Vanuit zijn ruimteschip aanschouwt hij belangstellend de wereld om hem heen. Het enige wat hij heeft: de fles, z’n typemachine, ideeën. M.H.R. Puttmann -met dubbel t en dubbel n- bewondert het leven en beschrijft gedachten in zijn enigmatische contemplaties, speciaal voor jou.

Even schoon als vies, even elegant als weerzinwekkend, even fabelachtig als deplorabel. Eigenlijk, heel eigenlijk is de liefde een gruwelijke samenkomst van twee individuen. Fnuikend, verterend, vernietigend. Niet in het begin. Dan tekent het zich af als een utopische droom. Een onvoorwaardelijke drang om die ander te beminnen als allesoverheersende factor. Rationaliteit verliest, een zelden vertoonde K.O. Het hart is de baas. Samen wordt, terwijl dag plaatsmaakt voor nacht, gevreeën in het Kenaupark. Sterren vallen speciaal voor hen. Zittend aan het Spaarne speelt tijd geen rol. De wereld draagt één doel: het liefhebben van die ander. Een makkelijk en overzichtelijk gegeven.

Maar.
Godverdomme.
Waarom?

Als het langzaam veranderen van kleur door zonlicht verandert er iets. Misschien toch geen K.O. in de ring waar gevoel en het hart heersten als usurpator. Ratio kruipt langzaam op. ‘Hallo,‘ klinkt in het hoofd, ‘is dit wat je wilt?‘ Het hart pompt onverminderd door, geeft zich niet makkelijk gewonnen. Maar gedachtes blijven komen: ‘Ik ben jong, is dit het? We moeten nog lang.‘ Nu begint de grote klopspier z’n geduld te verliezen: ‘Waar ben je mee bezig,‘ vraagt hij ‘het was de liefde die hen samenbracht, ze houden onvoorwaardelijk van elkaar. Dit kan toch niet gebeuren?‘ Vragen blijven rijzen, een intrinsieke veldslag tussen hart en brein; tussen gevoel en rationaliteit. Het verleden houdt de twee geliefden samen, ze trekken onzeker verder terwijl hoog boven hen sterren zijn gevormd tot een vraagteken. Ook Lautje weent vanaf zijn sokkel. Soms wordt er gepraat, maar angst voor verlies van die ander is groot. Dus doorgaan vanwege iets wat ooit zo mooi was. De liefde verankerd, maar kleuren vervaagd.
Alles verandert en blijft toch hetzelfde. Rust niet gevonden.

Misschien teveel gedachten. De ratio staat inmiddels weer sterk op zijn benen. Waarom samen varen in een onstuimige rivier?
Maar zij kunnen toch niet zonder elkaar,‘ huilt het hart.
Maar,‘ riposteert het brein ‘moeten ze doorgaan als er vragen zijn?
Met vragen heb ik niets te maken. Zij horen simpelweg bij elkaar.
Zeker, maar je kunt niet ontkennen dat er iets veranderd is.

Stilte.
Onzekerheid.
Liefde.

Pragmatisch komt rationaliteit met een geniaal idee. Gevoel probeert te knokken, helemaal als het brein doordacht spreekt: ‘Waarom zullen wij, jij en ik, elkaar bevechten? Laten we samenwerken, een eenheid vormen.‘ Het lichaam hervindt rust. Van innige strijd is geen sprake. Een verlossend gesprek met de ander: ‘Ik gun je uit naam van rationaliteit de vrijheid die je zoekt, waar je behoefte aan hebt.‘ Kan hun liefde dit aan, is het hart sterk genoeg? De geliefden weten dat de wederzijdse aantrekkingskracht sterker is dan de honger naar liberté die momenteel heerst. Er wordt gesnikt. Liefde is gruwelijk en wellicht slaan zij de plank volledig mis, maar soms is het goed, als het even pauze is.

Altijd bij jou.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here