Bij familie en vrienden is het zo langzamerhand wel bekend dat ik een enorme graftakkenhekel heb aan alles wat met koken te maken heeft. Ik kan het niet en ik wíl het ook niet kunnen. Ik weet het, het is een nogal makkelijke, egoïstische en misschien zelfs lichtelijk asociale bekentenis, maar ik verkeer nu eenmaal in de gelukkige omstandigheid dat ik nooit de noodzaak heb gekend om te leren koken. Al meer dan vijftig jaar wordt het mij toegestaan om misbruik te maken van de kookkunsten van anderen. Eigenlijk zijn de avondmaaltijden me altijd min of meer komen aanwaaien. Ik heb me dus nooit serieus hoeven verdiepen in kookboeken, geheime recepten van oudtantes of goedbedoelde culinaire adviezen van Jamie Oliver-wannabe’s die één keer per maand gastronomisch losgaan achter het fornuis van de kookclub. Inderdaad, ik ben behoorlijk verwend.

Waar mijn afkeer en totale desinteresse voor koken precies vandaan komen is niet helemaal duidelijk. Het gemis aan dwang om me in de wondere wereld van de keuken te begeven zal zeker meespelen, maar waarschijnlijk schuilt mijn gebrek aan belangstelling vooral in het feit dat ik een slechte eter ben. Ik lust geen sla, eet slechts vijf verschillende groenten, ben niet bijster gek op pasta en heb niets met de oriëntaalse keuken.

Echt, ontzettend interessant, Guliker, maar waarom moeten wij deze stuitende non-informatie in godsnaam tot ons nemen, denk je waarschijnlijk. En terecht. Eerlijk gezegd weet ik het ook niet precies. Wellicht probeer ik stiekem een beetje begrip te kweken voor het resterende deel van deze tekst. Het deel waarin ik al dat interessante gelul over exclusieve culinaire hoogstandjes eens flink ga afzeiken. Zie deze inleiding maar als een slechte poging om mijn bovenmatige afkeer van alle pretentieuze interessantdoenerij te rechtvaardigen. Misschien slaat het nergens op, maar dat geldt ook voor al die zogenaamd exquise twaalfgangenmenu’s. Uiteindelijk worden ze namelijk allemaal tot stront vermalen.

Het is geen nieuws, dus vermoedelijk heb je het al eens eerder gehoord of gelezen, maar zonder eten ga je dood. Ook al zouden sommigen het graag anders zien, ik was voorlopig nog niet van plan om de eeuwige jachtvelden op te zoeken, dus ik kán simpelweg geen hekel hebben aan eten, maar gelukkig wel aan het overdreven en volkomen doorgeslagen geouwehoer erover. Ik haat het jargon dat er blijkbaar bij hoort en ik vervloek de aanstellers die het bezigen. Meestal zijn het van die laagbegaafden die zonder enige terughoudendheid grif tweehonderdvijftig euro per persoon betalen om te kunnen pochen dat ze bij één of ander omhooggevallen sterrenrestaurant zijn geweest. Ik heb er een paar in mijn kennissenkring. Henk en Ingrid bijvoorbeeld (hun echte namen zijn bij de redactie bekend). Nog niet zo lang geleden ben ik bij ze op visite geweest.

Het stel vertelde dat ze naar De Librije in Zwolle waren geweest. Ze hadden geweldig genoten en waren bijzonder onder de indruk geraakt van de overweldigende klasse en ambiance van het restaurant (spreek uit als restaurâh). De exclusieve bourgognewijn, een Domaine Coche-Dury Pommard Les Vaumuriens uit 2009 van tweehonderd euro per fles, was volgens Ingrid niet te versmaden (mocht je je afvragen hoe ik in hemelsnaam alle details onthoud, ik neem altijd al mijn gesprekken stiekem op) en het eten, o, het eten was uiteraard ongekend goed geweest. Bijna goddelijk. Met name de époisses, de aardappeluitlek en de konijnenniertjes waren bij Henk goed in de smaak gevallen. Euh, aardappeluitlek? Konijnennieren? Het klonk mij niet erg aantrekkelijk in de oren, maar dat kon natuurlijk ook gewoon aan mijn oren liggen.

Ingrid roemde vooral de innovatieve keuken van De Librije. Ze raakte niet uitgepraat over het samenspel van authentieke streekproducten en de nieuwste kooktechnieken. Vol overtuiging vertelde ze hoe ze het Zwolse achterland duidelijk in ieder gerecht had kunnen terug proeven, al had haar tong uiteraard best wel hier en daar een mondiale toets ontwaard.”

Uiteraard,” mompelde ik zachtjes en ik vroeg me af hoelang het nog zou duren voordat ze dat ene woord zou laten vallen (je weet wel, dat woord waar dit slag graag mee pocht, inderdaad ‘niets is beter dan dat ene woooooord…’ nee, natuurlijk bedoel ik niet Feyenoord). Ingrid keek me vragend aan, om vervolgens onder het mom van ‘u vraagt, wij draaien’ te melden dat chef-kok Jonnie Boer natuurlijk niet voor niets drie Michelinsterren achter zijn naam had staan. Zo, dat was snel!

Nee, Jonnie (Ingrid mocht Jonnie zeggen) was echt ge-wel-dig. Ieder gerecht verried zijn passie en liefde voor het vak. Volgens Ingrid stond eten bij De Librije zo’n beetje gelijk aan een sensationele multi-orgastische ervaring. In eerste instantie twijfelde ik of ik haar wel goed had verstaan. Bedoelde ze niet gewoon multi-gastronomisch? Even rees bij mij zelfs het vermoeden dat Henk haar in een geile bui vliegensvlug meervoudig had laten klaarkomen op het toilet van het sterrenrestaurant, maar dat bleek slechts een dwaling van mijn zieke geest te zijn, want toen ze het volledige menu nog eens dunnetjes opsomde viel ze in herhaling en begreep ik dat de lepelamuse met het vleugje mierikswortel door de geitenkaas haar wel degelijk een orgastische smaakbeleving had bezorgd.

Toen ik thuiskwam begon ik aan mezelf te twijfelen. In al mijn eenvoud dacht ik dat het misschien toch aan mij lag. Eigenlijk wilde ik ook wel een lepel geitenkaas met een vleugje mierikswortel gevolgd door zo’n sensationele multi-orgastische ervaring. Wellicht hadden Henk en Ingrid er echt verstand van en miste ik iets fantastisch. De bijna poëtische woorden waarmee Ingrid haar zinnen vulde waren best indrukwekkend. Ingrid wist waar ze het over had, ineens wist ik het zeker… tot ik uit pure nieuwsgierigheid mijn laptop opstartte, de website van De Librije aanklikte en al direct op de homepage bijna letterlijk het complete relaas van de charlatan teruglas. Tja.

Enigszins gedesillusioneerd pakte ik de afstandsbediening en zapte van het ene kookprogramma naar het andere. Van Wie is de Chef naar Smaken Verschillen en van Ready Steady Cook naar Topchef. Mijn hemel, hoeveel van die programma’s zijn er eigenlijk? Op RTL 4 doemde Herman den Blijker op uit de walm van zijn sigaar. Terwijl hij hardhandig aan de knoppen van een fornuis draaide, lulde hij met zijn Rotterdamse accent en een onnavolgbare passie zijn programma vol. Hij had het over mooie gefrituurde peterselie, mooie gepocheerde scharreleieren en een mooie côte de boeuf met een heerlijke bearnaisesaus. Omdat ik extreem allergisch ben voor al het eten of drinken waar het woordje ‘mooi’ voor staat zapte ik naar SBS 6, waar zenuwlijder Pierre-gooi-je-haar-in-de-Wind hevig zwetend zijn meest recente vegetarische gerechten aan de man probeerde te brengen. Ik weet niet wat het is, maar ik kan echt niet langer dan een halve minuut naar die adhd’er kijken zonder spontaan rooie vlekken in mijn nek te krijgen. Mijn kookpunt was inmiddels wel bereikt en het liefst had ik al die tv-koks naar een onbewoond kookeiland in de Stille Oceaan willen schoppen. Toch moest de apotheose van mijn dagje culinair ergeren nog komen. Het was inmiddels zeven uur en ik zapte naar NPO 1.

Ik dacht dat jij niet meer naar De Wereld Draait Door keek,’ zei mijn vriendin, oplettend en bijdehand als ze is.
Klopt, maar ik ben een beetje kookmoe,’ antwoordde ik.
Sinds wanneer ben jij aan de coke?
Kookmoe als in koken, je weet wel, de primaire taak van die wezens met tieten op hun buik,’ zei ik provocerend en ik wist direct hoe laat het was.
Dat is nou jammer, zeg. Ik wilde net een bordje bloemkool voor je klaarmaken,’ zei ze zachtjes zonder verder ook maar een spier te vertrekken.

Met een papje?’ vroeg ik, terwijl ik allang wist dat het zinloos was. Ze knikte en staarde stoïcijns naar het beeldscherm. Ze had natuurlijk gelijk, ik had het er immers zelf naar gemaakt. Ze wist echt wel dat ik het niet meende en dat ik in tegenstelling tot wat ik weleens heb opgeschreven in werkelijkheid absoluut niet vrouwonvriendelijk ben, maar het was haar eer te na om mij ongestraft met dit soort bedenkelijke opmerkingen weg te laten komen. Ik zag dat het ook bij DWDD over exclusief kokkerellen ging. Onderwerp van gesprek was Noma, een overgewaardeerde Deense vreetschuur met sterren, die algemeen wordt beschouwd als het beste restaurant ter wereld. Naast Matthijs van Nieuwkerk en tafelheer Paul de Leeuw zaten er ook een presentatrice van een kookprogramma en een bebaarde hipster aan tafel. Die laatste twee bleken vermomd als culinair recensenten onlangs in Denemarken te zijn geweest om bij Noma te genieten van een diner dat bestond uit twintig baanbrekende gerechten die bij elkaar opgeteld een compleet verhaal zouden vertellen. Volgens de presentatrice was het eten in Noma pure kunst. Het was zelfs zo goed, exclusief en onconventioneel dat de hipster meerdere malen zijn tranen had moeten bedwingen. Aggossie, dat arme hipstertje toch. Misschien een ideetje voor de tekenaars van Studio Vandersteen. Suske en Wiske en de Huilende Hipster.

Even voor de mensen die denken: daar wil ik weleens heen, kunnen we dit betalen?’ hoorde ik Matthijs vragen.
Ik vind het relatief. Gek genoeg vond ik het niet extreem,’ antwoordde de presentatrice.
Nee! Het is echt betaalbaar, absoluut,’ beaamde Paul.
‘Oké,’ zei Matthijs.
Het kost natuurlijk wel iets meer dan wanneer je ergens gewoon een patatje gaat eten,’ riep de presentatrice.
Nee, het is natuurlijk geen Van der Valk,’ vulde Paul aan.
Wat kost dat dan?’ riep Theo Maassen tot twee keer toe. Hij zat op de voorste rij van de publieke tribune.
Je moet ervan uitgaan dat je zo’n vierhonderdvijftig euro voor drank en eten kwijt bent,’ zei de hipster zonder met zijn ogen te knipperen.
Per persoon?’ wilde Theo nog weten.
Ja,’ bevestigde de hipster. Ik keek mijn vriendin aan en zag haar het hoofd schudden.
In geen vierhonderdvijftig jaar,’ zei ze verontwaardigd. ‘Dat zijn toch geen prijzen meer. Hoe kun je over een betaalbare maaltijd praten als-ie vierhonderdvijftig euro per persoon kost? Ik dacht dat de VARA een socialistische arbeidersomroep was, maar volgens mij hebben ze geen enkele binding meer met hun oorspronkelijke achterban. Hoe leg je dit in godsnaam uit aan een koffiejuffrouw die met amper veertienhonderd euro in de maand thuiskomt?

Het is niet meer uit te leggen,’ antwoordde ik. ‘Die twee VARA-miljonairs die daar zitten verdienen met z’n tweeën waarschijnlijk meer dan honderd koffiejuffrouwen bij elkaar. Het ergste is nog dat ze bij een publieke omroep werken. Het zijn verkapte ambtenaren en die exorbitant hoge salarissen worden dus gewoon van jouw en mijn belastingcenten betaald. Ze zijn verworden tot kaviaar knagende salonsocialisten, die zich louter nog bewegen binnen de veiligheid van het incestueuze groepje grootverdieners dat al sinds jaar en dag het elitaire deel van de Amsterdamse grachtengordels bevolkt. Ze hebben allang geen contact meer met de buitenwereld en geloven gewoon niet dat er in Nederland mensen bestaan die van een paar honderd euro per maand moeten rondkomen. Eigenlijk is het dus wel logisch dat de VARA-elite het normaal vindt om menu’s van vierhonderdvijftig euro weg te stouwen,’ zei ik. Het gezicht van mijn vriendin werd er niet vrolijker op.

Ik hou best van lekker eten, maar geen enkele maaltijd is vierhonderdvijftig euro waard, al zouden het vijftig gangen zijn. Het gedrag van dit soort mensen is volkomen ontspoord en ze zijn de schaamte compleet voorbij. Steeds als ik denk dat ze daar bij DWDD niet nog dieper kunnen zinken bewijzen ze weer het tegendeel. Ik zou voor geen goud naar dat restaurant gaan. Zelfs niet als ik morgen de Jackpot in de Staatsloterij win.

Ik ook niet, sterrenrestaurants zijn sowieso niet aan mij besteed,’ zei ik, waarna ik in keurig Haarlems de garçon van een sterrenrestaurant imiteerde.

Rechts op het bord aanschouwt u een compositie van Noord-Griekse vijgen omgeven door een ring van prachtige Zuid-Italiaanse olijven op een kakelvers bedje van persoonlijk door Aladdin op zijn hoogpolig tegendraads geweven tapijt hiernaartoe gevlogen met bladgoud gedrapeerde Oost-Babylonische stoofperen. Links kunt u genieten van een hoogst aangenaam gekruid stukje rundvlees afkomstig van de witte charolais, die liefdevol is gefokt op onze eigen biologische zorgboerderij voor homo-erotische runderen die zich vanwege agressieproblemen nimmer hebben geplaatst voor het wereldkampioenschap synchroonzwemmen. Daarnaast een ontroerend mooi gecremeerde prei omgeven door een vlucht aan gepofte doperwtjes, geparfumeerd met een vleugje zoet van delicate Sakura-kersenbloesems. Eet smakelijk,’ zei ik tegen mijn vriendin, die nu eindelijk een glimlach op haar gezicht toeliet.

Mafkees. Geef mij die afstandsbediening eens, want ik heb nu wel genoeg culinaire narigheid gehoord voor vandaag.
Ja, anders ik wel.
Je moet een jaar van tevoren reserveren, maar dat is het waard. Het is echt om te huilen, zo lekker,’ hoorde ik de huilende hipster nog net zeggen voordat mijn vriendin hem de mond snoerde door op de knop van de afstandsbediening te drukken.
Helpt het als ik zeg dat het wel erg mooie tieten zijn, die op je buik hangen,’ vroeg ik aan mijn vriendin.
Natuurlijk, maar het is helaas niet genoeg voor bloemkool, laat staan een papje. Er staat nog lasagne in de koelkast.
Gadverdamme, alweer pasta?
Stel je niet aan. Je hoeft die bak alleen maar even op te warmen in de oven. Vijftien minuutjes, meer niet.
Ja, hallo? Ik kan niet koken, weet je nog?
Opwarmen is geen koken,’ zei ze stellig.

Nee, dat is waar,’ verzuchtte ik. Ik liep naar de keuken, zette de lasagne in de oven, stelde de klok in en drukte op start. Door het ovenvenster zag ik hoe de door mij zo gehate maaltijd werd verwarmd. Ik verlangde naar bloemkool met een papje. Misschien was dit wel een mooi moment om net als de huilende hipster mijn tranen de vrije loop te laten. Gewoon, boven die bak met gore lasagne. Niet omdat het zo goed, exclusief of onconventioneel was, maar gewoon uit puur verdriet omdat ik wist dat het vanavond opnieuw geen sensationele multi-orgastische ervaring zou worden.

Credo Uitgevers © | 2017

Meer columns lezen? Bestel ‘Niet voor tere zieltjes 1 en/of 2’.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here