Op 9, 10, 11 en 12 december kun je gratis naar de kijkdagen van de Oprechte Veiling Haarlem om honderden verschillende kunst en antieke voorwerpen van dichtbij te bekijken. Alsof je bij je grootouders in de huiskamer staat, maar dan duizend keer zo groot! Op de veiling van 13 t/m 19 december gaan de tentoongestelde objecten vervolgens onder de hamer. Maar hoe werkt nu eigenlijk zo’n veiling? Haerlems Bodem zocht het voor je uit.

Het gaat al mis na drie stappen over de drempel. Ik leg mijn meegebrachte schilderij op een ovale tafel met krullerige pootjes en maak aanstalten om mijn jas over een van de bijpassende stoelen te hangen. Eddy Brinkman, mede-eigenaar van de Oprechte Veiling Haarlem, komt aangesneld en verwijst mij en de fotograaf naar een gewone huis-tuin-en keukentafel iets verderop. Had ik toch bijna mijn natte plunje over een antieke stoel gedrapeerd. 

Ik ben op deze kille maandagochtend te gast bij de oudste Haarlemse veiling uit 1914, in de Bilderdijkstraat in het Garenkokerskwartier. Een echt familiebedrijf waar moeder Paula (79 jaar) de scepter zwaait. Naast Eddy werken ook zijn zus en zwager in het bedrijf. Eddy is van een de twee taxateurs, een deskundige die een opleiding in een kunstrichting gevolgd en bevoegd is om de waarde van uiteenlopende items, zoals tafels, stoelen, beelden, schilderijen in te schatten. Taxateur word je niet zomaar, daarvoor moet je een examen afleggen bij een van de grote veilinghuizen zoals Sotheby’s in Londen.  

Veilen, hoe dan?

Mijn alibi voor het bezoek aan de veiling is een schilderij dat ik wil laten taxeren en veilen, maar eigenlijk ben ik vooral nieuwsgierig hoe een veiling in zijn werk gaat.

Eddy steekt van wal: “Er zijn twee type veilingen, eentje waar de prijs hoog begint en langzaam daalt tot het moment dat de koper met de minst sterke zenuwen toehapt. Hij of zij koopt de partij voor het bedrag wat dan op het bord staat.  Dat noemen ze veiling bij afslag, de visveiling in IJmuiden werkt bijvoorbeeld op die manier. Veiling bij opbod is de meest bekende manier van veilen. De veilingmeester laat de prijs met stapjes omhoog gaan zolang de mensen aan het bieden zijn. Als er interesse is gaat men tegen elkaar opbieden en kan de prijs fors oplopen. Degene met het hoogste bod is de winnaar.”

Helaas is de romantiek van volgepakte zalen, waarbij mannen in pakken met subtiele hoofd en vingergebaren bieden voorbij. Tegenwoordig is de veiling online, dit keer vanaf 13 t/m 19 december. Gelukkig hoef je niet de hele veiling online te blijven, vooraf kun je een online catalogus raadplegen om te zien wanneer het door jou gewenste object geveild wordt.

Boer op zandpad

Ik heb een schilderij van W.G.F. Jansen meegebracht. Een landschap met een koe en een boer op een zandpad. Op internet had ik uitgezocht dat Jansen in de jaren 50 van de vorige eeuw tamelijk bekende schilder was. Eddy bekijkt en bevoelt eerst de achterkant van het schilderij.  “Wat is er te zien?,” vraag ik, “Ik kijk of het schilderij ooit uit de lijst is gehaald.” antwoordt Eddy. “Een originele lijst zonder extra spijkergaatjes is een goed teken, dan is er niet mee gerommeld. Deze lijst zit er al jaren op, dat zie ik zo. Er is zelfs een afdruk op het schilderij zichtbaar omdat de rand tegen het linnen drukt.”

Vervolgens gaan we naar de voorkant. Eddy houdt het schilderij scheef en concludeert dat nagenoeg onbeschadigd is. De handtekening van de schilder is niet nagemaakt. Ik vraag hoe hij dat zo stellig kan zeggen. “Bij een echte schilderij zit de handtekening in de verf. Als het namaak is, dan ligt de handtekening bovenop, dan is die later toegevoegd.” Een echte W.F.G Jansen, stelt Eddy vast, een naloper van de Haagsche School. “Ik schat de waarde op 200 – 300 euro.” Met een elleboogstoot bekrachtigen we de overeenkomst en zetten we beiden een handtekening op een document waarmee ik toestemming geef om het schilderij op de veiling aan te bieden.

Niet duurder dan een IKEA-kast

Nu we het officiële gedeelte hebben afgerond, bekijk ik het veilinggebouw wat nauwkeuriger. Het pand is gebouwd in 1913 – 1914 en nadien nooit meer ingrijpend gewijzigd. Boven de ingang prijkt nog steeds het bord ‘Verkooplokaal’. Het veilinggebouw is dan ook sinds 2010 een gemeentelijk monument.

Binnen liggen, staan en hangen honderden verschillende items op een oppervlakte ter grootte van een flink voetbalveld. Daarom heen liggen verschillende kamers met nog meer spullen. Grote antieke kasten, maar ook tegeltjes, sieraden, veel schilderijen, beelden in alle soorten en maten, bestek, glazen schalen. Het voelt als warenhuis annex museum vol spullen die op een liefhebber wachten. “Op de veiling komen voornamelijk inboedels” vertelt Eddy, “vaak via een notaris die een erfenis heeft af te wikkelen. Vandaar dat hier zoveel verschillende objecten staan, uit de zeventiende eeuw maar ook redelijk recent.” 

Op de kijkdagen komen straks de liefhebbers. Er zijn mensen die elke keer komen, en niet alleen uit Haarlem maar uit heel Nederland. Iemand die houdt van de spanning van de veiling wil alles even bevoelen, ronddraaien, te bestuderen. Is het kunst of antiek, of rommel? “Vooral de kleinere stukken doen het nog goed. Tegenwoordig willen de mensen geen grote antieke stukken meer in huis, ze denken dat het duur is of vinden het ouderwets. Terwijl zo’n kast uit de 17de eeuw,” hij wijst ondertussen naar houten bewerkte kast uit de zeventiende eeuw, “niet duurder hoeft te zijn dan een kast bij IKEA. En dan heb je wel iets unieks en duurzaams in huis.”

Altijd jagen op de klapper

Het veilinghuis is een intermediair tussen de verkoper en de koper.  Als je de winnende bieder bent, dan betaal je bovenop jouw bod nog eens 28% opgeld. Dat opgeld is de marge waar het familiebedrijf op draait. Iets om mee rekening te houden als je gaat bieden!

Een hoog bod is dus niet alleen leuk voor de verkoper maar ook voor het veilinghuis. “Wat is jullie klapper geweest?” vraag ik nieuwsgierig. “Dat was een bureau van David Röntgen, dat stond in een huis in Bloemendaal. Het bureau was geschat op 10.000 gulden, maar ging uiteindelijk weg voor 328.000 gulden, omgerekend zo’n 148.000 euro. En een tegeltje uit de 15de eeuw. Dat was in een doosje samen met wat andere tegels binnengebracht. Wij zagen er niets bijzonders aan, want onze expertise ligt bij de spullen vanaf 1600, maar dat tegeltje leverde mooi 25.000 euro op. Ach ja, dat houdt dit vak spannend.” zegt Eddy. “Je verveelt je hier nooit.”

Foto’s: Ilse Vogel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here