Vanuit zijn ruimteschip aanschouwt hij belangstellend de wereld om hem heen. Het enige wat hij heeft: de fles, z’n typemachine, ideeën. M.H.R. Puttmann -met dubbel t en dubbel n- bewondert het leven en beschrijft gedachten in zijn enigmatische contemplaties, speciaal voor jou.

Haar blonde haar danst als een dravend paard rond haar lieve gezichtje, parels van ogen

Kut, het is nét te druk, ik moet naast iemand gaan zitten. Als nieuweling in busje 2 van Haarlem-Noord naar de stad heb ik simpelweg het recht op een zitplaats, er is immers betaald, maar het is zuur om op die te smalle klotebankjes te dicht tegen iemand aan te moeten zitten. Ik weet namelijk hoe irritant het is als iemand naast jou komt zitten. Diegene voelt als een handtastelijke oom Jaap die nichtjes met verjaardagen op z’n bezwete schoot neemt. Je wenst dus één ding: kom verdomme niet naast mij zitten! Dit is de wet behoud op openbaar domein.  Maar, aan de andere kant, en dit is paradoxaal, als je nieuw de bus instapt treedt de wet confisqueer jouw plek openbaar domein op. Je denkt: ik heb betaald dus ik zal, snotverdomme, gaan zitten ook.

We rijden langs het Spaarne, de zon twinkelt als een zachtmoedig melodietje door het water. Prachtig, intens geluk. We remmen af, een nieuwe halte. Mijn mond valt open van een bovennatuurlijk schepsel. Haar blonde haar danst als een dravend paard rond haar lieve gezichtje, parels van ogen. Ze stapt in. Haar verschijning wordt extra kracht bijgezet door een vies, lelijk wijf dat pal achter haar waggelt. Zo’n vrouw-ding dat paars haar heeft. De chauffeur roept dat iedereen door moet lopen. Dus ik ga staan zodat de wandelende bron van lust bij mij kan gaan staan. Oogcontact, we lachen, vlinders in mijn buik. Het lukt, ze staat niet alleen in mijn aura, maar ik kan haar voelen, ruiken; een aroma van rozenblaadjes gemengd met een parfum samengesteld uit de lekkerste vaginale sappen. Ondertussen heeft de vrouwelijke karbonkel zich in mijn richting gewurmd, klapt het stoeltje uit – tegen mijn scheen, dank – en ploft neer: ik, seksueel gemarteld.

Langzaam trekt de bus op. Links de heilige maagd Maria, rechts reptielenhuid met wratten. Hier lust, daar last. Juíst als de bus overvol zit, juíst wanneer je in deze te drukke mini-maatschappij rekening met elkaar moet te houden, juíst op momenten dat samenwerking geboden is, besluit zo’n onding compromisloos te kiezen voor zichzelf, en nog geïrriteerd ook! Juist lastpakken zijn ons, normale mensen, tot last. Ik denk over politiek, waar hetzelfde gebeurt met mensen die onze maatschappij tot last zijn. Nee, ik heb het niet over stelende Marokkaantjes, maar juist over het blonde gif en alles wat daarmee samenhangt. Gevoed door wit gal heeft hij een plek veroverd in ons politieke stelsel, en een groot deel van het Nederlandse electoraat achter zich geschaard door een zwakke groep in de samenleving zwart te maken. De hele beweging die als gezwel door onze samenleving trekt heeft geen idee zelf het destabiliserende kwaad te zijn.

We rijden over de Gedempte Oude Gracht. Buiten een zee van mensen. Dan, de engel verlaat mijn aura. Gaat ze uitstappen? Ze beweegt zich richting de deur, evenals ik. We remmen, ze scant haar pasje. Fuck mijn pasje, waar is dat ding! De ruimte tussen ons wordt groter, ruiken kan ik haar al niet meer. Aha, het vervoersbewijs. Inmiddels staat er een meute vervelende mannen mijn weg te versperren. Deuren openen, ze stapt uit en loopt weg. Ademloos blijf ik kijken. Bij de volgende halte stap ook ik uit en loop de andere kant op: bestemming onbekend.

1 REACTIE

  1. wat een waardeloos stuk, dit onderwerp is al uitentreure en veel beter beschreven dan door M.H.R. Puttmann met zijn belegen en voorspelbare visie op jonge en oudere vrouwen in de bus. Het is inmiddels 2017, en ik wil zeker niet naast een groezelige geilneef als hij in de bus staan of zitten. Vrouwen nog altijd voornamelijk als lustobject, de jonge geilige maagd zal over een tiental jaren onvermijdelijk veranderd zijn in wat de schrijver belieft de noemen “een vies dik wijf dat waggelt, als een reptiel met wratten. Wat een liefdevolle kijk op vrouwen van de generatie van zijn moeder! En dan ook nog die vage metaforen over politiek ! Stoer hoor, maar wat bedoelt hij daar ineens mee? Als hij mijn zoon was had ik hem op het dak achtergelaten voor de meeuwen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here