Ik had zin om Haarlem te zien in het vroege ochtendlicht, en werd daarin niet teleurgesteld. Het Spaarne deinde, de kade glom, de bootjes lagen er tevreden bij, had ik een tekenpen en talent, ik zou nooit meer huiswaarts keren. 

Ik was op weg naar de Houtmarkt, om met eigen ogen te kijken naar het ‘het Scheepje’; een monumentaal pand dat te koop staat. De gemeente schudt haar portefeuille vastgoed uit en deze past er kennelijk niet meer in. In het makelaarstaaltje roemt de verkoper het schitterende uitzicht over het Spaarne. Dan moet je wel uit het raam op eerste verdieping kijken, constateerde ik, want op de begane grond kijk je naar geparkeerde auto’s en een wat morsige boot. Ik probeerde me voor te stellen hoe het hier volgend jaar uitziet. Opgepoetst, besloot ik. Opgepoetst en ontdaan van eeuwen werkmanszweet.

Ik loop verder naar de Spaarnwouderstraat om een van mijn favoriete beelden te bezoeken. Op de hoek met de Burgwal staat een kunstwerk ter grootte van een flinke stoeptegel op een stenen sokkel, ter herinnering aan de laatste stadsboerderij in deze buurt. Nog maar 35 jaar geleden drongen ‘s winters de koeienlijven vanuit de Waarderpolder door de Amsterdamse Poort naar de stal aan de Leliestraat. De kunstenaar heeft het boerenleven in brons gevangen met wat geiten, een koe, een hooiberg en iets wat op het eerste gezicht lijkt op twee parende schildpadden, maar wat bomen vol in het blad blijken te zijn. 

Ik kan me niet bedwingen en aai het bronzen katje van nog geen drie centimeter hoog. Arie Teeuwisse, de beeldhouwer, bracht de oorlogsjaren als onderduiker door in Artis, boven het berenverblijf. Zijn ervaringen verwerkte hij in tientallen dierenkunstwerken, waaronder dit eerbetoon aan het boerenleven.

Hoewel ik hier vaker ben geweest, bezocht ik nooit de restanten van de boerderij uit vrees dat de vernieuwing de historie de nek heeft omgedraaid. Genoeg gedraald! Mijn voetstappen echoën door de smalle Leliestraat tot ik op een rechthoekig pleintje stuit. Aan de rechterkant de boerenwoning, die gelukkig nog intact is. Voor mij de voormalige stal, nu een kinderspeelplaats met wat speeltuig en het onvermijdelijke kunstgras eronder. Niet groter dan een kwart voetbalveld, schat ik. Hier stonden de koeien zij aan zij. Ik ga op het gras staan, sluit mijn ogen en voel de warmte van de dampende koeienlijven. De stilte is oorverdovend. Wat fijn dat de projectontwikkelaar de Leliestraat overgeslagen heeft.

Meer Columns van Marianne Overbeeke? Lees haar vorige column waarin zij stelt dat Lautje verbannen moet worden naar de zandvlakte

Foto: Rob Ouwerkerk

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here