Je haat ze of houdt ervan; tatoeages kennen bijna geen tussenweg. De reden om een tattoo te nemen is voor iedereen verschillend. Of het nu is omdat je je vader hebt verloren en je hem herinnert met een blijvend eerbetoon of dat je een weddenschap verloor en nu voor de rest van je leven met een smiley op je kont loopt. Maar, bijna iedereen is het erover eens dat tattoos een verhaal vertellen.


Tatoeëren is een ambachtelijk beroep met een lange geschiedenis

Leroy (29) tatoeëert al sinds zijn zeventiende. Hij toverde zijn kamer om tot ‘tattooshop’ waar hij conform de geldende hygiënecodes kon werken. Daarnaast vond hij vrienden en familie bereid om zich voor een zacht prijsje te laten versieren. Geboren in Zoetermeer en opgegroeid in en rondom Leiden, werkt hij sinds 2010 in Haarlem bij Burning Heart Tattoo, waarvan hij sinds 2017 de eigenaar is. Hij is het die ons kennis laat maken met André. Een 57-jarige bloemist, geboren en getogen Haarlemmer én die waarschijnlijk de allergrootste ode aan onze stad óóit op zijn lijf heeft laten tatoeëren. De kerk, het stadswapen met de zinspreuk ‘Vicit Vim Virtus’ (De moed heeft het geweld overwonnen) en de Amsterdamse poort prijken op zijn buik.

Geheim gedenkteken bij leven

Wanneer we binnenkomen in de shop in de Paarlaarsteeg, ligt André al ruim twee uur op zijn buik op de stoel van Leroy. Aangezien de voorkant inmiddels redelijk vol is, is het nu tijd voor een werk aan de achterkant. We zien een hek om een begraafplaats met grote rozen en schedels aan de onderkant. Beetje luguber; waarom doe je dat? André is een man van weinig woorden maar hij legt uit dat hij deze eigenlijk opdraagt aan zijn ouders (die trouwens beiden nog in leven zijn en niet weten dat hij tattoos heeft!). André: “Het is eigenlijk een manier om hen te gedenken als ze er straks niet meer zijn.” Leroy vult aan: “Juist het feit dat ze nu nog leven, maakt het een levendige herinnering voor later.” Boven het kerkhof komt straks een afbeelding te staan van de grote Basiliek aan de Leidse Vaart. Want het thema Haarlem is nu zo aanwezig dat die er eigenlijk ook bij hoort.

De grote kerk ís Haarlem

Toch is het de kerk op de Grote Markt die voor André het meest bijzondere plekje van Haarlem is. Als jongetje had zijn vader een bloemenstal en daarmee stonden ze op zaterdag op de markt. “Dan hoorde je elk kwartier het carillon en elk uur de klokken,” vertelt hij. “Dat geluid en de aanblik van die kerk deed echt iets met me.” Later verkocht zijn vader de bloemenstal en ging werken in een vaste bloemenwinkel. André bleef aan de zijde van zijn vader meewerken, tot hij uiteindelijk op 24-jarige leeftijd zijn eigen zaak begon; B&A Bloemen (zit nu in de supermarkt aan de Stephensonstraat). Het was opnieuw aan de voet van de kerk waar André vele jaren later zijn huidige vrouw leerde kennen. Tijdens Haarlem Jazz. En natuurlijk was dit ook de plek waar hij met haar in het huwelijk trad. André: “Die kerk is Haarlem voor mij.”

Bijzondere vriendschap

André is een beetje een GVR (Grote Vriendelijke Reus). Een stoer en sterk ogende man van wie je mogelijk zou kunnen denken dat hij al op 16-jarige leeftijd een eerste tattoo had laten zetten. Niets is minder waar. Nadat hij zijn tweede vrouw had ontmoet, liet hij als 52-jarige op zijn borst de namen van zijn drie kinderen vereeuwigen. Zo leerde hij ook Leroy kennen. Hun eerste contact verliep enigszins moeizaam. Leroy: “André wilde geen geel in zijn tattoo. Het koste me even voor ik hem overtuigd had dat het zijn tatoeage alleen maar beter zou maken.” Maar toen André eenmaal overstag was gegaan, was dat meteen het begin van een bijzondere vriendschap. In de 5 jaar die volgden gaf André Leroy nagenoeg de vrije hand op zijn lichaam, dat inmiddels een kunstwerk van formaat aan het worden is. “Ik ben geen klant. Ik ben meer een gast. Eigenlijk hoor ik inmiddels een beetje bij het meubilair,” zegt André terwijl hij ontspannen op de bank ligt. “Leroy weet wat hij doet en ik vertrouw hem daarin volkomen.”

de zo-goedkoop-mogelijke tattoo baart mij zorgen

Dat beaamt Leroy: “Ik ga hem ook niet vertellen wat voor boeketten hij moet maken. Dat weet hij beter dan ik. En ik weet hoe ik een afbeelding mooi op iemands lichaam kan zetten. Dat vereist kennis en vakmanschap. Wat mij steeds vaker opvalt is dat mensen niet zozeer meer kijken naar wat je maakt en hoe je dat doet. Of diegene in zijn vak oprechte passie toont. Maar, zich voornamelijk bezighouden met de zo-goedkoop-mogelijke tattoo te scoren en het liefst vandaag nog. Daar kan ik me echt zorgen om maken omdat voor mij persoonlijk tatoeëren een proces is dat je aangaat met je tatoeëerder. Het vraagt van beide kanten een zekere toewijding.” Ondertussen zet hij nog een keer de naald in de rug van André die slechts héél eventjes zijn mondhoek vertrekt.

Ik ben een vakman en ik streef naar kwaliteit.

Toch is het wel begrijpelijk dat een klant die een hoop geld investeert vooraf enigszins wil weten waar hij aan toe is. Leroy: “Ja, maar vergeet niet dat ik zelf ook klant ben geweest. En nog steeds ben. Neem deze sleeve bijvoorbeeld.” (Hij tikt op zijn rechterarm.) “Daarmee ben ik begonnen toen ik 18 was en was pas 5 jaar later klaar. Daar heb ik tijd en geld in gestoken omdat ik een prachtig resultaat wilde. Nu ben ik zelf die vakman en streef ik dag in en uit naar kwaliteit. Tatoeëren is een ambachtelijk beroep met een mooie en lange geschiedenis. Dit is geen product met een prijssticker erop. Ik maak iets voor jou, van jou, dat je de rest van je leven bij je draagt.”

Meer tattoo stories lezen? Wat dacht je van deze? Of deze.

Fotografie: Sandra Reeb-Gruber

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here