schrijft er nog brieven als epistels aan elkaar, als je gewoon op iedere Insta- of Snapfoto kunt reageren? Ik in ieder geval niet.

De vakantie aan het meer is me om meerdere redenen bijgebleven; zo stootte m’n vader z’n teen aan een steen in het meer nét toen we zouden waterfietsen. Gevloek en getier en een bloedende teen bij m’n vader en een uitgeputte moeder die de waterfiets in d’r eentje al trappelend het meer op zwoegde – drie kids meezeulend op zo’n grote waterfiets mét glijbaan, waar iedereen behalve ikzelf vanaf ging. En zo koos de vakantieliefde van de camping voor mijn nichtje in plaats van mij met enigszins aparte situaties tot gevolg: het rondje om de tafel met tafeltennis ging steeds fanatieker bijvoorbeeld, alsof ik met de winst van zo’n ronde m’n gekrenkte ego weer terugkreeg. Dat was niet het geval. Ruzie met m’n nichtje wel.

Ik verkoos altijd het campingzwembad boven het meer, want: yuk vieze beestjes en onderwaterplanten die kietelen aan je benen, maar af en toe moest ik mee naar het meer. Na een dag half zwemmend, half pootjebadend te hebben doorgebracht, want het was wel gewoon bloedheet, was ik blij toen we weer gewoon konden barbecuën bij de stacaravan. De volgende ochtend werd ik wakker met witte vlekken op m’n armen. Geen vlekken die je eraf kunt poetsen onder de douche, maar een gevlekte huid. “Vast gewoon zonneallergie of een reactie op het meer” zei m’n tante, verder besteedde ik er daarom ook eigenlijk geen aandacht aan. Het jeukte niet, deed geen pijn, maar was gewoon zichtbaar.

Terug in Nederland bleven de vlekken. Nietsvermoedend liep ik na zes weken vakantie de school weer in, klaar voor m’n laatste jaar op de basisschool. Had ik me even vergist in de coulance van mijn medeleerlingen… Al na dag één werd ik uitgescholden voor gevlekte zeekoe en werd mijn huid opeens mijn wezen. Tot echt pesten is het nooit gekomen, mede dankzij mijn grote, bijdehante mond, maar de damage was done: ik wilde af van die vlekken. Huisartsen en dermatologen werden bezocht, als schuldige werd de hormoonzalf aangewezen die ik gebruikte voor mijn eczeem. Ik kreeg een andere zalf, zonder hormonen maar net zo effectief. Doordat het langzaam herfst en daarna winter werd, kreeg ik weer een egaal gekleurde huid – namelijk gewoon helemaal spierwit.  

De volgende zomer dacht ik niet eens meer aan de vlekken, totdat bleek dat ze met de zon gewoon weer terugkwamen. Niets hormoonzalf als schuldige dus. Insmeren met factor 50 en zoveel mogelijk uit de zon blijven werd het devies dat jaar. Dat laatste was nogal een opgave, vond ik.

Toen het jaar erop bleek dat ook dat niets hielp, want de zeekoe returned, gingen we weer verder zoeken.

Door de jaren heen zijn er veel zondebokken aangewezen voor die witte pigmentvlekken; van hormoonzalf, tot iedere zalf met paraffine, tot de zon, het water, een schimmel (pityriasis versicolor), de zonnebrand en suiker aan toe.

Me erbij neerleggen kon ik niet. Waar niemand me meer voor zeekoe uitschold, was dat wel hetgeen wat ik zag. Ook kon ik niet meer relaxen in de zon; ik zag overal plekken die gedoemd waren tot witte vlekken te transformeren zodra ze de kans kregen. Zonder dat anderen die nog maar konden waarnemen, had ik mijn humeur alweer in de diepste put gegooid en stonden de tranen me in de ogen.

Tijdens mijn zwangerschap en na de geboorte van mijn dochter werd het eczeem ook weer sterker. Inmiddels 22 jaar, was ik er klaar mee om alleen de symptomen te bestrijden met alle middelen die ik vanuit ziekenhuizen kreeg: lichttherapie droogde m’n huid zó uit, dat ik een hele tube vaseline per dag gebruikte om niet als een sneeuwende zeekoe door het leven te hoeven gaan. Ik ging naar homeopaten, orthomoleculaire artsen, slikte vitamine D, slikte nog 164 andere vitaminen en mineralen, deed een tweede poging tot suikervrij eten en sloot ook alle natuurlijke suikers uit ditmaal. Met mijn maatje 34 een hel, want ik wilde niet als zeekoe op een stokje eindigen, maar afvallen doe je wel als in alles wat je eet suiker zit, zelfs al heb je dat niet door.

Het erge was nog, dat het allemaal niet hielp. Ik werd alleen maar moeier, chagrijniger en kreeg nog meer last van eczeem door de stress.

Het suikervrije dieet gaf ik op, om vervolgens door te slaan met eten: als zelfs de meest gezonde producten niet meer mochten, omdat er suiker in zat, kon ik net zo goed alleen maar naar de snackbar en chocoladetaart gaan eten. Heb ik dus ook een tijdje gedaan. Totdat mijn schoonmoeder me tipte over een aycrontotherapeut waar zij baat bij heeft.

Nu, ruim vijf jaar na de geboorte van mijn dochter, volg ik door die therapeut een gistvrij dieet en voel ik me stukken beter: meer energie, een beter humeur, een betere weerstand: alleen het eczeem wil nog niet vertrekken. Het dieet moet minimaal 60 weken worden gevolgd en ik zit op de helft, dus ik houd de moed er voorlopig nog in.

Een paar weken geleden, toen het heerlijk zonnig weer was, sloeg de angst voor de vlekken weer toe. Toen ik voor een event een week op locatie was, zag ik hoe mijn pigment weer verdween op sommige plekken. Moedeloos zuchtte ik, vlak naast een oor van een collega die me daarop vroeg wat er was. Haar wijzend op de vlekken op m’n arm, zei ze vrolijk: “Dat?! Maar dat vind ik juist mooi. Zo echt!” Alhoewel ik haar mening niet deel, lukte het me wel om mezelf voor eens en hopelijk altijd los te worstelen aan mijn eigen diepgewortelde haat aan mijn huid.

Sinds haar uitspraak probeer ik me ook los te maken van het idee dat mijn uiterlijk mij is. Bijna 28, heel droevig eigenlijk dat ik dat nu pas doorheb, maar het lukt langzamerhand. Ik begin denk ik eindelijk volwassen te worden en te begrijpen dat het allemaal écht om het innerlijk gaat en om je uitstraling, niet zozeer om je wulpse figuur of prachtige gezicht. Mooi meegenomen, maar niet noodzakelijk. Daarnaast: gemêleerd was toch altijd wel mijn lievelingskleur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here