‘Zij gelooft in mij’ zong de vader zachtjes in de haren van het peutertje in het voorstoeltje op de fiets. Het meisje glimlachte en sloeg met handjes op het stuur. Het was een lieflijk tafereeltje tijdens de drukke zaterdagmiddag in de Kruisstraat waar iedereen door elkaar heen krioelde op weg naar het centrum of juist bepakt en bezakt terug sjokte naar het station. De vader fietste richting de Barteljorisstraat met zijn hoofd voorover gebogen naar de krullen van het meisje. Ik schatte haar een jaar of twee en hem zo’n jaar of dertig. Hij zong verder… ‘toekomst in ons allebei’ en vatte toen moed om voluit te door zingen …. zij zegt nooit…. De voorbijgangers in de Kruisstraat kregen net als ik een glimlach op het gezicht.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar de coronapandemie raakt mij heviger dan vorig jaar. In mijn beleving was het toen een kwestie van de schouders eronder en we komen er wel doorheen, nu merk ik dat de loopgravenoorlog tussen voor- en tegenstanders mij uit het lood slaat. Daarom heb ik mijn dagelijkse wandeling uitgebreid met een interne opdracht: zoek momenten die hoop bieden. Ik verdring het chagrijn van de dagen door te zoeken naar de lichtpuntjes: de wonderschone sfeerverlichting boven de winkelstraten, een gratis plant van de bovenbuurvrouw, dat ene mooie vaasje dat ik vond tussen de hoog opgetaste spullen in de kringloop, een lekker leesboek uit een straatbibliotheekje, het zachte herfstlicht dat over de Nieuwe Gracht valt. Met een beetje goede wil en fantasie kom ik ruimschoots aan mijn dagelijkse portie lichtpuntjes. 

Er zijn nog zo’n 230.000 Haarlemmers in onze stad, die misschien ook coronablues ervaren. Daarom las ik met enige jaloezie het bericht over de campagne Lichtpuntjes die vorig jaar in Zuid-Nederland gehouden werd. Inwoners van Brabant kregen de oproep om hun persoonlijke lichtpuntje in te sturen, waarna de overheid het lichtpuntje op enorme bilboards plaatsten om alle inwoners een hart onder de riem te steken. De campagne was geïnspireerd op de strofe uit de monsterhit van Guus Meeuwis ‘dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht’. Wonderlijk toeval op deze zaterdagmiddag: twee volkszangers die elk op hun manier zongen en zingen over lichtpuntjes.

PS meelezende communicatiegoeroes en ambtenaren…. Hoe gaaf zou het zijn als we nu een initiatief starten om Haarlemse lichtpuntje te verzamelen? Kwestie van een webpagina, een beetje geld en veel goede wil, zodat straks met de feestdagen op elk kruispunt en in elke wijk Haarlemse lichtpuntjes hangen. Ter aanmoediging en ondersteuning van iedereen met de coronablues. De hashtag heb ik al: #deeljelichtpuntje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here