Sedert enkele maanden ben ik verliefd. Inmiddels zijn we zover dat de gesprekken niet meer over het weer, de afvallige politiek of voetbal gaan, maar over diepere gedachtes van het leven… Want, we kennen het allemaal toch? Dat je met vrouwlief praat over over die ene persoon, die man op aarde die zij zou mogen doen. Laatst had ik dit gesprek met mijn vrouwlief in een restaurantje in Amsterdam, waar zij woont.

Tijdens het door kaarslicht verlichtte eten verdwaalde ik in haar tedere snoetje. Op de achtergrond speelde drie zigeuners op violen – ik heb ze niet gezien, maar ga ervan uit het het zigeuners waren. De waas van de rode wijn had zich inmiddels diep in mijn lichaam doorgedrongen tot mijn soms al kloppend heerschap Daniel Cajanus – zo heet mijn jongeheer, zeker in erecte staat.
“Wie is jouw neukjokertje?” vroeg ik ongegeneerd. Ze keek ongelovig.
“Neukjokertje?” ze maakte haakjes met haar vingers.
“Ja, neukjokertje… die ene man op aarde met wie jij bij wijze van hoge uitzondering op verlof mag om een beschuitje mee te eten?”
Ze leunde tegen haar stoel. Ik zag hoe een stoet van namen achter haar oogleden voorbij raasde. Ik verwachtte één of ander filmster of Lenny Kravitz waar ze het laatst nog over had.
“Daley Blind,” zei ze.
Daley Blind, dacht ik. Dat voetballertje? Wat heeft hij in de melk te brokkelen? Goed, hij is voetballer en zal iets meer dukaten op zijn bankrekening hebben dan ik, maar het lijkt me geen gast met bovengemiddelde intelligente en qua looks doe ik zeker niet onder van hem. Ik kon dus wel leven met haar keuze.

Tien rode wijn verder, stonden we bij haar fiets om naar huis te gaan. In mijn gedachten lagen we al naakt onder haar dekens, maar nee mevrouw wilde ‘nog één drankje doen’. Dus daar stonden we even later in Café Het Paardje in de Pijp; pils besteld en een prominent plekje aan de bar veroverd toen ik een por in mij zij kreeg.
“Kijk wie daar staat,” zei ze verschrikt.
Ik grapte: “Daley Blind.”
Ze lachte: “Nee, Donny van de Beek.”
“Wie?”
Ze zuchtte: “Donny van de Beek, fucking voetballer van Ajax jonguh.”
De schandknaap zag er uit alsof hij op de scooter was aan komen rijden en op weg was naar Anita – z’n moeder. Misschien kun je via hem het nummer van Daley regelen, wilde ik zeggen toen de kroegdeur openging. Omringd door een halo van licht stapte hij binnen, inderdaad: Daley fucking Blind. De laatste keer dat ze zo verliefd keek, was op de avond dat ík haar voor het eerst zag. Die nacht neukten wij de sterren aan de hemel en deed zij tijdens die escapades een roodwit shirt aan met achterop Blind – dat vond ik toen nog grappig.

Ergens zou ik kunnen accepteren dat zij haar neukjoker e-ven-tu-eel in kan zetten, bedacht ik me. Maar om dat proces live, vanaf de eerste rij te aanschouwen, ging mij toch net iets te ver. Daley vestigde zich bij Donny in de hoek van de bar. Ik zag hoe zij hem als een tienermeisje kwijlend aankeek. Heer Blind keek gretig terug. Hun van geilheid vervlochten oogcontact maakte dat mijn internetverbinding met haar afgesloten was; ik bestond niet meer, zij had alleen oog voor Blind. Langzaam bewogen ze naar elkaar met soms zijn begeerde blik over haar schouders op mij gericht.
Hij, de Ajaxvoetballer, wist dat hij deze slag zou winnen en mijn vrouwlief liet zich als een loopse merrie verleiden, dit was haar neukjoker. Hij bood haar een drankje aan en daar stonden ze: hij maakte grapjes, pochte over voetbal. Zij lachte en aldoor keek hij mij aan met een verleidelijke blik. Ik dacht: ik kan hem een ferme dreun geven, gewoon een klap tussen z’n ogen. Ik zag de krantenkoppen al: Daley Bind in ziekenhuis na kroeghoek. Vervelend alleen dat de wet van de neukjoker fysiek geweld verbiedt.

Ik bestelde maar een dubbele Whisky en vroeg me af waarom ik niet naar huis ging. Wilde ik werkelijk aanschouwen hoe zij door heer Blind werd opgetuigd als een kerstboom; zou ik het niet kunnen geloven als ik het niet live zou zien? Na nog een dubbele Whiskey gebeurde het: ik werd op mijn schouders getikt. Gedachten flitsten door m’n hoofd. Daar zouden zij hand in hand staan. Ze zou mij de sleutel geven van haar appartement terwijl heer Blind de deur van zijn te dure bolide openhield. Mij achterlatend in uitlaatgassen zouden ze naar zijn loft in Zuid rijen. Daar zou zij bespeeld worden als een zigeuner zijn viool; zij zou de nacht van haar nattedromen beleven – zij met haar Daley.

Ik draaide mij om, inderdaad, daar stonden ze: ik boog mijn hoofd.
“We gaan,” zei ze alsof we de laatste trein moeten halen, er zat een frons op haar hoofd. Ze pakte mijn hand en trok me naar buiten. “Wat een eikel.” Ik snapte er niets van en wilde vragen wat er was toen ze zei: “Hij vroeg om jouw nummer…”

Ach, best een sympathieke gast die Daley.

Meer M.H.R. Puttmann? Ja, dat wil je klik dus hier.

Fotografie: Wiebrig Krakau

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here