Vanmiddag toog ik naar de tentoonstelling ‘Vogelpracht’ in het Teylersmuseum. Ik dwaal langs de vitrines, met voor mij een stevige Amerikaan die afwisselend zwijgzaam op zijn telefoon kijkt en vervolgens naar het tentoongestelde, en achter mij een gezin waarvan de kinderen dociel hun moeder volgen terwijl zij letterlijk alle bordjes voorleest. Om mij niet langer te ergeren probeer ik een voorsprong te nemen maar daarbij zie ik bijna het meest fascinerende bordje over het hoofd. Daarover later meer.

Even in het kort: vogels in alle soorten, maten, verendek en snavels is het thema van deze tentoonstelling. Het topstuk en middelpunt van de expositie is het prachtboek ‘The Birds of America’ van John James Audubon (1785-1851). John James leefde in een tijd waarin onderzoekers voor het eerst maanden op vogelsafari gaan om de vogels in hun eigen omgeving te tekenen.

Hoe komt het eigenlijk dat John James maanden huis en haard kan verlaten om zijn ding te doen en wereldberoemd te worden door zijn gebundelde tekeningen? Wie zorgt er voor zijn natje en droogje? Daar geeft de tentoonstelling een antwoord op. En hier komt dat bijna-gemiste bordje om de hoek kijken. Ten eerste liet John James zich tijdens zijn reizen ondersteunen door tot slaaf gemaakten. Nadat hij van een reis uit Afrika terugkomt, zet hij twee slaven met boot al in de verkoop. Dat vind ik al bijzonder verwerpelijk, maar dat past nog in de tijd van toen. Wat mij het meest verbaast is dat John James zich thuis door zijn vrouw laat onderhouden. Lucy Bakewell-Audubon verdient het gezinsinkomen met lesgeven en het oprichten van scholen. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor de opvoeding van hun twee zonen en financiert zij dus de reizen van John James. Dan ga je toch met andere ogen naar zo’n avonturier kijken. Tenminste, ik wel. Ik had wel meer willen weten over Lucy, maar over haar werk en leven is verder weinig bekend.

Over televisiebekendheid Mies Bouwman gaat het verhaal de ronde dat zij haar hulpen in de huishouding placht te betitelen als goede feeën. Bijzonder als je bedenkt dat deze wonderlijke creaturen in sprookjes hun goede werken gratis en op ongeregelde tijden verrichten, terwijl de meeste hulpen in de huishouding op vaste tijden komen en een contante betaling verwachten. Voor niets gaat de zon op. En met dat inzicht ga ik voortaan vaker kijken naar de drijvende krachten achter elke kunstenaar of kunstenares. Hulde voor het Teylersmuseum die ook aandacht schenkt dit stukje geschiedschrijving!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here