In 1774 – vier jaar voor Pieter Teylers dood – verscheen in Duitsland ‘Die Leiden des jungen Werthers’, aanvankelijk anoniem, later bestempeld als dé debuutroman van Johann Wolfgang von Goethe. Zelden is er een briefroman verschenen die zijn tijd zo in de nerf wist te raken. Een groot aantal vooral jonge mensen kon zich identificeren met alle kwellingen van de hoofdpersoon Werther, een intelligente romantische jongeman wiens liefde voor een meisje niet beantwoord wordt. De destijds 72-jarige Pieter Teyler was ten tijde van Goethes debuut al 18 jaar weduwnaar en kinderloos. Hij maakte nog meer dan voorheen aanstalten om wat voor het volk achter te laten.

Rijk bij geboorte, rijk van geest

Pieter zag op 26-jarige leeftijd zijn liefde voor Helena Wijnands Verschave wél snel beantwoord. Op 26 februari 1728 trouwde Pieter op zijn 26e met de Amsterdamse Helena Wijnands Verschave. Amper een paar maanden ervoor had hij – ver nadat zijn eigen moeder (in 1721) was overleden – een groot fortuin geërfd van zijn oom Pieter en tante Elisabeth (de zus van zijn moeder) waarmee hij op 24 september 1740 het huis aan de Damstraat 21 aankocht. Omdat zijn moeder en zijn tante tot de Van der Hulst-tak behoorden, plakte Pieter als eerbetoon de familienaam achter de achternaam Teyler. 

Kunstencherubijntjes.

Over de kinder- en jeugdjaren van Pieter weten we niet veel. Het moet een nieuwsgierig ventje zijn geweest dat graag te midden van alle rijkdom en weelde van zijn ouders opgroeide tussen de boeken, de literatuur, de handelsgeest én de vrijgevochten ‘spirit’ van de Mennonieten in een stad die sterk en snel verpauperde. De kleine Pieter groeide op in een tijd waarin nieuwe volkeren, nieuwe culturen, nieuwe architectuur en kunst en daarmee vooral nieuwe inzichten over macht, politiek en economie botsten met verroeste feodale systemen onder aanvoering van een kleine heersende elite die door erfopvolging het alleenrecht op bestuur bleven opeisen. 

Alles wat nieuw was verslond Pieter Teyler volop

Pieter was een gedienstig maar leergierig, bloedserieus en een slim ventje. Hij nam alles tot zich wat ook maar enigszins te maken had met de nieuwe wetenschappelijke benadering, met kunst, met exotica, opgezette dieren, penningen uit de Nederlanden en met de handel in waardepapieren, wissels, wisselkoersen, beleggingen, leningen en dus het grote geld. In 1750 – het jaar dat zijn vader Isaac overleed – was hij één van de weinige Nederlandse investeerders die ter vermindering van de staatsschuld meer dan 200.000 gulden in Engelse fondsen belegde. Dit bleek een uitermate lucratieve belegging: Pieter Teyler verdiende erg veel geld en kon de gemeenschap veel nalaten. 

Pieter was op jonge leeftijd al doordrongen van het feit dat een eigen verantwoordelijkheid gepaard gaat met een eigen zelfbeschikkingsrecht en dat een afgezant in de vorm van een regent of koning namens God daar niets aan kan en niets aan wil veranderen. Volgens de Mennonieten is een overheid er dan ook om alle burgers te dienen en niet om de macht van een enkeling in stand te houden. Pieter moet sinds zijn prilste jeugd in aanraking zijn gekomen met elke dag weer opnieuw wat wereldnieuws van formaat. Hoewel Charles Darwin nog geboren moest worden en de Verenigde Staten pas in 1776 werden bekrachtigd, de Franse Revolutie pas in 1789 opstartte en de piramides in Egypte nog niet echt in kaart waren gebracht, draaide de cultureel-filosofische en intellectuele stroming van de Verlichting overuren tijdens Pieters leven. Voor alles waren de rede en het verstand de aanjager voor (natuur-)wetenschappelijke benaderingen. Hoe verklaren we regen, bliksem, de werking van een vulkaan, overstromingen, het uitsterven van de dino’s en hoe verhield onze aardbol zich ten opzichte van de zon, maan en sterren?  Pieter vond het prachtig en verslond alles aan Verlichtingsidealen. En ja, uitvindingen, nieuwe vondsten in mineralen, fossielen en stenen, de grote elektriseermachine van Martinus van Marum, de inmiddels wat dikkige Teyler was dol op zijn gadgets en ‘toys for boys’. 

Bijzondere interesse in filosofie en de empirische natuurwetenschappen

In Frankrijk gaf Voltaire het startschot met een gedachtegoed van vooruitstrevend humanisme, rationalisme en felle kritiek op onrecht en op de kerk. Hij wees alle vooroordelen, bovennatuurlijke en dogmatische verklaringen af, kwam op voor de mensenrechten en benadrukte vooral de rede. Samen met filosofen als Jean-Jacques Rousseau, Denis Diderot, Charles Montesquieu, René Descartes, John Locke en Adam Smith behoort Voltaire tot de bekendste en invloedrijkste filosofen van de Verlichting, aangezet door Erasmus, Spinoza, Isaac Newton en de ontdekkingen van Galileo Galilei, de grondlegger van de empirische natuurkunde als wetenschap. Teyler verslond alle literatuur om maar een antwoord te krijgen op de vragen hoe alles in elkaar stak en hoe de wereld is ontstaan.

De schilderijenzaal in het Teylers Museum.

In Teylers Museum werden voorwerpen van kunst en wetenschap (boeken, natuurkundige instrumenten, tekeningen, fossielen en mineralen) onder één dak bijeengebracht. Dit was een revolutionair initiatief voortkomend uit de idealen van de Verlichting: een kennisinstituut door en voor burgers waar men zonder dwang van Kerk of Staat zelf de wereld kon ontdekken. Als we al denken dat Pieter Teyler een verwoed verzamelaar was, dan klopt dat beeld niet helemaal. Hoewel hij wat penningen en postzegels verzamelde en behoorlijk nieuwsgierig van aard was, wilde Pieter Teyler slechts de financiële kracht achter het te bouwen museum zijn en niet de drijvende kracht; het museum werd pas gerealiseerd na zijn dood.

Sterker, in Teylers testament kwam het woord ‘museum’ helemaal niet voor. De realisatie daarvan was het werk van de bestuurders die konden beschikken over Teylers twee miljoen gulden tellende legaat. Om te garanderen dat deze vijf bestuurders de stichting na zijn dood netjes en democratisch met elkaar zouden bestieren, bedacht Pieter Teyler op de bovenverdieping van zijn huis in de Damstraat een deur met vijf sloten en evenzoveel sleutels. Bleef één bestuurder weg, dan kon men niet bij de kluis. Deze deur-met-de-vijf-sloten is nog steeds aanwezig in Teylers huis.

Zorg voor de stad

Pieter Teyler handelde vanuit een egalitair verlichtingsideaal en was het aan zijn overleden moeder en tante verplicht om met zijn fortuin zorg te dragen voor zijn stad. Hij gaf niet alleen aan zijn eigen mensen, de doopsgezinden, maar ook aan de protestanten en katholieken. Hij gaf aan de samenleving als geheel. En, dat deed Pieter Teyler ondanks zijn wat dikke voorkomen op een behoorlijk bescheiden wijze. In die zin was hij heel gewoon gebleven en kende zichzelf geen overdadige luxe toe. Okee, hij bezat een groot huis met ruim 1100 m2 leefruimte middenin de stad en ja, hij was een van de eersten die over een inhuizige toiletpot beschikte, maar dat was dan ook wel zo’n beetje het enige technologische nieuwtje dat Teyler zichzelf cadeau gaf.

Door het overlijden van zijn vrouw en wellicht door het nieuws dat ene James Cook als ontdekkingsreiziger en als wetenschapper Oost-Amerika, de huidige Frans-Polynesische eilanden, Paaseiland, Australië en alle oceanen en oceaaneilanden nauwkeurig in kaart had gebracht, moet Pieter Teyler het besef hebben gehad dat wetenschap vooral een kwestie is van proefondervindelijk doen en daadwerkelijk ondernemen. Zomaar wat kunst, penningen en boeken verzamelen levert het volk maar weinig op. Gesterkt door deze gedachte begon Teyler met ideeën voor de bouw van het Teylers Hofje aan de Koudenhorn 64a voor dames boven de zeventig, legaten voor weeshuizen én investeringen voor de Engelse handelsvloot inclusief wereldlijke expedities en handelsmissies. 

Wijlen Boudewijn Büch verklaarde dan ook maar wat graag hoe gefascineerd hij was door het Teylers Museum waar de invloed van Pieter op Büchs grote voorbeelden zoals Goethe en James Cook tot op de dag van vandaag tastbaar en merkbaar is. Tegelijkertijd, juist omdat Pieter Teyler zich inzette voor de armen en de zwakkeren van onze samenleving, stuitte hij in zijn liefdadigheid op ‘buitenbeentjes’ die hij voorzag van onderdak en eten. 100% trefzeker ben ik niet, maar het is naar alle waarschijnlijkheid dat door toedoen van Pieter Teyler de van oorsprong Finse reus Daniel Cajanus via omzwervingen langs Europese vorstenhuizen als een soort van kermisattractie in Amsterdam in 1745 in Haarlem terechtkwam. Tegen betaling konden gasten in een herberg met hem dammen. Hij was een bezienswaardigheid met zijn twee meter 64 en kon zonder moeite zijn pijp aansteken met een stadslantaarn. Wanneer hij op straat tussen de mensen liep, leek het net of hij op een paard zat, zo ver stak hij boven iedereen uit. 

Het Teylers Hofje.

Na zijn dood

Pieter Teyler was dus een rijke Haarlemmer die zijn vermogen en huis naliet aan een stichting die als doel had om het leven van iedereen te verbeteren. En dus werd direct na zijn dood gebouwd aan het Teylers Hofje, het Klein Heiligland dat later bij het Vrouwe- en Anthoniegasthuis werd gevoegd, zijn huis aan de Damstraat 21 dat later het Fundatiehuis zou gaan heten en het Teylers Museum dat haar deuren in 1784 opende en toen nog alleen bestond uit de Ovale Zaal. Via een indrukwekkende, lange marmeren gang van Teylers woonhuis konden bezoekers naar de Ovale Zaal om zich te verwonderen over de nieuwste wetenschappelijke uitvindingen en de kunst van dat moment. Beroemde gasten als Einstein, keizer Napoleon en tsaar Alexander maakten hier hun opwachting. Het huis is zowel fysiek als inhoudelijk onlosmakelijk verbonden met het museum en is een essentiële schakel in Het Grote Verhaal van Teyler: het Masterplan waarmee Teylers Museum sinds 2017 werkt aan de integratie van collecties, gebouw en geschiedenis. 

Ga naar Teyler’s en blijf jezelf verwonderen!

Verwonder jezelf en ga naar het Teylers Museum en luister naar de podcastserie van Diederik Jekel en Dide Vonk. Op 5 december na een grondige renovatie wordt het Fundatiehuis; het woonhuis van Pieter Teyler op de Damstraat opengesteld voor publiek.
Tot dan publiceert Haerlems Bodem in vier delen artikelen over het leven van Pieter Teyler, zijn werk, zijn passies en zijn aanzien in onze stad van toen. Haerlems Bodem stippelt alvast een route vol bezienswaardigheden voor je bezoek uit.

Fotografie: Stefan Witte | Beeldloods en Ilse Vogel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here