Geven we nog iets om ons Haarlem? We vinden Haarlem de beste, grootste, oudste, heetste en de domste. Want, de hoofdstad van Noord-Holland waar de spruitjeslucht al 60 jaar is blijven hangen, houdt zichzelf in leven door heel hoog van de toren te blazen dat de stad er écht wel toe doet. Versta me niet verkeerd, ik vind de Spaarnestad heel tof, en we doen echt niet onder voor Alkmaar, Leiden, Den Bosch of Delft, maar we moeten samen wel blijven investeren om leven in de brouwerij te houden.

Geven we nog iets om onze biotoop?

Anders wordt Haarlem een openluchtmuseum, een gesloten muggenbiotoop waar het gaat broeien, rotten en stinken op de moerassige gronden van de Bakenes. Zonder grote onderwijsinstellingen, zonder jongeren, zonder voldoende werkgelegenheid, zonder grote bedrijvigheid en zonder een bruto lokaal product dat gelijk oploopt met de stijgende huisprijs.

Haarlem is anders omdat we normaal gesproken hier alles laten staan in deze stad. We hebben de neiging om alles te bewaren, te conserveren en te behouden. Als we in Nederland al de behoefte zouden hebben aan een universitaire archivaris-opleiding, dan zou Haarlem de aangewezen plek zijn waar een dergelijke bewaarfaculteit goed zou gedijen.

Haarlem verwaarloost en kleineert zichzelf

Het boekje: In Haarlem laten ze alles staan, met speeches van Boudewijn Büch en Erik van Muiswinkel.
De speeches van Boudewijn Büch & Erik van Muiswinkel.

Toch zien we de laatste decennia dat er een heel beperkte visie is van de gemeente op stedelijke ontwikkeling en een helder toekomstperspectief voor alle Haarlemmers in de stad.
In 2002, één dag voor zijn dood, zei Boudewijn Büch in de Gravenzaal van het stadhuis dat hij vindt dat Haarlem zichzelf soms zo tekortdoet door niet te zeggen wat het is. Hij snapte niet dat de stad niets doet met het feit dat Haarlem iets heel hoog cultureels heeft en dat Haarlem tot de top van de Nederlandse cultuurgeschiedenis behoort. Maar vinden wij Haarlemmers dat wel zo belangrijk? Of maakt het ons niets uit?

Grond en Ontwikkeling

De gemeente is allang geen grootgrondbezitter meer en heeft nog amper wat te vertellen over de karakteristieke stapels stenen en gebouwen waarmee door particuliere vastgoedcowboys gespeculeerd, gegokt en verloren wordt. Ik heb nooit begrepen hoe in twintig jaar tijd de huurprijzen voor een gemiddelde winkelier in de Grote Houtstraat zijn vervijfvoudigd terwijl om de hoek de meest monumentale panden om de hoek al net zo lang wortel staan te schieten om uiteindelijk met de grond gelijk gemaakt te worden. Dus, als de gemeente zelf weinig zeggingskracht heeft over haar eigen uiterlijk, wie bekommert zich dan nog om een mooie, gezonde stad met een uniek karakter? 

Mooimakers

Veerkwartier

Alleen al vanuit die optiek valt het enorm te prijzen dat eigenwijze Haarlemmers zoals Merel Janssen en haar man Frank van Baaren in amper vijf jaar tijd van niets een succesvol iets weten te creëren zoals het Veerkwartier een paviljoen aan de Veerplas. Hoewel het stel wist dat hun paviljoen van tijdelijke aard was, is duidelijk. Maar, dat het nu moet wijken voor commerciële horeca, slaat nergens op en valt niet uit te leggen. Volgens de eigenaren loopt in september 2020 de tijdelijke vergunning af. Het recreatiegebied wordt dan vrijgemaakt voor ‘grootschalige ontwikkeling. Vanaf dat moment mag er definitief een horecabedrijf daar gevestigd zijn.

Thanks but no thanks!

De gemeente Haarlem beheert slechts 80% van de openbare ruimte in de stad en heeft nog maar weinig eigen onroerend goed. In samenspraak met projectontwikkelaars, vastgoedbedrijven, woningcorporaties en bouwondernemingen kan de gemeente in ontwerpen voorstellen neerleggen die iets zeggen over hoe een buurt of wijk er in de toekomst uit gaat zien. Daarbij kan extra gelet worden op bijvoorbeeld het nieuwe parkeerbeleid, oplaadpunten, duurzaamheid, rainproof bouwen, circulair bouwen of Haarlem aardgasvrij.
Tot die tijd zie je in Haarlem, maar ook in andere steden een braakliggend terrein ontstaan waar in het kader van bijvoorbeeld placemaking corporaties en vastgoedbedrijven het terrein tijdelijk laten aankleden en ontginnen door jonge, duurzame ondernemers met prefab-kassen en zeecontainers die vaak geheel zelfvoorzienend zijn. Hun eigen kennis, inzicht en ondernemerszin leidt tot verantwoorde keuzes en ziedaar, een broedplaats is geboren! Dank je wel broedplaats, dat jullie voor ons de paden hebben geëffend met jullie eigen geld en middelen en dit godvergeten stukje Haarlem terug op de kaart hebben gezet. ‘Thanks but no thanks!’. 

Rentmeesterschap

Nieuwe Fietsznfabriek + hoek Jan & Piet Museum

Ook Haarlem is altijd in ontwikkeling. De gemeente is voortdurend op zoek naar goede rentmeesters in de vorm van ontwikkelaars die mogelijkheden zien om panden of grond te exploiteren voor bedrijfsruimte, zelfbouwkavels, woningbouw of andere functies voor de stad. Daarnaast heeft de gemeente Haarlem zelf ook een aantal ontwikkellocaties in de verkoop of plannen daarvoor. En het gekke is, hoewel de gemeente zelf over de meeste kennis en historische gegevens beschikt, laten we het initiatief van doelplannen voor de Egelantier, de Fietsznfabriek, Koningstein, Korte Verspronckweg 7-9, de Oostpoort aan de Laan van Decima, Schalkstad en de Zuidstrook van de Slachthuisbuurt liever over aan investeerders en vastgoedbedrijven die de afgelopen decennia van verkrotting en leegstand nog nooit hebben weggepoetst of aangepakt.

Denkfout 1

Projectleiders en -managers in dienst van de gemeente denken vaak onterecht dat vastgoedbedrijven hen serieus nemen. Vastgoedbedrijven gaan mondeling graag mee in elk ambitieniveau van de gemeente, terwijl iedereen weet dat zij slechts vele meters willen maken die ze zo duur mogelijk willen doorverkopen. Dat heeft niets te maken met cultuur, maatschappelijke betrokkenheid of sociale bevlogenheid. Da’s een kwestie van knaken maken. Zelfs in Amsterdam onttrekken woningcorporaties en vastgoedbedrijven zich aan de keiharde eis van de wethouder dat per jaar 40% van de woningen een lage sociale huur zou moeten hebben, 40% een middeldure huur en slechts 20% bestemd zou moeten zijn voor de vrije verkoop. ,,Okee, voor zo weinig geld maken we dus ook veel minder meters’’ is de eerste tegenreactie die je hoort.

Denkfout 2

Gebiedsmanagers en ontwikkelaars denken à priori bij gebiedsontwikkeling aan het volplempen van een gebied met stenen, asfalt en beton. Ze bouwen en denken pas later aan welke functies het gebied zou moeten hebben voor de bewoners en omwonenden van het gebied. Het zijn Lego-mensen die graag willen bouwen en stapelen. Bij Grond en Ontwikkeling werken nauwelijks Playmobil-mensen die de mens centraal stellen en gaan voor het feit dat een hoop mensen bij elkaar een stad maken en niet een hoop stenen of gebouwen.

Denkfout 3

Bijna 60% van de Haarlemmers is forens en werkt in Amsterdam, op Schiphol, in Leiden of in Velsen. De stad zelf levert 68.500 arbeidsplaatsen in de industrie, de handel, de zakelijke dienstverlening, bij overheidsinstellingen, in het onderwijs, in de gezondheids- en welzijnszorg, in de bouwnijverheid, de horeca en in het transport. Méér dan de helft van de Haarlemmers weet hoe lastig het is de stad dagelijks uit te gaan en weer in te komen en heeft vergelijkingsmateriaal te over waardoor Haarlem en haar gebiedsvisie er niet geloofwaardiger op worden. Het Haarlemse electoraat dat het college van Haarlem bepaalt, weet méér over de stad dan de gemiddelde bestuurder en snapt dat men in andere steden véél verder is met participatietrajecten voor bewoners, informatie- en inspraakrondes en gezamenlijke schouwen door de wijk/buurt. Met de nieuwe Omgevingswet in aantocht dient elke gemeentelijke organisatie te kunnen aantonen hoe groot het draagvlak bij plannen omtrent gebiedsontwikkeling werkelijk is.

Anders denken

Heel vroeger zette je een fabriek ergens neer en daaromheen werden arbeidershuisjes gebouwd. De fabrieken van vroeger zijn nu gesloopt of getransformeerd tot dure lofts en de arbeiderswoninkjes voldoen allang niet meer aan de huidige wooneisen. Toch is het idee dat men om één gezamenlijke en gedeelde functie woont, geen slecht idee. Zo is destijds de typisch Haarlemse hofjescultuur ontstaan. Dat kan een voetbalstadion zijn, zoals in de Engelse steden, of een mega AH-XL, of een stadsschouwburg of voor mijn part een Sagrada Familia, een universiteitsgebouw, een eigen congreslocatie bij de Lichtfabriek en Meterhuis of een zelfbewezen broed- of maakplaats.

Klagen of steunen

Meer Haerlems Bodem? Check hier een kritisch stuk over de Hudson’s Bay.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here