Vanuit zijn ruimteschip aanschouwt hij belangstellend de wereld om hem heen. Het enige wat hij heeft: de fles, z’n typemachine, gedachtes. M.H.R. Puttmann -met dubbel t en dubbel n- bewondert het leven en beschrijft gedachtes in zijn enigmatische contemplaties. Speciaal voor jou.

Contemplatie 4

Ode aan dat ene doekje

Altijd word ik gegrepen door die bijzondere verschijning. Vaak lopen ze eensgezind in perifere wijken van onze mooie stad. Echt, ik kan er niets aan doen, maar als ik er een aanschouw doet dat iets met me. Niet alle exemplaren zijn trouwens even mooi, de oudere wezens nemen qua omvang vaak buitenproportioneel toe, maar dat geldt natuurlijk ook voor de typisch Nederlandse variant; verder geen gejeremieer dus, anders ben ik negatief. 

Het zijn vooral de parelzwarte ogen, lijkend op twee eindeloos diepe tunnels die mij doen verzinken in een bron van beate liefde als ik er een diep in de ogen aan mag kijken; iets wat tot mijn spijt zelden gebeurt. Helaas. Sowieso tref ik ze nauwelijks, spelen onze werelden zich te ver bij elkaar vandaan af. Natuurlijk, ik kom er wel eens een tegen, bij de kassa van mijn supermarkt bijvoorbeeld. Dan wil ik toenadering en zoek ik een klik, maar zij scant stoïcijns mijn heidense producten als hamlappen en bier, ook al niet leuk voor haar. Verlangend wacht ik op het moment dat zij mij moet aankijken. Als mijn smachtende blik haar vragende ogen vangt, wacht ik iets te lang, tover mijn vriendelijkste glimlach te voorschijn en hoop dat de doos van Pandora geopend wordt zodat zij, als eerste vrouw van die soort mij -eenzame sterveling- ziet staan. En ik eindelijk vind wat ik zoek: een klik met die vrouw. Na het afrekenen, verlaat ik niet zelden weemoedig de supermarkt. Weer niet. 

Toen dat moment.

Een keer, op mijn nodeloos duffe werk, hadden we er een als stagiair, Ibi is haar naam. Ik zocht contact en kreeg vrij makkelijk wat ik zocht -ook omdat niemand anders haar enige vorm van aandacht schonk. De spiegel van de maatschappij voltrekt tussen de muren van de plek waar ik moet zitten om de huur te kunnen betalen. Schande. Dus daar zaten wij, samen in een ruimte. We hadden leuke gesprekken, natuurlijk, ook over haar geloof en als een dreun kwam het besef, gepaard met een klodder schaamte: ik wist te weinig van hen, van haar manier van leven, haar  geloofsovertuiging. Ze legde uit waarom zij op dat moment alleen at als de zon scheen in Australië. En terwijl ze mij gebood te eten, vertelde ze over de woorden minder, minder, minder. Haar gezin hechtte er weinig waarde aan, maar even leek de twinkeling uit haar ogen te zijn verdwenen. Naast (mijn eigen) onwetendheid is polarisatie de voortwoekerende rottende schimmel over onze maatschappij en dus schrijf ik voor alle aanlokkelijke meisjes met hoofddoekjes: jullie zijn prachtig, maken mij met jullie verschijnen immer goedlachs gestemd. Bedankt voor jullie zijn.

M.H.R. Puttmann.

Fotografie: Wiebrig Krakau

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here