Hangen we zo graag aan ons verleden? Vinden we in Haarlem nog steeds gebouwen belangrijker dan onszelf? Laat ik je dan het verhaal vertellen van Prosper Prévinaire, een Belgische groot-industrieel die de opdracht kreeg van Koning Willem I om de het arme pleps in Haarlem van werk te voorzien.

Dwarsdenker of weldoener?

De jonge Prévinaire zag zichzelf als een soort Johannes van den Bosch die in Veenhuizen de Maatschappij van Weldadigheid was gestart. Ook hij maakte gebruik van armen, boeren, buitenlui en draaideurcriminelen. Hoewel Van den Bosch een staatsheld werd, constateerde Haarlem bij Prévinaire dat hij het ‘pauperisme’ niet afdoende bestreed. De arme Haarlemse bevolking zou te zwak zijn om zwaar werk te doen in zijn fabrieken. Okee, Prosper profiteerde in zijn tijd gretig van de schandalig lage loontjes en van het feit dat de gemiddelde Haarlemmer zich liever elke dag bezatte. Maar goed, hij voorzag ruim 10% van de totale bevolking van Haarlem, in het Garenkokerskwartier direct of indirect van een inkomen en schonk de buurt haar naam.

Als de overheid de grootste werkgever van de stad is…

Daar kun je vandaag de dag lullig of badinerend over doen, maar als je de nieuwe Economische Visie van de stad erop naslaat en je uitrekent dat slechts 45800 Haarlemmers anno nu in onze stad wonen én werken, dan is een type als Prévinaire meer welkom dan ooit. In de tijd van Prosper Prévinaire kroop Haarlem uit een diep dal. In 1834 telde de stad iets meer dan 30000 inwoners. Dat een enkele ondernemer 10% van de bevolking te eten gaf, daar zouden we nu diep respect voor moeten hebben. De elite in de vorm van het gemeentebestuur pestte hem liever weg. 

Hoe graag wil je Haarlemmers in Haarlem houden?

Haarlem als woon- én werkstad. Da’s tenminste de openingskop ter inleiding op de nieuwe Economische Visie van de stad. “Logisch”, zou je denken, maar de gemeente weet als geen ander dat om mensen voor je te winnen, je (aspirant-)Haarlemmers iets moet kunnen bieden. In eerste instantie zou de gemeente liefst alle Haarlemmers van werkgelegenheid moeten kunnen voorzien. Heb je die ambitie niet als gemeente, dan blijft uiteindelijk niemand tot zijn/haar dood in de Spaarnestad waar het nu al net zo duur is als in Amsterdam.
De vader van Prosper Prévinaire vestigde zich, geruggensteund door koning Willem I, in Haarlem waar hij een armenfabriek kon overnemen. Hij verhuisde in 1834 zijn textielfabriek van België naar de Spaarnestad. België had zich net onafhankelijk verklaard van Nederland, waardoor vader Prévinaire geen aanspraak meer had op Nederlands-Indië als mogelijk afzetgebied. Koning Willem I garandeerde echter de afname van de gehele productie van de fabriek van Prévinaire als hij zich tenminste in Holland zou vestigen. Dat zit namelijk zo; koning Willem 1 was ook medeoprichter van de Nederlandse Handels Maatschappij (NHM). Hij wilde de textielindustrie in Nederland naar een hoger peil tillen en gaf een ondernemer als Previnaire, die expert was in innovatieve productieprocessen, allerlei voordelen en privileges. De leveranties aan de NHM legden uiteindelijk Prévinaire geen windeieren en hij had lange tijd praktisch een monopoliepositie.

De fabrieken van Wilson en Prévinaire

Innovatieve bedrijvigheid met wereldwijde uitstraling

Pa Prévinaire vestigde zijn katoenververij en -drukkerij in het ‘Garenkokerskwartier’ in Haarlem. Hij had veel ervaring in het verven met ‘Turks rood’ en het bedrukken van zogenaamde namaak-‘batiks’. Hij gebruikte ‘meekrap’ als grondstof voor zijn verf. Tevens vestigde hij een klein laboratorium bij zijn fabriek waar hij zijn productiemethoden perfectioneerde door het doen van chemische proeven. Zijn producten vonden gretig aftrek in de overzeese koloniën en in delen van Afrika.

Weggepeste ondernemer

Ondernemers versus de Haarlemse elite
Prosper Prévinaire op leeftijd

Dat zoon Marie Prosper een opvliegend, ontvlambaar karakter had en heel wat schermutselingen, gevechten, duels en opstootjes in Haarlem op zijn naam heeft gezet, komt door zijn frustratie dat het gemeentebestuur hem bleef beschouwen als een boertige plattelandsondernemer terwijl hij zo graag tot de Haarlemse elite wilde behoren. In 1875 was Marie Prosper het zat. Stank voor dank kreeg hij van de gemeente ondanks het feit dat hij efficiënte remedies tegen cholera had ontwikkeld en dat hij ruim 3000 mensen tot ver buiten Haarlem direct of indirect werk verschafte. De lokale elite beschuldigde hem van het illegaal lozen van afvalwater en men verweet hem dat hij het ‘pauperisme’ niet afdoende bestreed. Haarlem stonk vooral door toedoen van haar eigen schijtende bevolking en door de paardenstallen van de cavalerie die om de hoek waren gevestigd. De elite bleef erop aandringen dat Prosper Prévinaire de arme Haarlemmers zou uitbuiten. Uiteindelijk zei hij Haarlem vaarwel, kocht een stuk land op Callantsoog, ging jagen en bestempelde zichzelf als land- en kasteelheer. In 40 jaar tijd had de gemeente een van haar grootste ondernemers en weldoeners weggepest.

De politiek moet zekerheden creëren en bieden

De economie is ook maar een emotie van de dag. Bij een Economische Visie van en voor de stad ging en gaat het erom dat je doelen stelt en zekerheden voor je burgers inbouwt. Wie dan slechts ambitieniveaus tegenkomt en platitudes die nietszeggend zijn, die biedt geen enkele houvast. Uiteindelijk wil Haarlem naar een toekomstbestendige economie die duurzaam is en circulair en gericht op banengroei en het stimuleren en aantrekken van werkgelegenheid. Draai het eens om beste gemeente? Wat zeg je nu eigenlijk? Natuurlijk wil je ‘in the end’ naar een toekomstbestendig Haarlem met een dito economie. We zijn Luik, Hasselt of Detroit niet. Het sprookje moet goed aflopen, anders is het geen sprookje. O, wacht, je wilt een toekomstbestendige economie die gericht is op banengroei? En dus eentje die daarmee de werkgelegenheid stimuleert? Tja, dat kan. Als iedereen werkloos raakt, dan zijn er heel veel UWV-consulenten nodig. Dan zijn ze niet aan te slepen!

Hoezo regie op wat je wilt zijn als dé Haarlemse identiteit niet bestaat

Onderdeel van de visie van Haarlem is dat voor iedereen duidelijk wordt wat voor stad Haarlem wil zijn. Vast iets met inclusiviteit en solidariteit, dat zijn immers de woorden van 2020 aan het worden. Maar, ook dat we allemaal precies weten waar onze kansen liggen. Sorry, maar als we dat allemaal precies weten, waarom zijn ze dan allang niet voor onze neuzen weggekaapt of zijn ze tegen betere participatiewetten in allemaal weggesaneerd?

Méér werkgelegenheid = werk voor iedere Haarlemmer

Als je als gemeente zegt dat het je ambitie is om meer werkgelegenheid te creëren, dan moet je niet anderhalve regel verderop je verschuilen achter het feit dat er slechts voor 1 op de 2,5 Haarlemmer werk is in de stad en dat je minimaal je stinkende best zal doen om die ratio te behouden als het absolute aantal inwoners zal stijgen. Als gemeente zeg je dan dat je eigenlijk weet dat economisch je stad al zo goed als op slot zit en dat je maar mag hopen dat de nieuwe crisis niet voortijdig uitbreekt. De gemeente heeft de ambitie om een gezonde arbeidsmarkt te willen. Dat willen we allemaal, maar feit is nog steeds dat jongeren voor scholing en onderwijs zijn aangewezen op Hoofddorp en Amsterdam. Wil je ze behouden voor de onze stad? Waar wil je hen laten wonen dan? Met torenhoge particuliere leningen bij hun eigen ouders op zolder? 
Een andere ambitie is: woon-werkverkeer. Het is flauw, maar ik denk dat de gemeente van hun top-3-status af wil. Haarlem is een van de drie steden waar het ’t langst duurt om de stad in of uit te geraken. Als er meer Haarlemmers in onze stad werkzaam zouden zijn, dan leven er minder forenzen in onze stad. Het lijkt simpel, maar los van wat de gemeente wil, is de realiteit dat tot 2025 dat niet gaat veranderen.

Geen enkele handreiking

Na Prosper Prévinaire verlieten uiteindelijk ook Wilson, Figee, Droste, Beijnes en Joh. Enschede onze stad. Allemaal met andere redenen, maar wat wél gezamenlijk doorslaggevend was, is dat de gemeente telkens weer geen enkele moeite nam om een economisch klimaat te creëren waarbij het scholing en onderwijs had moeten stimuleren om de eigen bevolking haar werk te laten behouden. Liever legde men de focus op armoebestrijding, op milieuzoneringen, op nieuwe industrietakken en op innovaties waarvoor we al helemaal geen goed geschoold personeel binnen onze stadsgrenzen hadden.

Inspraak voor de visie

Het college heeft de Economische visie voor Haarlem en agenda met acties voor de komende vier jaar vrijgegeven voor inspraak. De visie is vanaf eind februari gepubliceerd. Klik hier om het rapport te lezen. De visie wordt behandeld in de commissie Ontwikkeling waar inspreken mogelijk is. De inspraakperiode loopt van 9 maart tot en met 19 april. Lees hier de verdere planning.

Bijeenkomst Economische visie Haarlem

Heb je de Economische visie gelezen en nog vragen? Of zou je graag een korte samenvatting en een toelichting willen? Kom dan naar de bijenkomst op dinsdag 24 maart van 16:00 tot 18:00 uur bij Vooges centraal aan het Kennemerplein 6 in Haarlem. We gaan dan graag in gesprek over de visie die nu voorligt. Aanmelden is wel belangrijk, zodat we weten hoeveel mensen er komen. Meld je aan door een e-mail te sturen naar economie@haarlem.nl

Meer Haerlems Bodem? Lees hier over vier Haarlems vrouwen die streden voor gelijke (vrouwen)rechten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here