De vorige keer toen ik jou schreef noemde ik je Lampie. Ik hoop niet dat je beledigd bent dat ik jouw schuilnaam (“gebruik in de literatuur nooit echte namen” was het eerste dat ik leerde op de school voor woordenschat) heb veranderd. Het past je wel beter, vind je niet? Na de gebeurtenis op Kerstavond vroegen mensen mij of ik jou weer zou schrijven. Maar, dat wilde ik niet: veel te makkelijk en goedkoop. Toch liet je me door jouw vervolgactie geen keus.

Het was Kerstavond Haarlem 2018.
Ik weet ‘t nog zo goed; de Bruxelles stond weer ram vol…

Ik vroeg mij af waarom iedereen op deze avond hier samenklontert. Is het de straf van God voor ons zedeloos gewauwel op de Grote Markt? Toen, vanuit het niets, voelde ik een plens bier over me heen. Druppels hingen aan mijn oren en mijn shirt was nat. Vervelend, maar aanvankelijk dacht ik dat het biertje viel van een richel boven me. Toch zou deze waan snel vervagen na een tweede voltreffer. Nu was mijn shirt doorweekt en rook ik naar de Bugsy’s op een zaterdagnacht na sluitingstijd.
Er zat niets anders op dan naar huis te gaan en mijn kledij te verwisselen. Thuisgekomen en een douchebeurt later lonkte mijn bed. Onder de wol ontdekte ik de sms’jes van vrienden waarin stond dat jij de vermoedelijke dader was van dit guerrilla bierbombardement. Verdomme, er borrelde iets in me, want waarom zou een volwassen vent bier over de ex van zijn vriendin gooien? Dat gebeurt alleen in slechte Amerikaanse series of beuzelachtige romans. Maar jij, leraar nota bene, had het gedaan. En dat vond ik uitermate geinig.

Het was na Nieuwjaar, Haarlem 2018
Ik weet het nog zo goed; ik werd oprecht verrast… 

Vrijdagnacht, mijn dienst in de bar zat erop. Ik had een vervelende dag achter de rug.
Aanvankelijk dacht ik dat in januari de rust in de kroeg zou wederkeren, maar niets bleek minder waar. De klootzakken blijven maar zuipen. Kerst was ook al een hel – ik haat Kerst – en tijdens Oud en Nieuw lag ik om 2:00 uur gesneuveld in bed. Al deze smart werd overmeesterd door het gemis van mijn liefde die zonodig moest gaan reizen. Wat is dat toch met vrouwen en hun reisdrang? Waar zijn de oud-Hollandsche deernes met gezonde nesteldrang?
Kortom, na mijn dienst wilde ik naar huis, maar een collega zei dat er nog iets voor me lag. Ze gaf mij de plastic tas en nieuwsgierig aanschouwde ik vier cadeautjes en een enveloppe. Opwinding maakte zich meester van mij, want wat zou dit zijn? Thuisgekomen (het was inmiddels kwart over drie) opende ik de enveloppe. Bij het lezen leek alle ellende van de aflopen tijd in één klap verdwenen; jij had mij geschreven.

Sinds jij de nieuwe vriend van mijn ex bent, is het mijn idee geweest de nieuwe situatie op een zo luchtig mogelijke manier te benaderen. De start van die manier, zo bleek, viel niet bij iedereen in goede aarde, maar ik hoop dat de spanning nu uit de lucht is.
De drie biertjes – jouw cadeaus – staan nu op mijn bureau met jouw briefje ernaast. Je zal, schreef je, geen biertjes meer over mij heen gooien; iets wat ik toejuich. Echter kan jij niet garanderen dat anderen dat nooit zullen doen en dat je daarom als vierde cadeau een poncho gaf, vind ik even gevat als humoristisch. Het siert je. Ik hoop dat wij elkaar ooit eens de hand kunnen schudden en een voorbeeld kunnen zijn voor de jeugd. Wellicht – bedenk ik me nu – zou je ook eens met mijn nieuwe vriendin kunnen praten. Zij vertrouwt het nog niet helemaal dat ik soms met jouw vriendin een drankje doe en dat zij vaak langskomt in mijn café – sorry dat laatste was een grapje. Wellicht zou jij mijn nieuwe liefde enkele tips kunnen geven hoe met een ex om te gaan. Wel met je tengels van haar afblijven want zo’n grap accepteer ik geen tweede keer. Daarnaast zou ik je willen vragen een goed woordje voor me te doen bij jouw schoonpa. Ik was altijd goed met hem, maar na dat eerste verhaaltje over je, is hij nog steeds een beetje boos. 

De meeste hoogachting,
M.H.R. Puttmann

Fotografie: Wiebrig Krakau

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here