Hoe kwam Pieter Teyler aan zijn meer dan omvangrijke vermogen? Wat maakte hem – tijdens de grootste economische crisis ooit – zo puissant rijk? En, wat deed hij met al zijn fortuin? Waarom ging hij niet, zoals vele van zijn collega-miljonairs lekker rentenieren op een of andere, speciaal voor hem gebouwde buitenplaats? En, hoe kwam Pieter Teyler in de financiële wereld op de Beurs van Amsterdam terecht?

Zijn werklust in de tijdgeest van de Verlichting

In 1774 – vier jaar voor Pieters dood – verscheen in Duitsland ‘Die Leiden des jungen Werthers‘ van Johann Wolfgang von Goethe. Deze debuutroman had zo maar de biografie van de persoon Pieter Teyler kunnen zijn. Al op jonge leeftijd had Pieter te maken met de dood van zijn twee zusjes en van zijn moeder. Het zorgde er echter voor dat Pieter voor het grootste gedeelte opgroeide als lid en later als diaken van de Doopsgezinde Gemeente, een kerkgenootschap van Mennonieten dat slechts geloofde in één almachtige God, in gelijkheid en zorg voor elkaar. Zelfs als je elkaar kon onderwijzen en ontwikkelen.

Galerie De Gang is nu gehuisvest in de entree van De Doopsgezinde Gemeente aan de Grote Houtstraat.

Een geboren koopman met een sociaal hart

Pieter Teyler werd als tienjarige het enig kind in het gezin van Isaac Teyler en Maria van der Hulst. Zijn zusje Tanneke stierf op 8-jarige leeftijd in 1711 en zusje Susanne stierf al na negen maanden. Amper tien jaar later kwam zijn moeder Maria te overlijden. Vader Isaac wijdde de jonge Pieter in als diaken van de Doopsgezinde Gemeente in Haarlem. Hij moet gedacht hebben dat wanneer je de jonge Pieter een spilfunctie in het genootschap van Mennonieten zou geven, hij automatisch vol liefde zou worden opgenomen en omarmd in de Doopsgezinde Gemeente. Zodoende was er een gezamenlijke zorg voor Pieter en kon vader Isaac zich nog volop laten gelden in de textielindustrie in en rondom Haarlem. De jonge Pieter was nieuwsgierig maar was allesbehalve zelf een wetenschapper. Pieter (1702-1778) was een stinkrijke Haarlemse laken- en zijdekoopman die veel vermogen direct van zijn vader geërfd had en veel gaf aan de kunst, aan de wetenschap en aan de armen en wezen in Haarlem. Zijn enorme collectie munten en postzegels stapelde zich op. Halverwege zijn leven maakte zijn carrière een stroomversnelling door als beurs- en effectenhandelaar.

Teyler de filantroop

Teyler was een soort Dagobert Duck in Haarlem, maar absoluut geen gierige vrek. Naar alle waarschijnlijkheid hebben zijn contacten bij de Doopsgezinde gemeente, waartoe Pieter behoorde, hem gewezen op de lucratieve beurs- en geldhandel in Amsterdam. Hij bekommerde zich minder om zijn collectie in waardepapieren en muntstukken en ontpopte zich tot multimiljonair in een stad tijdens de grootste economische crisis ooit. Zijn beide ouders waren al van zeer welgestelde doopsgezinde komaf. Pieter zou de succesvolle handel en zijn fabriek in de Vijfhoek in wol, textiel en zijde van zijn vader overnemen. Al op 21-jarige leeftijd schopte Pieter het tot diaken van ‘zijn’ Doopsgezinde gemeente in de Peuzelaarsteeg. Het houdt in dat de puber Pieter zich al op jonge leeftijd actief inzette voor de kerk, voor de armen, wezen en weduwen in Haarlem. 

Een collectie van lokale penningen in het Teylers Museum.

Gedienstig en fortuinlijk

Op 26 februari 1728 trouwde Pieter met de Amsterdamse Helena Wijnands Verschave. Amper een paar maanden ervoor had hij – ver nadat zijn eigen moeder (in 1721) was overleden – een groot fortuin geërfd van zijn oom Pieter en tante Elisabeth (de zus van zijn moeder) waarmee hij op 24 september 1740 het huis aan de Damstraat 21 aankocht. Omdat zijn moeder en zijn tante tot de Van der Hulst-tak behoorden, plakte Pieter als eerbetoon de familienaam achter de achternaam Teyler. Pieter was een gedienstig maar leergierig en een slim ventje. Hij nam alles tot zich wat ook maar enigszins te maken had met de nieuwe wetenschappelijke benadering, met kunst, met exotica, opgezette dieren, penningen uit de Nederlanden en met de handel in waardepapieren, wissels, wisselkoersen, beleggingen, leningen en dus het grote geld. In 1750 – het jaar dat zijn vader Isaac overleed – was hij één van de weinige Nederlandse investeerders die ter vermindering van de staatsschuld meer dan 200.000 gulden in Engelse fondsen belegde. Dit bleek een uitermate lucratieve belegging: Pieter Teyler verdiende erg veel geld en kon de gemeenschap veel nalaten.

Pieter beschikte daarnaast over een enorme hoeveelheid penningen en streekgebonden valuta en had goede kennis over de waarde in verhouding tot buitenlandse valuta ten opzichte van onze gulden. Zeg maar dat Pieter Teyler een soort Elon Musk was die grote hoeveelheden Habsburgse, Pruisische, Oostenrijkse, Franse, Spaanse, Engelse, Zuid-Nederlandse en Noord-Nederlandse hanzenpenningen bezat die hij op het juiste moment – net voordat ze werden afgeschaft – wist te verhandelen voor recordbedragen.Wellicht was hij niet helemaal zelf op het idee van de geldhandel gekomen, maar wist hij zich goed te informeren bij gelijkgestemden in de kerkgemeenschap waartoe hij behoorde (Henry Hope bijvoorbeeld, of de familie Borski). Haarlem kromp ineen tot een stad van amper 27.000 inwoners. De grote economische voorspoed van een eeuw eerder was voorbij in Amsterdam en ook in Haarlem.

Teyler verslond boeken van filosofische en van wetenschappelijke aard.

Een Mennoniet met interesse voor de Verlichting

Als klein doopsgezind jongetje moet Pieter in Haarlem zijn opgegroeid met het besef dat God allesbepalend was en dat de absolute macht slechts door God was ingegeven. Daar had je als notabele of als rijke elite maar weinig tegenin te brengen. In de 18e eeuw werd Engeland werd de thuisbasis van empiristische verlichte denkers en filosofen waaronder: John Locke, George Berkeley en David Hume. In Frankrijk gaf Voltaire het startschot met een gedachtegoed van vooruitstrevend humanisme, rationalisme en felle kritiek op onrecht en op de kerk. Hij wees alle vooroordelen, bovennatuurlijke en dogmatische verklaringen af, kwam op voor de mensenrechten en benadrukte vooral de rede. Hij geloofde wel in een God als Schepper, maar niet in aflatende Goddelijke macht van wat door erfopvolging geplaatste vervangers op aarde. Samen met filosofen als Jean-Jacques Rousseau, Denis Diderot, Charles Montesquieu, René Descartes, John Locke en Adam Smith behoort Voltaire tot de bekendste en invloedrijkste filosofen van de Verlichting, aangezet door Erasmus, Spinoza, Isaac Newton en de ontdekkingen van Galileo Galilei, de grondlegger van de empirische natuurkunde als wetenschap.

Het Verlichtingsideaal en de nieuwe geldhandel in Amsterdam

Pieter Teyler handelde vanuit een egalitair verlichtingsideaal en was het aan zijn overleden moeder en tante verplicht om met zijn fortuin zorg te dragen voor zijn stad. Hij gaf niet alleen aan zijn eigen mensen, de doopsgezinden, maar ook aan de protestanten en katholieken. Hij gaf aan de samenleving als geheel. En ja, als anti-orangistische revolutionair wilde hij maar wat graag investeren in technologische innovatie, zoals de ontwikkeling van betere molens. Als lid van de Doopsgezinde gemeenschap bekommerde hij zich om de armen, de weduwen en wezen in de stad. En, dat deed Pieter Teyler, ondanks zijn wat dikke voorkomen, op een behoorlijk bescheiden wijze. In die zin was hij heel gewoon gebleven en kende zichzelf geen overdadige luxe toe.

Alles wat we weten over het leven van Pieter Teyler is gedestilleerd uit zijn testamenten, koopakten, obligaties en kasboeken. We weten dus dat hij een verlicht burger was, nieuwsgierig, religieus, sociaal bewogen en vooral steenrijk, maar het is en blijft een geregistreerd uitgavenpatroon van een rijk man. Deze transacties zeggen maar weinig over hoe geliefd of juist hoe gehaat de man was in een failliete stad, waar bijna iedereen tot de bedelstaf behoorde. Na de dood van zijn vrouw moet wel het besef bij Pieter Teyler zijn ingedaald dat hij kinderloos was en rijk, maar alleen zou achterblijven. Meer en meer distantieerde hij zich van het gewone volk en ging mee in de trend om Frans te praten, een maniertje om te laten blijken waar je stond op de maatschappelijke ladder. Pruik op, Frans brabbelen, mineralen verzamelen, heel veel lezen en hop, op naar de Amsterdamse Beurs om je rijkdom nog meer te vergroten.

De ovale zaal in het Teylers Museum.

Koning te rijk tussen zijn verzamelingen?

Was het maar waar! Voor Pieter dan! Want, de beste baas overleed ruim 6 jaar voordat de deuren van het gloednieuw opgeleverde Teylers Museum opengingen. Hij heeft het zelfs niet mogen meemaken dat achter zijn woonhuis aan de Damstraat in 1778 een centrum werd geopend als ‘boek- en konstzael’, een openbare gelegenheid voor kunst, kennis, onderwijs en wetenschap. Bij de uitvoering van zijn testament werd daartoe besloten. In Teylers Museum werden voorwerpen van kunst en wetenschap (boeken, natuurkundige instrumenten, tekeningen, fossielen en mineralen) onder één dak bijeengebracht. Dit was een revolutionair initiatief voortkomend uit de idealen van de Verlichting: een kennisinstituut door en voor burgers waar men zonder dwang van Kerk of Staat zelf de wereld kon ontdekken. Als we al denken dat Pieter Teyler een verwoed verzamelaar was, dan klopt zelfs dat beeld niet. Pieter Teyler was slechts de financiële kracht achter het museum, niet de drijvende; het museum werd gerealiseerd na zijn dood.

Zomaar wat verzamelobjecten achter slot en grendel.

Sterker nog, in Teylers testament kwam het woord ‘museum’ helemaal niet voor. De realisatie daarvan was het werk van de bestuurders die konden beschikken over Teylers twee miljoen gulden tellende legaat. Om te garanderen dat deze vijf bestuurders de stichting na zijn dood netjes en democratisch met elkaar zouden bestieren, bedacht Pieter Teyler op de bovenverdieping van zijn huis in de Damstraat een deur met vijf sloten en evenzoveel sleutels. Bleef één bestuurder weg, dan kon men niet bij de kluis. Deze deur-met-de-vijf-sloten is nog steeds aanwezig in Teylers huis. De vijf bestuurders moesten handelden in de geest van Pieter Teyler. Hij liet twee genootschappen oprichten, waarvan de een zich bezighield met de vraag welke rol godsdienst diende in te nemen in een vrije samenleving en de ander zich boog over (tot dan toe) onverklaarde natuurkundige fenomenen. Dat laatste vormde de kiem van het huidige museum.

Nalatenschap

Toen zijn vrouw Helena Wijnands Verschaave in 1756 overleed en Pieter alleen op de Damstraat achterbleef maakte hij aanstalten om na zijn eigen dood iets na te laten voor de stad. Het echtpaar had geen kinderen en daarom alleen al bepaalde Pieter in zijn testament dat er voor het beheer van zijn fortuin (omgerekend naar nu een dikke 80 miljoen euro) en zijn woonhuis een stichting moest worden opgericht. De nalatenschap van Pieter schatte hij zelf in op een waarde van twee miljoen gulden en moest besteed worden aan godsdienst, armenzorg, kunst en wetenschap. Over het resterend vermogen van Pieter is bijna twee eeuwen lang door vermeende familie geruzied.

Door het overlijden van zijn vrouw en wellicht door het nieuws dat ene James Cook als ontdekkingsreiziger en als wetenschapper nieuwe werelden had ontdekt, moet Pieter het besef hebben gehad dat wetenschap vooral een kwestie is van proefondervindelijk doen en daadwerkelijk ondernemen. Zomaar wat kunst, penningen en boeken verzamelen levert het volk maar weinig op. Gesterkt door deze gedachte begon Teyler met ideeën voor de bouw van het Teylers Hofje aan de Koudenhorn 64a voor dames boven de zeventig, legaten voor weeshuizen én investeringen voor de Engelse handelsvloot inclusief wereldlijke expedities en handelsmissies. Tegelijkertijd, juist omdat Pieter Teyler zich inzette voor de armen en de zwakkeren van onze samenleving, stuitte hij in zijn liefdadigheid op ‘buitenbeentjes’ die hij voorzag van onderdak en eten.

Het Teylers Hofje in Haarlem.

Na zijn dood

Pieter Teyler was dus een rijke Haarlemmer die zijn vermogen en huis naliet aan een stichting die als doel had om het leven van iedereen te verbeteren. En dus werd direct na zijn dood gebouwd aan het Teylers Hofje, het Klein Heiligland dat later bij het Vrouwe- en Anthoniegasthuis werd gevoegd, zijn huis aan de Damstraat 21 dat later het Fundatiehuis zou gaan heten en het Teylers Museum dat haar deuren in 1784 opende en toen nog alleen bestond uit de Ovale Zaal. Via een indrukwekkende, lange marmeren gang van Teylers woonhuis konden bezoekers naar de Ovale Zaal om zich te verwonderen over de nieuwste wetenschappelijke uitvindingen en de kunst van dat moment. Beroemde gasten als Einstein, keizer Napoleon en tsaar Alexander maakten hier hun opwachting. Het huis is zowel fysiek als inhoudelijk onlosmakelijk verbonden met het museum en is een essentiële schakel in Het Grote Verhaal van Teyler: het Masterplan waarmee Teylers Museum sinds 2017 werkt aan de integratie van collecties, gebouw en geschiedenis. 

Ga naar Teyler’s en blijf jezelf verwonderen!

Verwonder jezelf en ga naar het Teylers Museum en luister naar de podcastserie van Diederik Jekel en Dide Vonk.
 
Op 5 december na een grondige renovatie wordt het Fundatiehuis; het woonhuis van Pieter Teyler op de Damstraat opengesteld voor publiek.
Tot dan publiceert Haerlems Bodem in vier delen artikelen over het leven van Pieter Teyler, zijn werk, zijn passies en zijn aanzien in onze stad van toen. Haerlems Bodem stippelt alvast een route vol bezienswaardigheden voor je bezoek uit.

Fotografie: Stefan Witte|Beedloods en Ilse Vogel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here