Je gaat het pas zien als je het door hebt” is een van de bekendste uitspraken van Johan Cruijff. Degenen die dat snappen vinden het geniaal, degenen die zonder ziel en zaligheid het liefst met alle winden meewaaien, doen Cruijff nog steeds af als een Amsterdamse grote bek met het verstand van slechts een voetballer.

Als communicatie- en marketingadviseur ben ik er al jaren achter dat niet alleen gedragspsychologie van invloed is op wat we willen geloven en waarom we naar de winkel rennen, sociologie en antropologie zijn ook steeds meer van belang. Hoe gaan we met elkaar om? En hoe komt dat? Wat vinden we belangrijk in een samenleving als de onze? Zelfreflectie is een heel groot en gezond goed, maar wanneer zelfreflectie omslaat in eigen navelstaarderij, dan blokkeer je met je zelfaangebrachte oogkleppen het zicht op wat er om je heen gebeurt. Het feit is dat bedrijvigheid zich liever in Zaandam, Haarlemmermeer of Amstelveen vestigt dan in Haarlem. Misschien zit de Haarlemse trots ons in de weg?

We The People

Wij Haarlemmers kunnen wel van de daken schreeuwen dat we zo goed bezig zijn, overal verstand van hebben en de een na de andere prijs opeisen voor beste winkelstad, beste uitgaansgebied, beste blanke leefomgeving, beste woonplaats en beste dit en dat, de waarheid is dat we bijzonder veel geld, mensen en industrieën hebben zien wegkwijnen.

Haarlem is een levend Monopolyspel voor makelaars en vastgoedhandelaren

Wat Paul Rutten in 2005 al opwierp in zijn rapport: ‘Creatieve Bedrijvigheid in Haarlem’ is een nog heter hangijzer voor de stad geworden. Omdat de leegstand groter is, de crisis voor ons nog steeds aanhoudt, de bedrijvigheid nog nauwelijks iets voorstelt, Haarlem geen studentenstad is maar een levend Monopolyspel voor makelaars en vastgoedhandelaren en wij als irritante, niet uit te roeien muggen bezien worden in een moeras dat steeds meer begint te stinken.

Verzameling stadsstenen

We waren ooit literatuurstad, honkbalstad, sportstad, beste winkelstad, cacaostad, uitgeversstad, bierstad, mediastad, journalistenstad, muziekstad, blankstad, Figee- en Storkstad, grafische stad, kunsthandelstad en geld- en postzegelstad. Als het Haarlems Dagblad 2017 niet overleeft, dan zijn de twee enig overgebleven grootste werkgevers de gemeente en de provincie. En dan zijn we dus raamambtenaarstad. Onze core-business is dat we naar buiten kijken en ons troosten met de gedachte dat we een aardige stadskern hebben. Verder niets. Was dat wel zo, dan hadden we plannen van 12 jaar geleden op zijn minst kunnen oppakken, voorleggen en uitvoeren.

Waarom wonen we bij elkaar?

Als je niet meer snapt waarom mensen elkaar opzoeken om handel te drijven op een markt, dan snap je dus ook niet meer hoe een kliek van mensen op een kluitje heeft kunnen uitgroeien tot een stad van bedrijvigheid, van afhankelijkheidsrelaties en van samenwerkingen. In tegenstelling tot Assen, Den Bosch, Deventer, Nijmegen, Lelystad en Zoetermeer zijn we verworden tot een openluchtmuseum waarbij alles moet blijven zoals het was, inclusief de folklore van wat mandenvlechters, jeneverstokers en klompendansende malloten voor een paar verdwaalde Chinese toeristen op jaarbasis.
Jongeren zoeken hun heil elders, ouderen gaan dood en wat overblijft is een gefrustreerde werkende middenklasse die geen enkele ruggensteun voelt van de gemeente om er samen iets van te maken. We hopen maar dat er tussen de Chinese toeristen een keer een geldschieter opduikt die ons voor de eredivisie wil behouden. Ondertussen bestuderen we elke dag onze archieven in de hoop een keer een flinke klapper te kunnen maken bij een taxateur die met regelmaat bij Tussen Kunst & Kitsch te zien is.

Lijfbehoud

Als wij ons in Haarlem ons verdiepen in de sterktes van ons verleden, dan zijn we aardig op weg om ons te verbinden aan elkaar en aan onze mogelijkheden in de stad. Dat wiel hoeven we immers niet meer opnieuw uit te vinden. Bovendien is het heel logisch en het gebaart van goede wil als we eens om ons heen kijken welke geschiedenis de ons omringende gemeenten hebben en uitventen. Wist je dat de Universiteit Leiden verschillende dependances heeft in het hartje van Den Haag? En is daar ooit een wethouder in het Haagse over gestruikeld? Had Den Haag niet een massaal en arrogant ‘nee’ moeten aanroepen tegen de komst van Leiden?

Soms moet je je trots opzij willen zetten.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here