Honden. De mens haar beste vriend. Trouwe viervoeters. Als familie. Honden zijn wereldwijd de meest favoriete huisdieren. En toch heb ik zo’n ontzettende moeite met ze in de Haarlemse horeca. Ik erger mij kapot als ik tegen een ontbloot Labrador-anusjes aan zit te koekeloeren, met bijhorende hangende harige ballen eronder, midden in een zichzelf respecterend restaurant.

Honden zijn met afstand de meest gedoogde dieren in de horeca. Althans, levende.
Even wat lekkers drinken met je hamster? Vergeet het maar! Een koolslaatje delen met je konijn? Hij komt er niet in. Maar om een waterbakje voor de hond vragen is de normaalste zaak van de wereld. In de meeste gevallen komt ie nog sneller aan dan jouw dubbel shot rechtsdraaiende decaf chai latte. En dat is eigenaardig.

Op de vraag: “Zijn honden bij jullie welkom?”, is bij mijn werkgever Vooges Strand altijd het antwoord: “Absoluut, als ze maar stil en aangelijnd zijn.” (Op die voorwaarde mocht ik zelf ook altijd mee met m’n ex, maar dat ter zijde.) En dat gaat negen van de tien keer gewoon goed. Maar zelfs binnen dat kader gaat het wel eens mis. Ik heb vorige week de fire and fury van een dame om de hals gehaald, omdat ik haar verzocht met haar hond te vertrekken. De terriër van de dame stonk werkelijk waar een uur in de wind.

Honden
“Ik erger mij kapot als ik tegen een ontbloot Labrador-anusjes aan zit te koekeloeren…”

Ik was nog nooit voor zoveel akeligs uitgemaakt. Althans, nooit zo onterecht. Wie neemt er nou een meurend zoogdier mee in een restaurant? Een vreselijk ongemakkelijke discussie volgde. Begriploos, van twee kanten… Het is lang niet altijd een probleem. Het principe is vergelijkbaar met kinderen; als ze goed zijn opgevoed zijn ze meer dan welkom. Soms is het zelfs een feest. Als het meermaals luidkeels begint te krijsen, blaffen, rennen of uitgebreid hun behoefte gaan doen midden in de zaak is het mééstal over met de pret.

“Joris, breng jij even een waterbakje voor een hond. Op het terras, tafel 76.” Onder luid gemopper en met gebalde vuisten breng ik het ijzeren kommetje. Bij tafel 76 aangekomen verdwijnt mijn frons, verslapt mijn vuist en waan ik mij in walhalla. Daar ligt het liefste, kleinste, meest fluffy puppietje wat ik ooit hebt gezien. Casper heet ie. Het algehele terras staat om het beestje heen en smelt bij elke beweging. Alle verdriet is vergeten bij het lachje van het beestje. Wereldvrede op het hele terras. Hondjes maken ons stiekem poeslief.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here