Volgens vrienden en kennissen is het erg 2017 om in de namiddag een roseetje te doen bij een van de hippe strandpaviljoens in Bloemendaal aan Zee en aansluitend een hapje te gaan eten bij restaurant Loetje in Overveen. Als tegendraadse meeloper heb ik besloten om de volgorde om te draaien en dus rij ik om vier uur ’s middags de parkeerplaats op van het Overveense restaurant.

Terwijl ik mijn bescheiden Renault Clio naast een peperdure Aston Martin parkeer vertel ik mijn vriendin dat ik hier al heel lang niet meer ben geweest. ‘De laatste keer moet zeker vijftien jaar geleden zijn geweest. Toen heette het hier nog Hotel-Restaurant Roozendaal,’ zeg ik als we uitstappen en ons vergapen aan de Porsche cabrio’s, Jaguars en dikke SUV’s. ‘Zo te zien is de clientèle hier niet bepaald armlastig,’ zegt mijn vriendin. ‘Heb je die Maserati al gezien?’ Ik schud lachend mijn hoofd en laat mijn ogen over de rest van het wagenpark der welgestelden dwalen. De zaterdagse lentezon weerkaatst op alle rijkdom en ik knijp mijn ogen tot spleetjes om de schittering op alle overdaad te kunnen weerstaan.

‘Ik weet nog dat ik hier vroeger als kind vaak met mijn oma kwam. Soms bracht mijn opa ons, maar meestal gingen we met de bus. Eén keer in de maand sprak ze hier af met haar vriendinnen van de rummikubclub om koffie te drinken. In mijn herinnering waren ze hier allemaal gemiddeld honderd jaar oud, maar ik vond het prachtig. Als we trek hadden bestelden we voor vijf gulden het weekmenu. Ze hadden het ook het jaarmenu kunnen noemen, want voor zover ik me kan herinneren was het altijd dezelfde kleffe zeetong met een bordje slappe patat en een klodder mayonaise. Ik vond het heerlijk,’ beken ik.

Nu is het de beurt aan mijn vriendin om te lachen en het hoofd te schudden. ‘Ik vrees dat ze daar culinair gezien nu niet meer mee wegkomen. En ik denk dat al die honderdjarige oma’s
van weleer inmiddels op de eeuwige jachtvelden vertoeven, want ik zie alleen maar twintigers, dertigers en veertigers en ik ben bang dat die niet met de bus zijn gekomen,’ fluistert ze als we het terras op lopen en plaatsnemen aan het enige vrije tafeltje. Terwijl ze de kaart bestudeert gluur ik over haar schouder door het raam van het restaurant. ‘Mijn hemel, binnen zit het ook helemaal vol. Ik kan me niet heugen dat ik het hier vroeger ooit zo druk heb gezien. Het is ook compleet verbouwd. Alles is nu strak en modern. Vroeger lagen er Perzische kleedjes op de tafels en er hingen koekoeksklokken en hertengeweien aan de muren. Alles hierbinnen was oud en versleten. Er lag hoogpolig tapijt op de vloer, de
koffie en limonade roken muf en zelfs een broodje jonge kaas smaakte belegen.’

‘Ach ja, die goeie ouwe tijd, toen alles afgetrapt en smoezelig was en restaurants nog naar oude mensen roken. Hou toch eens op met dat eeuwige melancholische gejammer van je. Wees blij dat het hier nu gezellig druk en lekker fris is,’ zegt mijn vriendin als ze me de menukaart aanreikt en ik direct zie dat ik voor de zeetong van mijn oma inmiddels een dikke twintig euro moet neertellen. Dat is omgerekend bijna tien keer zo veel, maar omdat ze al heeft aangegeven dat ze klaar is met mijn gezever over vroeger besluit ik niets te zeggen. Aan het tafeltje naast ons wordt intussen luid gelachen. Ik kijk vluchtig opzij en zie twee dertigers met glad naar achteren gekamd halflang haar zich tegoed doen aan bier en sigaren.

Ik kijk weer naar mijn vriendin en glimlach. Ze buigt zich over het tafeltje in mijn richting.
‘Als je ooit zo’n rooie broek aantrekt, ga ik acuut van je af,’ fluistert ze terwijl een van de heren naast ons een bekende spot. Hij laat het ons en de rest van de aanwezigen uitbundig weten. ‘Rody! Roderick van Wadenoyen-Doorwerth!’ klinkt het over het terras. ‘Cheers, vrind!’ Vier tafels verder steekt een man zijn glas in de lucht. ‘Olivier, à votre santé!’ echoot hij lachend terug in een nog interessantere taal. Zijn kleding en bekakte accent verraden direct dat hij lid is van dezelfde Rotary Club als de schreeuwers aan het tafeltje naast ons.

‘Bla, bla, bla… wat een stelletje vreselijke ballen,’ fluistert mijn vriendin terwijl ze een vies gezicht trekt. ‘Ja, maar die ballen stappen straks wel in die Maserati op de parkeerplaats om naar hun stulpje in Aerdenhout te vertrekken,’ antwoord ik. ‘Jij moet straks met je plat pratende schrijvertje in een Renault Clio terug naar je rijtjeshuis in Haarlem-Noord.’ ‘Zolang je geen rooie broeken draagt maakt het me allemaal niet uit. Wat is er trouwens mis met een rijtjeshuis in Haarlem-Noord?’

‘Niets. Helemaal niets,’ antwoord ik, ‘maar het lijkt me best interessant om eens een dagje de rijke kakker uit te hangen.’ ‘Nogmaals, zolang je geen reude pantalon aantrekt, vind ik alles best,’ zegt ze met een Gooise R terwijl ze de kraag van haar bloes omhoog zet en me arrogant aankijkt. ‘We zitten wel op het terras van een restaurant, Rody, dus gaan we nog iets te knabbelen bestellen of hoe zit dat?’ Zonder ook maar een lachspier te vertrekken kijkt ze me vragend aan en ik besluit het rollenspel mee te spelen.

‘Natuurlijk, weet de freule Van Grijpskerke-van Avezaath al wat ze blieft?’ ‘Jawel heur, al is de kaart me eigenlijk veel te geweuntjes. De brunchkaerten op de hackey-en golfclub zijn potdeurie nog uitgebreider. Dit is bijna volks, bah! Het spijt me, Roderick de Pruyssenaere-tot Berenclauw, maer hoe heb je me in hemelsnaam hierveur kunnen inviteren? Ik ben geen arbeider.’ ‘Mijn welgemeende excuus, Willemijn. Ik had er geen weet van. Vroegeur ging het er hier heel anders aan toe. Zowel het menu als de clientèle was destijds een stuk gedistingeerder. De luid orerende in reude pantalon gesteuken nouveau riche bestond niet en iedere ordinaire snoodaard met halflang haer werd geweunweg vriendelijk verzocht het etablissement te verlaten. Ach ja, vroegeur was er nog onderscheid tussen ons soort mensen en de geweune burgers. Maar goed, wat mag ik veur je bestellen?’ ‘Als veurgerecht de wonton met gereukte zalm en wasabimayonaise en als heufdgerecht gaarne de Reude Waerd-ossenhaes.’

Ik kijk op de kaart en zie dat mijn vriendin wel heel erg opgaat in ons rollenspel. Normaal gesproken bestelt ze een sateetje om mij niet op kosten te jagen, maar als Willemijn heeft ze daar duidelijk dikke kak aan. Godskolere, daar gaat mijn daggeld. Ik laat me niet kennen en geef onze bestellingen door aan de serveerster. For old times’ sake bestel ik zelf de zwaar overprijsde Noordzeetong. Je bent tenslotte maar één keer in je leven Roderick de Pruyssenaere-tot Berenclauw. Terwijl het decor van ons spontane toneelstuk almaar heviger wordt verlicht door de lentezon en een ober twee glazen rosé op tafel zet, lach ik verliefd naar de freule Van Grijpskerke-van Avezaath. Mijn eigen over het paard getilde kakmadam en het staat haar nog ook.

Wat een heerlijke ambiance,’ zeg ik als ik mijn glas oppak en in de lucht hou. ‘À votre santé, Rody!’ zegt Willemijn hard genoeg om de wenkbrauwen van de heren aan het tafeltje naast ons te doen fronsen. Ik moet alle zeilen bijzetten om niet in lachen uit te barsten en in mijn rol te blijven. Nu ik weet dat we de aandacht van de rodebroekenbrigade hebben maak ik er ongegeneerd misbruik van. ‘Wil je me alsjeblieft helpen herinneren dat beide Range Rovers maandagochtend naar de garage moeten? O, en Hidde en Jan-Fleuris hebben dinsdagmiddag twee uur lang privé-pololes van Jozias de la Fontaine-tot Bonkenhave. Denk je dat jij ze even kunt brengen?’ vraag ik. Willemijn kijkt me vragend aan en ik rol mijn ogen richting het tafeltje naast ons. Ze heeft me direct door.

Euh, ja, natuurlijk. Uiteraerd. Ik heb Cornelie en Teuntje alleen wel beleufd dat ik ze uit
scheul naar Ariane breng. Haer ouders hebben een nieuw zwemresort in de achtertuin laten
aanleggen en je weet hoe gek onze waterratjes zijn op al dat geplons.’ ‘Help eens even, wie is Ariane ook alweer?’‘Ariane is de deuchter van Claire Groot Kormelink-van Dueren, met wie ik op het gymnasium heb gezeten. Ze woont in Aerdenhout en is getrouwd met Wouter
Schimmelpenninck-van der Oye.’ ‘O ja, natuurlijk, stoute Wouter. Die zit in de Raad van Bestuur bij Shell. Weet je wie tegenwoordig zijn bridgepartner is?’ ‘Ja. Julius van Tuyll-van Serooskerken. Claire vertelde het,’ zegt mijn vriendin. Als ik niet beter zou weten, zou ik direct geloven dat al deze mensen echt bestaan.

Aan het tafeltje naast ons is het inmiddels doodstil. Het is duidelijk dat onze conversatie op de voet wordt gevolgd. ‘Wanneer weurdt het grind op de oprijlaan eigenlijk vervangen?’ vraag ik. ‘De rechter oprijlaan aanstaande woensdag en links pas volgende week,’ antwoordt ze messcherp. ‘O jee. Is dat niet wat oneconeumisch?’ ‘Jawel, maar de leverancier uit Neurwegen heeft een fout gemaakt. Volgens de tuinmannen wordt er pas vulgende week weer een verse lading grind ingevleugen.’ ‘Hij weet toch wel dat het rieten dak dan weurdt vervangen?’ ‘Vulgens hem is het geen preubleem, maer ik zal veur alle zekerheid morgen nog even de tuinarchitect bellen.

We hebben ons decadente toneelspel de hele middag volgehouden. Ik heb nog nooit zo veel
geld verdiend en weer uitgegeven als in het script van ons toneelstuk. Alles wat maar
enigszins opschepperig of kakkineus klonk hebben we voorbij laten komen. Van ons jacht in
Saint-Tropez tot ons tweede huis aan de Côte d’Azur en van ons derde huis op Barbados tot
aan de paardenstallen van onze fictieve dochters. Alles hebben we genoemd en besproken,
zonder ook maar één keer publiekelijk uit onze rol te vallen. En aan het tafeltje naast ons bleef het stil. Je voelde de verbazing gewoon groeien, net als de afgunst en het ongenoegen.

We waren uitgegeten, maar de kers op de taart moest nog komen. Nadat ik met onzichtbare pijn in mijn hart en portemonnee had afgerekend, liepen we met een stoïcijns gezicht naar de parkeerplaats. Zonder iets te zeggen stapten we in onze Renault Clio. Ik startte de auto en liet langzaam de elektrische ramen zakken. Ik zuchtte diep en gaf mijn vriendin het teken dat het definitieve einde van de avonturen van Roderick en Willemijn zou betekenen.

Nu,’ zei ik lachend en ze draaide de volumeknop van de radio naar de hoogste stand. Met
een hels kabaal schalde de stem van Chrissie Hynde uit de speakers. ‘Don’t Get Me Wrong
van The Pretenders, toepasselijker was onmogelijk. Ik stuurde onze afgetrapte Clio zonder
wieldoppen van de parkeerplaats, bleef even staan bij de rand van het terras en toeterde net
iets te lang en te vaak terwijl mijn vriendin overdreven fanatiek naar de totaal verbouwereerde rodebroekenbrigade zwaaide. Toen we richting Bloemendaal aan Zee reden, liepen de tranen over onze wangen van het lachen.

Halverwege de Zeeweg vroeg mijn vriendin zich hardop af wie we straks op het strand zouden kunnen nadoen. ‘Ik ben bang dat het de tokkies worden, misschien een paar zwervers, want die ossenhaas van Willemijn en de zeetong van Roderick hebben er financieel behoorlijk in gehakt,’ antwoordde ik. ‘Ach, voor een keertje moet het kunnen. En het was het dubbel en dwars waard, want ik heb in tijden niet zo gelachen.’ ‘Dat is waar,’ beaamde ik. ‘Het was een heerlijke middag vol humor en nostalgie.’ ‘Hoe was je zeetong eigenlijk?’ ‘Die was nostalgisch goed. Bijna net zo klef als vijfenveertig jaar geleden.’

4 REACTIES

  1. Fantastisch en hilarisch, zoals al je verhalen en colums. In tijden niet meer zo genoten van boeken als die van Jeroen! TOP!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here