Een reis door het continent van gevoelens

De Haarlemse regenboogpartners, het Bureau Discriminatiezaken, COC Kennemerland en Gay Haarlem organiseerden in samenwerking met de Pletterij een thema-avond “mini-alfabet LHBTIQAPC”. Een wat droge titel voor een onderwerp dat over gevoelens en identiteit gaat. Eentje die flink contrasteert met de bruisende onderstroom in de kleine zaal. Het gaat de 22 deelnemers deze avond om gevoel, om persoonlijkheid, om jezelf te mogen zijn als gelijkwaardig lid van de samenleving, om je identiteit én de tastende zoektocht die te vinden. Universele thema’s waarvan het belang moeilijk kan worden overschat en die iedereen aangaan, van welke leeftijd ook. 

Het hart op de tong

De eerste deelnemers druppelen binnen en zoeken de bar en een stoeltje. Ik knoop een gesprekje aan met m’n buurman Bernard[1] over wat hij van de avond verwacht. We zitten op de achterste rij, dicht bij de bar. Een wat grote en stoer uitziende man. Grote, sprekende  handen die onophoudelijk zijn verhaal ondersteunen. Het hart ligt hem op de tong en al snel vertelt hij zonder enige terughoudendheid over enkele van zijn ervaringen over zijn ‘coming-out’, jaren geleden. “Mijn ouders hadden er veel moeite mee toen ik uit de kast kwam. We hadden het er thuis gewoon niet over. Er werd alleen maar gezwegen, nu nog steeds, het bestáát niet”. Bernard valt even stil en ik voel de onderliggende teleurstelling. De avond is dan nog niet eens begonnen…

“Mijn opa en oma reageerden heel anders!” zegt Bernard ineens fel. “Niet eens mijn ouders, nee, mijn opa en oma! Ze hadden me stomtoevallig op tv gezien op de Gaypride in Amsterdam. Wat goed jongen, zeiden ze. Wat goed dat je het hebt gezegd. Weet je waarom het gaat? Dat je een gelukkig mens wordt. Dáár gaat het om. Nou, hoe mooi is dat!?” Bernard draagt zijn hart op de tong. Wij zitten als onbekenden naast elkaar en het voelt tegelijkertijd alsof we elkaar al heel lang kennen. Binnen enkele minuten deelt hij belangrijke ervaringen van jaren geleden en zijn gevoel daarover. Ik heb dat in een soortgelijke setting vaker meegemaakt maar het blijft me raken, dat mensen zich zó snel, zó open kunnen stellen, verbinding zoeken.

Je zou kunnen denken dat de ontdekking en het delen van je ware identiteit met anderen iets is wat je vooral op jonge leeftijd doormaakt. Dit korte gesprekje maakt het mij echter meteen duidelijk: niet alleen de zoektocht naar wie je bent, maar ook de zoektocht naar aanvaarding en acceptatie door de buitenwereld is wezenlijk voor alle mensen die buiten de ‘standaard norm’ vallen, van welke leeftijd dan ook. Die ‘standaard’ blijkt zowel een ijkpunt als een probleem als de avond vordert. 

De avond gaat van start en begint met een documentaire van de Franse cineast Sebastien Lifschitz: Petite Fille. De intieme film is wat lang, maar toont in alle oprechtheid de tastende zoektocht van een jong kind naar zijn gevoelens en zijn plaats in een samenleving die dat niet zomaar aanvaardt. Het is een mooie opmaat voor de avond. zo blijkt later. De zoektocht naar identiteit en gender is soms als tasten in het duister, voor degenen die het op dat moment doormaken, maar ook voor de omgeving. Acceptatie van identiteit is het thema in de film. Een thema waarin we in het kringgesprek uitgebreid terugkomen.

[1] “Bernard” is een gefingeerde naam. Omwille van de privacy zijn enkele namen in dit artikel van deelnemers aan de discussie veranderd.

Kringgesprek met familiegevoel

De stoelen worden in een kring neergezet. De sfeer en de mensen gaan daardoor als het ware ‘open’. Dat is ook nodig, want het gaat om gevoelige onderwerpen en de organisatie is er alles aan gelegen om een sfeer van veiligheid te scheppen voor de deelnemers.

Jos Ahlers, voorzitter van het COC Kennemerland en moderator van de avond, bewaakt dat uitstekend en zorgt tegelijk voor focus. (“Nee, we gaan het alsjeblieft niet hebben over de regenboogvlaggen discussie”). We gaan het wel hebben over het ‘homo-alfabet’, bij gebrek aan een beter woord. Want wat is LHBTIQAPC+?

Om dat duidelijk te maken wil de organisatie de zaal kennis laten maken met de persoonlijke verhalen van mensen met verschillende identiteiten (asexueel, intersekse, transgender); én met een wat nuchtere encyclopedische benadering van de LHBT+ begrippenwereld.

Dát is hoe ik me voel, en daar ben ik trots op!

Sasja vertelt over haar zoektocht naar haar identiteit. Zij definieert zich nadrukkelijk als “intersekse”, dus als man noch vrouw. Ze heeft vrouwelijke lichaamskenmerken, gedeeltelijk, en ook mannelijke kenmerken. Dat kan natuurlijk, maar wat vervolgens diepe indruk maakt op de deelnemers is dat “zij” haar lichamelijke kenmerken niet definieert als afwijking, als een medische aberratie, maar als iets wat bij haar hoort als deel van haar identiteit. Het voelt als een aardverschuiving: “ik ben geen afwijking, ik ben ik, en ik ben, zoals ik mij wil benoemen of identificeren”.

Julia is moeder van een dochter, een bijna jonge vrouw nu, die zich transgender/non-binair voelt. Het lijkt er op dat zij definitief de nodige medische ingrepen wil ondergaan om zich man te kunnen voelen. Haar moeder steunt haar ‘dochter’, maar de zorgen zijn van haar gezicht af te lezen. De weerstanden waar zij later mee te maken zal krijgen, daar zou ze haar Julia het liefst tegen willen beschermen.

Paul, van middelbare leeftijd, noemt zich asexueel. “En dat met trots. Inmiddels…” Een aseksueel is een identiteit waarbij iemand geen behoefte heeft aan een seksuele relatie. Toch kan een aseksueel ook seksuele relaties aangaan.”Hoe werkt dat dan?” Aseksualiteit betekent niet dat je niet verliefd kunt worden, zegt Paul. Het kán, maar het strikt seksuele verlangen ontbreekt. Er zijn ook aseksuelen in een seksuele relatie, “bijvoorbeeld om je partner tegemoet te komen in zijn of haar verlangen”. Dit specifieke ontbreken van een seksuele behoefte roept veel vragen op. “Hoe kan dat dan?” het voelt in de zaal bijna alsof je dan iets mist. Maar Paul maakt duidelijk dat hij niets mist omdat hij de behoefte niet voelt. Hoe kun je dan iets missen? De zaal gonst. Je voelt dat dergelijke mogelijkheden voor veruit de meeste deelnemers een eye-opener zijn, maar ook vragen oproepen. En als blijkt dat er bijvoorbeeld naar schatting minimaal 190.000 Nederlanders zijn, die zich aseksueel noemen, vallen her en der de monden open van verbazing. Er valt nog veel te leren.

De verhalen, hoe kort aangestipt ook, leggen de kern bloot waar deze avond om draait: je bent geen afwijking, maar onderdeel van een spectrum aan natuurlijke variaties die nooit eindigt. In het gesprek overheersen kwetsbaarheid en onzekerheid. Sprekers én vragenstellers krijgen rode konen, maar je voelt ook een andere kracht: die van de volhardende zoektocht naar eigenwaarde. Eigenwaarde is een pijler onder de avond. En laat het duidelijk zijn: this is no stuff for the faint-hearted. Je hebt lef nodig om ergens voor uit te komen.

Maikel Bongaerts (“mijn homo-alfabet wikipedia” schertst Jos Ahlers) krijgt het woord. Hij is speciaal door de organisatie uitgenodigd om de terminologie te verduidelijken. Maikel is mode-ontwerper met een eigen label, homosexueel, en richt zich op het verweven van kleding met symboliek uit de staalkaart van het homo-alfabet. Hij heeft veel met deze discussie te maken en wordt vaak gevraagd naar de betekenissen van de begrippen, die hij zo expliciet in zijn ontwerpen toont.

Maikel verdeelt een dikke stapel geplastificeerde A4tjes [ zie foto ] over de vloer. De sfeer ontspant en mensen reageren hier en daar ook wat lacherig “God, zó veel?”. Het heeft ook iets onwennigs om een hele serie identiteiten en gevoelens geabstraheerd te zien in plastic velletjes. Zo hebben we dat nooit gedaan of gezien, zo zijn we niet volwassen geworden. Wát zien we hier nou eigenlijk? 

L=Lesbisch, H=Homo, B=Bisexueel, T=Transgender, Q=Queer, I=Intersekse, A=Asexueel, P=Pansexueel, C=Cis-gender, + = “Dat wat nog niet is benoemd”. 

Er volgen verbaasde reacties. Over de hoeveelheid. Over het onderscheid. Of het mogelijk is om bij meerdere ‘vlaggen’ te horen. En er is ook een afwijzend geluid. Want, wat heb je eraan? Gaat het niet te ver? Die laatste twee vragen worden in de groep al direct beantwoord door Sasja: “Het heeft mij geholpen om te beschrijven wat ik voel. Ik voel me thuis in die ene omschrijving.” Ja, mensen hebben er wel degelijk wat aan.

De meningen zijn net zo divers als de staalkaart zelf, en misschien is dat juist ook wel vanzelfsprekend. De deelnemers hebben behoefte aan toelichting, aan antwoorden, aan een gesprek, aan dít gesprek.

Inclusiviteit als kern

Wat het verhaal over de begrippen van Maikel Bongaerts duidelijk maakt is dat deze staalkaart niet is opgedrongen maar zich geleidelijk heeft ontwikkeld. Het is geen opgelegd schema, maar een manier om gevoelens te duiden en te benoemen. De achterliggende gedachte is inclusiviteit. De vlaggen en de staalkaart staan symbool voor de waardigheid van álle variaties en vormen. Mensen gebruiken het maar naar eigen behoefte: alles mag, niets moet. Als je vindt dat je soms ‘onder deze vlag valt’, en later weer onder een andere, is dat geen gebrek aan inzicht maar een mogelijkheid uit talloze mogelijkheden. Jos Ahlers spreekt ook van een “fluïdum”: de grenzen liggen niet vast, identiteiten vloeien in elkaar over en dat compliceert de zoektocht van mensen.

Het gesprek blijft heel positief, zeker in het onderlinge contact. Deelnemers durven zich echt bloot te geven. Binnen deze muren ben je veilig en mag je onbekommerd zijn, en vertellen over hoe je je voelt, ook al trekt de wereld om je heen de wenkbrauwen op.

Maar er is ook een keerzijde. Wat de discussie niet makkelijk maakt, zeggen deelnemers, is dat er zo véél nieuwe begrippen zijn, die je je eerst eigen moet maken, “je wil het toch ook een beetje weten en snappen” zegt een deelneemster. Geen vreemde opmerking. Een belangrijk deel van de avond gaat dan ook over de begrippen zelf: binair, non-binair, queer, genderqueer, genderidentiteit, genderexpressie, cis-gender, transgender, transsexueel, fluïde identiteiten, pansexueel, omnisexueel, intersexueel, gender-bread person, het is een avontuur om deze roadmap te leren kennen. En dan, alles wat we hier zien, is nog maar een fractie! Hoe passen drags bijvoorbeeld daarin, en travestieten? In de Verenigde Staten worden raciale kwesties erbij betrokken, daar horen we vooral de schreeuw om inclusiviteit: “wij horen er ook bij!” De zwarte gemeenschap eist een “eigen vlagkleur”, net als de Latino-gemeenschap en de chinese gemeenschap.

Veel deelnemers bekruipt het gevoel “waar eindigt dit?” Het is, voor eigenlijk alle deelnemers wel, veel nieuwe informatie. Het voelt ook een beetje alsof deze staalkaart je persoonlijkheid tot een set droge definities abstraheert: dit ben jij, dit is je vlag en dat is je kleur. Dat is uiteraard niet de bedoeling van de vlaggen en de kleuren. Het is een manier om onbekende gevoelens te verduidelijken, letterlijk onder woorden te brengen. Gelukkig zijn er ook hulpmiddelen beschikbaar om kleuren, definities en vlaggen te vermenselijken.

Genderbread Person

Maikel introduceert de “genderbread-person”. Het is een handig hulpmiddel, oorspronkelijk voor onderwijsdoeleinden ontworpen. De discussie van vanavond gaat namelijk niet alleen over seksuele voorkeur. Dat is ook een boodschap van de organisatie: het gaat over meer: wat in je hoofd gebeurt, wat je hart je zegt, wat je seks je vertelt en hoe je je wilt uiten, kleden, schminken. Of, respectievelijk in termen van Genderbread Person: het gaat over identiteit, seks, aantrekking/vallen op, en de uitingsvorm of manier van expressie van je gevoel.

Je voelt bij het lezen van Genderbread Person hoe ingewikkeld je “persoonlijkheid”, het wie-ben-ik kan zijn. Dit kwartet van identiteitsaspecten kent geen standaarden en normen, de mogelijkheden en variaties zijn bijna niet te overzien. Het voelt ineens bizar dat in onze geschiedenis van de seksualiteit slechts één identiteit dé norm is geworden. Deze norm kennen we allemaal en deze avond heet die: de “binaire cisgender, hetero, witte man of vrouw” (binair betekent: óf dit, óf dat: óf man óf vrouw, óf he óf ho, en niets daartussen. Cis-gender betekent “je valt in hart en hoofd samen met je geslacht”). Op straat heet zoiets dan: de gewone man, de gewone vrouw. Je vraagt je af wat er in godsnaam zo gewoon aan is als je deze staalkaart leert kennen. In een toekomstige wereld wens je dat de binaire-cisgender-witte-hetero-man-of-vrouw slechts één van de identiteiten is en niet meer de norm.

LHBTIQAPC is een reis die we nog maar net zijn begonnen

Wat hebben we eigenlijk aan zo’n avond? Brengt het ons verder in ons begrip? Draagt het bij aan de doelstelling van inclusiviteit, acceptatie en tolerantie? Er zijn geen eenduidige antwoorden te geven op die vragen, nóg niet. Het is een reis waarvan iedereen alleen het einddoel min of meer voor zich ziet. De LHBT+ community staat nog aan het begin van de reis. Een reis die uiteindelijk moet leiden tot meer begrip in de ‘traditionele’, de ‘gewone’ wereld, of eigenlijk gewoon bij iedereen. Daar draagt een avond als deze aan bij. Het voelt als een noodzaak dat veel meer mensen leren over verschillende identiteiten, en de talloze voorkeuren en uitingsvormen. Dat het onderscheiden en het onder woorden brengen van al die vormen juist voor deze groep, die zich náást de klassieke man/vrouw hetero norm voelt staan, van groot belang is. En daarmee voor onze samenleving als geheel. Als dát geen belangrijke reis is.

Maikel schetst in een gesprek na deze avond, een volgende stap in deze discussie. “Er is best nog veel weerstand tegen de terminologie, en zelfs tegen sommige identiteiten”, zegt Maikel, ook in de community zelf. “Dat maakt het niet makkelijker. De uitdaging op dit moment is daarom vooral bewustwording. Bijvoorbeeld door het vertellen van onze verhalen op allerlei manieren en platforms, zoals misschien ook in het onderwijs. Er is nog veel te doen.” 

De behoefte aan het vinden van een identiteit die bij je past is groot, universeel en boven alles, heel natuurlijk. Wie wil niet onder woorden kunnen brengen wat je voelt en wat je bent? En daar de ruimte voor krijgen in de samenleving? Dat maakt deze avond zo waardevol. Het gaat over ons allemaal en onze mentale groei. In een veilige omgeving warme persoonlijke verhalen delen en meteen bijleren over een ander. Uw “binaire cis hetero witte man” verslaggever ging in ieder geval met stof tot nadenken huiswaarts. 

Het toelichten van alle informatie in het kader van dit artikel is onmogelijk. Er is heel veel informatie te vinden op het internet, wel voornamelijk in het Engels. Enkele geschikte voorbeelden zijn:

  • Informatieve websites: coc-kennemerland.nl; www.holebi.info; iedereenisanders.nl; genderbread.org
  • Tijdschrift: “Haarlems Roze Mug Magazine”
  • Boeken: “A Guide to Gender. The Social Justice Advocate’s Handbook” door Sam Killermann // “Beyond the gender binary” door Alok Vaid Menon // “Queer. A graphic history” door Meg-John Barker & Julia Scheele

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here