Vanuit zijn ruimteschip aanschouwt hij belangstellend de wereld om hem heen. Het enige wat hij heeft: de fles, z’n typemachine, gedachtes. M.H.R. Puttmann -met dubbel t en dubbel n- bewondert het leven en beschrijft gedachtes in zijn enigmatische contemplaties, speciaal voor jou.

Contemplatie 1

Groter dan Mulisch en Picasso?

Nimmer is er nagedacht over de te nemen route. Lukraak wordt er begonnen, letters ingetypt, kijkend waar het schip der woorden en zinnen mij heen voert; soms weergaloze tochten, andere keren word ik door mijn ideeën verwaarloosd en strand ik als een overboord geslagen matroos op een onbewoond eiland. Steunend en Leunend op mijn eigen gedachtes is het moeilijkst van dit vak de lezer -jij- te laten lezen.

Het begin ligt achter mij. De trein van deze bespiegeling rijdt ontegenzeggelijk door naar de kern; het zwaartepunt van deze woordenbrij. Nu hoor ik je denken: Ondergetekende heeft geen flauw benul wat de essentie van zijn stuk wordt. Mis! Hier is over nagedacht, ik heb een duidelijk kernpunt. Daar gaan we: vormen van expressionistische uitingen (kunst, literatuur) van mijn generatie tellen heden ten dagen veel minder mee dan die van hun voorgangers.

Laat ik, voor het gemak, mijzelf als voorbeeld stellen. Ik (en mijn generatie Y) groeide op in een vredelievend Nederland, minnekozen ingestopt onder een deken van de verzorgingsstaat van Paars. Gevaar? Het enige wat ik kende was mijn buurjongen Jimmy die met zijn erwtenschieter vanuit de bosje steentjes op mij schoot. Ellende? Los van mijn moeder, die ons gezin op mijn dertiende verliet en ervandoor ging met oom Jaap heb ik niets vervelends meegemaakt. Nee, het was -en is- één grote Yogho!Yogho!-oase; erbarmelijk voor de kunsten, erbarmelijk voor het schrijven.

De Aanslag (sowieso was “onze” Mulisch nooit zo groot geworden zonder oorlog) of de Ilias en de Odyssee, twee weergaloze boeken ontstaan vanuit oorlog. Guernica van Picasso idem dito, een meesterwerk! Ik ben jaloers op die lui. Zij hadden tenminste iets om handen: oorlog, narigheid, ellende. Van Gogh, nog zo één. Wat heb ik? De drie dwaze dagen van de Bijenkorf, schande! Ik heb niets. Nee, lieve lezer, ik moet het doen met mijn eigen inspiratie en dat is, terwijl ik er over nadenk, eigenlijk knapper. Misschien, heel misschien ben ik groter dan Mulisch, Picasso en Van Gogh.

M.H.R. Puttmann.

Fotografie: Wiebrig Krakau

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here