Heerlijk, een krantje lezen op zaterdagmiddag met als hoogtepunt de pagina met rouwadvertenties. Deze immer positieve boodschappen zijn als een kijkdoos die een kortstondige inzage verschaft in het leven van doden.
Zo zijn er bombastische met veel tekst gevulde kaders die als een pocherige BWM seinen in je achteruitkijkspiegel: kijk mij, ik ben dood. Wat veronderstelt dat iemand met de allure van Mandela het leven verlaten heeft. Geenszins het geval, want als je verder leest blijkt Arnold Boer manager in een papierfabriek te zijn geweest: tot papier zijt gij en tot papiermaché zult gij wederkeren. Dan Berna Jager die na 57 jaar, na een lang ziektebed het leven verlaten heeft. Haar advertentie wordt opgevrolijkt met een afbeelding van een engel. Berna lijkt mij het type mens dat in oktober de kerstboom al optuigt en deze laat staan tot half maart; haar hele huis verlicht om het wél eens gezellig te krijgen.
Er zijn ook lieve rechthoekjes waar een simpele boodschap meldt dat meneer Jansen onze geliefde vader, broer en echtgenoot is overleden: simpelheid doch doeltreffend, fijn. Een opvallende: Tot ons verdriet is op 11 april overleden onze markante oom en oud-oom. Wat maakte oom Ben markant? Spaarde hij dode foetussen? Trok hij graag aan de noodrem in treinen of had hij een sm-kelder? Ik wil dat weten. Gelukkig staat er een telefoonnummer bij, dus ik bellen. Krijg ik een verdrietige vrouw aan de lijn. Ik condoleer haar en vraag wat oom Ben markant maakte. “Hij was treinspotter” klinkt het snikkend, “iedere zondagochtend zat hij langs het spoor, met een koelbox treinen te kijken.” “Inderdaad, wat een markant figuur. Hij viste zeker ook?” Voor ze kon antwoorden hing ik op.
Maar – nu komen we tot een heikel punt – het lijkt, afgaande op rouwadvertenties, alsof er nooit klootzakken sterven. Waarom dragen al die teksten de zoetsappigheid van een sprookje? Is het werkelijk: over de dode niets dan goeds? Ik pleit daarom voor de eerlijke rouwadvertentie, te beginnen met mijn eigen. Een positieve noot lijkt mij ongepast, meer iets van: Hij had een goed hart, jammer dat het zo lang klopte. Of: Eindelijk onder het gras kan deze morbide vreemdganger geen harten meer breken, godzijdank. Het zou de huilende krantenpagina opvrolijken. En wat maakt het uit, diegene is toch dood.
We moeten af van die zoete, inhoudsloze teksten. Op naar het eerlijke verhaal. Wees niet bang voor de dood, maar omarm hem. Want zonder dood is er ook geen leven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here