Als je langs het Spaarne fietst en de fraaie appartementen ziet in de oude Droste fabriek of de hippe kantoorunits in de voormalige hijskranen fabriek van Figee, kan het gevoel je bekruipen dat er in Haarlem alleen nog maar kantoren en woningen zijn. Je zou bijna vergeten dat er hier nog altijd veel toonaangevende maakbedrijven gevestigd zijn. Het overgrote deel daarvan is te vinden op “Haarlem Businesspark Waarderpolder”. Deze bedrijven krijgen niet allemaal de aandacht die ze verdienen, zo blijkt. Maar weinig mensen lijken bijvoorbeeld te weten dat Haarlem de thuisbasis is van een van de grootste en meest toonaangevende platenperserijen van de wereld. We spreken op een regenachtige vrijdagmorgen met Anouk Rijnders, commercieel directeur bij Record Industry.

De vinyl pressing plant van eigenaren Ton en Mieke Vermeulen blijkt niet de eerste de beste. De wortels liggen bij het roemruchte label Artone dat in Nederland de distributie deed voor artiesten zoals Ray Charles en Frank Sinatra. Artone werd overgenomen door het Amerikaanse CBS Music dat later werd ingelijfd door Sony Music. In de jaren ’80 werden er in de Waarderpolder 35 miljoen kopieën van Michael Jackson’s Thriller geperst. Als je met de kerst een “deluxe edition” langspeelplaat hebt gekregen, die zó mooi is dat je ‘m gewoon op schoot wilt leggen om er naar te kijken en aan te ruiken, is de kans groot dat deze is geperst in de fabriek aan de Haarlemse Izaak Enschedeweg. De kans is trouwens ook groot dat je er even op hebt moeten wachten, maar daarover later meer. 

Record Industries

Een klein beetje ouderwets voelt het wel, zo’n glimmende zwarte LP in een papieren hoesje. Dat beeld is niet helemaal misplaatst, want sinds de fabriek in 1958 werd gesticht, is het productieproces eigenlijk slechts op subtiele manieren veranderd. Tijdens de rondleiding door commercieel directeur Anouk Rijnders, wordt duidelijk dat we de schaal hebben onderschat. De perserij is maar één deel van het volledige productieproces waarvan het overgrote deel in eigen huis plaatsvindt. Sterker nog, nu Record Industry ook een eigen direct to disc opnamestudio heeft, zou je kunnen stellen dat alleen de muziek nog nét niet zelf wordt ingespeeld door de 125 medewerkers. De platen worden tegenwoordig niet alleen in zwart uitgevoerd, maar in alle kleuren van de regenboog of -zo valt in het kantoor van Rijnders te bewonderen- met glas in lood motief. Het materiaal van het eindproduct is onveranderd; Polyvinylchloride, beter bekend als PVC. 

Terwijl we ons een weg banen door het pand, lopen we langs een kamer waar iemand aandachtig naar een plaat luistert. Rijnders legt uit dat een getraind oor nog altijd de beste manier is om de kwaliteit van de persing te beoordelen. Supervisor kwaliteitscontrole Brian Macintosh luistert “door de muziek heen” en speurt daarbij onvolmaaktheden op, die de artiesten zelf nog niet zouden opvallen. Die zucht naar kwaliteit komt trouwens steeds weer terug tijdens ons gesprek. Het verklaart misschien ook wel waarom Record Industry ervoor heeft gekozen om werkelijk alles zelf in Haarlem te doen, van de productie van de koperen schijven waar de opname in gesneden wordt, tot het drukken van de hoezen. 

Direct to plate opname studio.

Een paar deuren verderop raken we aan de praat met Patrick Scholtens die toezicht houdt op een machine die een groef van enkele tientallen micrometers diep in een schijf snijdt. De schijf waarin gesneden wordt is gemaakt van koper of van het kunststof-achtige “lacquer”. De keuze voor het materiaal wordt bepaald door het soort muziek; beide materialen hebben specifieke eigenschappen die maken dat een hiphopplaat bijvoorbeeld beter klinkt op lacquer en klassieke muziek dan weer beter tot haar recht komt op koper. Van deze schijf worden de mallen gemaakt waar uiteindelijk de LP mee wordt geperst. 

De huidige eigenaren namen de perserij over van Sony Music, dat in 1998 uit Haarlem vertrok. Anouk Rijnders werd drie jaar geleden aangesteld als commercieel directeur, maar loopt al ruim twintig jaar mee bij het bedrijf. Zo was getuige van de bijzondere levenscyclus van de LP. Eind jaren ’90 werden platen namelijk bijna uitsluitend verkocht aan DJ’s. Al gauw kwamen er echter praktischere (lichtere!) alternatieven voor de loodzware platentassen en even leek het alsof het laatste uur geslagen had voor de grammofoonplaat. Het tegendeel bleek waar. Terwijl muziek via MP3 en later streamingdiensten afstand leek te nemen van fysieke geluidsdragers, werd vinyl opnieuw omarmd door de consumentenmarkt. 

De specifieke warme klank van de LP is daarbij maar een deel van het verhaal. Het artwork op de hoes, het gewicht en het ritueel van “een plaat opzetten”, het heeft er allemaal toe geleid dat de LP de laatste jaren weer een onweerstaanbare aantrekkingskracht heeft gekregen op de consument. Dat kwam tijdens de pandemie tot een hoogtepunt waardoor de wachttijd voor sommige releases intussen is opgelopen tot enkele maanden. Er is wereldwijd simpelweg te weinig capaciteit om aan de explosief gegroeide vraag te voldoen. Rijnders is echter nuchter over de toekomst en verwacht dat de vraag na de pandemie zal normaliseren. Ondertussen blijft het Haarlemse bedrijf innoveren om het productieproces zo efficiënt mogelijk te maken én de kwaliteit te optimaliseren. De Haarlemmers zijn duidelijk van plan om zelf het initiatief te houden. 

Persstraat

De grote vraag naar deluxe vinyl editions is goed terug te zien in de perserij. Dit is het hart van de productielijn en zij draait op maximale capaciteit. Het PVC wordt hier bij een temperatuur van 180 graden en een druk van 150 Bar tot het eindproduct geperst. Het ritmische geluid van de persen vormt een soort industriële muziek op zich. Dit is een échte fabriek. Iedereen heeft zijn of haar taak en de productielijn is tot in de kleinste details uitgedacht. 

Het lijkt soms alsof de liefde tussen de stad en en de “traditionele” maakindustrie een beetje uitgedoofd is in Nederland. Zijn er nog wel mensen te vinden die in fabrieken willen werken? Is het nog wel rendabel gezien de hoge kosten van de grond? Dit prachtige bedrijf lijkt zich er in elk geval helemaal niets van aan te trekken. De 125 medewerkers werken er met trots en het verloop is verrassend laag. De wortels zitten diep in de Haarlemse zandbodem. Is de maakindustrie in Haarlem net als de langspeelplaat bezig met een grote plottwist in haar levenscyclus? Stiekem hopen we van wel.

Foto’s: Stefan Witte

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here