Vrijdag 27 oktober speelde Roxeanne Hazes, met in haar voorprogramma Lakshmi, haast het dak van Patronaat eraf. We spraken beide dames na een uitgebreide foto- en signeersessie met de toegestroomde fans achter de schermen. Neergeploft op een bank in één van de kleedkamers vroegen we ze het hemd van het lijf over Haarlem, de liefde voor muziek en de behoefte aan meer ‘Girl Power’ in de muziekscene.

HB: Als ik aan Haarlem denk, dan denk ik aan…?

Roxeanne: “Aan Lakshmi! Omdat Lakshmi hier woont, en omdat ik heel veel mooie verhalen heb gehoord over hoe fantastisch het is om hier op te treden en hoe leuk de mensen hier zijn. Dat heeft Lakshmi me allemaal verteld! Ook ben ik hier ooit naar een optreden geweest in de Philharmonie, geen idee meer van wie het was, maar toen ben ik de stad nog even in geweest. Dat vond ik zo geweldig! Ik vond het gelijk een toffe stad. Ik zou hier echt kunnen wonen. En ik heb het vanavond weer gemerkt: wat een fantastische, leuke mensen heb je hier.”

Lakshmi: “Ik moest in het  begin heel erg wennen (Lakshmi woont hier nu 4 jaar, red.). Ik kom uit Nijmegen en kreeg het eerste half jaar heel veel te horen van ‘oh, jij komt hier niet vandaan hè?’. Maar als ik aan Haarlem denk, denk ik aan de stad waar mijn muziekcarrière is begonnen. Ik ben hier vlakbij Amsterdam, vlakbij alles, dus het is heel makkelijk om heel veel shows te doen. En er wonen hier zo ontzettend veel muzikanten! Je rolt er zo in.”

HB: Jullie muziekstijlen liggen uit elkaar, maar toch is het niet raar dat jullie samen touren – wie bij de show was zal dat meteen begrijpen. Jullie werken allebei met Casper Knipscheer (Casper is de boeker van Roxeanne en de manager van Lakshmi, red.) en hebben elkaar zo leren kennen. Roxeanne, wanneer wist jij dat Lakshmi dé persoon was voor jouw voorprogramma?

Roxeanne: “Ik vond het heel erg leuk om een voorprogramma te hebben dat ik zelf heel tof vond: ik wil niet gespeeld aardig hoeven doen tegen iemand in mijn voorprogramma, dat is niets voor mij. Ik kende Lakshmi nog helemaal niet, maar ik hou een afspeellijst bij van dingen die ik tof vind, die mij inspireren voor een volgend album. En daar stond toevallig Lakshmi tussen, met Aha.

Lakshmi: “Nice!

Roxeanne: “Ik vond dat zo ontzettend gaaf, dat ik toen bij Casper heb aangegeven dat ik dit graag wilde. En ik vind het een mooi statement: twee powervrouwen, samen veroveren we in dit geval Haarlem en verder Nederland!”

Lakshmi: “Ik ben meer jaren ’80, Rox meer jaren ’90, maar we werken allebei veel met elektronica.”

Roxeanne: “Van die dingen waar puristen van zeggen, bah, dat komt uit een kastje, dat is niks. Dat is onzin, dat is gewoon fucking tof.”

Lakshmi: “Bovendien gaat bij ons alletwee alles om de stem heen: alles ondersteunt het liedje, maar de stem ligt er echt bovenop. We hebben allebei een heel andere achtergrond, maar we matchen wel. We werken allebei met een vaste band, maar het project draagt onze eigen naam. Bovendien hebben we gewoon een programma met alleen maar vrouwen. Je hebt vaak een vrouwelijk voorprogramma, mannelijk hoofdprogramma of andersom, maar bijna nooit twee vrouwelijke artiesten. Hoe tof is dat! Wij doen dat gewoon.”

HB: Jullie delen zelfs een bandlid!

Roxeanne, lachend: “Dat is echt uit nood ontstaan: Lakshmi was zo lief om één van haar bandleden uit te lenen aan mij. Pascal. Ben ik ontzettend blij mee: hij is echt fantastisch. En even terugkomend op waarom het zo leuk is om samen deze tour te doen: het klikt gewoon ontzettend goed.”

Lakshmi: “En dat is best uniek! Ik ken echt véél muzikanten, veel frontmannen en – vrouwen, maar je hebt vaak ‘hm, wel oké, voor een keertje’.

Roxeanne: “Wij zijn echt heel erg hetzelfde! We hebben allebei best veel schijt aan dingen, we zijn allebei echt heel erg mens. Dat zag je net nog: we zijn klaar, we zitten hier samen op de bank, en dan zeggen we tegen elkaar ‘pfffft, als dit klaar is halen we meteen onze make-up eraf en dan is het pyjamatijd!’. Als ik dat niet tegen iemand zou kunnen zeggen, zou het niet werken. Ik ben een flapuit, en Lakshmi heeft ook niet echt een filter, haha!”

HB: Wat is je tofste herinnering aan optreden in Patronaat?

Roxeanne: “Mijn allereerste show-rehearsal met de band was hier. Dat was nog wel een dingetje – één van de bandleden viel uit, dingen werkten niet meer, en twee dagen later zouden we onze eerste show hebben, in Zwolle. Die eerste rehearsal was écht niet fijn. Dus ik vond het ook echt wel spannend om dan hier te staan, terwijl het oefenen zo slecht ging. En dan word je hier zo goed ontvangen! Ik ga hier met een fantastisch gevoel weer weg.”

Lakshmi: “Ik heb twee keer eerder in de kleine zaal gestaan, en een keer in het café, met Irrational Library-avond. Toen begon het een beetje te rollen, heel minimaal, maar ik durfde nog helemaal niet te praten op het podium. Dan sloeg ik echt dicht. Ik had een heel verhaal voorbereid, wat ik van mezelf moest en zou zeggen. Dat heb ik in het café voor het eerst gedaan. Mensen lachten, het viel goed, en toen voelde ik me echt alsof ik een stukje vrijheid had geclaimd. Dat voelde zo ontzettend goed: toen wist ik, dit kan gewoon, dit is niet eng, niet raar. I got this.”

“Ik vind het een mooi statement: twee powervrouwen, samen veroveren we in dit geval Haarlem en verder Nederland!”

HB: Roxeanne, is dat iets wat jij ook hebt? Jij hebt een heel andere achtergrond, je hebt veel meer ervaring met dit soort situaties. Of denk jij ook weleens ik sta hier, maar willen mensen mij wel horen?

Roxeanne: “Sinds kort heb ik dat gevoel wel. Dat kwam echt door de eerst tour avond; ik heb nog nooit getourd, ik ken het gevoel van spelen met een band niet – terwijl ik al elf jaar in dit vak zit. Ik heb tien á elf jaar mijn vaders liedjes gezongen, altijd hetzelfde feestje, altijd dezelfde mensen. Vaak genoeg maakte ik mee dat iemand een biertje naar mijn hoofd gooide. Eén keer zelfs een breezer!”

Lakshmi: “Wat? Echt waar?!”

Roxeanne: “Ja, dus ik heb best wel lang een angst gehad om op te treden. Ik vond het gewoon niet meer leuk. Toen ik begon met touren dacht ik echt ‘shit, als dat maar niet meer begint’. Maar toen zei mijn vriend ‘welnee, mensen komen voor jou, weet je hoe leuk dat is?’

HB: Kun je jezelf dan nu meer laten zien?

Roxeanne: “Ja, zeker. Dat had ik al bij het schrijven van het album. Maar tijdens deze hele tour kan ik me gewoon kwetsbaar opstellen. Ik kan op het podium mijn ervaringen met pesten vertellen – dat gebeurt nog steeds, ook op social media. Ik vind het belangrijk om over dat soort dingen te kunnen praten. En als ik dan mijn publiek in kijk, zie ik dat 90% daar staat, omdat ze denken, hier kan ik volledig mezelf zijn. Er staan mannen die als vrouw verkleed zijn. Vrouwen die met vrouwen zoenen. Je merkt gewoon dat mensen zich vrij voelen. Dat vind ik echt heel tof.”

Lakshmi: “We hebben een sterke boodschap, middelvinger naar alles, gewoon jezelf kunnen zijn. Maar tegelijkertijd ben je ook gewoon een meisje van 24 met een verleden. Dat delen we wel, dat hele pesten enzo. Je hebt ergens een onzekere kant, en die kun je op dat podium gewoon delen.”

HB: Waar ben je het meest trots op?

Roxeanne: “Ik ben drie jaar lang met dit album bezig geweest en dan moet je maar zien of mensen het tof vinden. Dat is best een risico om te nemen, zeker als mensen je van iets heel anders kennen. Dan word je ineens op alle radiostations alarmschijf, topsong, en dan word je óók nog eens door de Wereld Draait Door gevraagd om huisband te worden! Ik ben gewoon fucking trots op het hele afgelopen jaar.”

HB: Dan heb je dus eigenlijk gewoon iedereen die ooit een grote bek had laten zien dat je het wél kunt.

Roxeanne: “Zeker.”

Lakshmi: “Dat is trouwens wel echt iets waar ik enorm van schrok. Hoeveel haat random, domme mensen uitstrooien over jou, Rox. Ik heb dat nog nooit meegemaakt. En toen maakten we een promofilmpje voor dit optreden in Patronaat, en las ik zóveel haat! Daar schrok ik echt van. Dat ben ik helemaal niet gewend, dat mensen zó fucking lelijk doen.

Roxeanne: “Het is heel bizar, hoe dat werkt. Maar ik kan dat inmiddels achter me laten. Ik sprak een band die eerder in DWDD optrad, en die raadden me aan gewoon niet op Twitter te kijken. Ik was zó blij dat zij dat ook hadden gehad. Ik ben een schietschijf, op de naam Hazes rust wat dat betreft een vloek. Het zit ze blijkbaar diep. Maar het maakt niet uit wat ik doe, het blijft toch zo. Dus nu kan ik het er lekker bij laten.”

Lakshmi: “Maar soms zie ik die sneue reacties en dan denk ik fuck het, kijk waar ik nu sta. Ik heb al zóveel bereikt.”

Korte impressie van de avond:

Als we Patronaat binnenlopen, zijn we nog een beetje huiverig voor wat de avond gaat brengen: in de kleine zaal zwermen hier en daar wat groepjes mensen maar druk is het niet te noemen. Gelukkig loopt de zaal al kabbelend langzaam vol als Lakshmi vol trots het podium op stapt. Al snel knalt haar muziek door de zaal en is een groot deel van het publiek in een fijne, gehypnotiseerde staat. Bij On the Run (check hier onze akoestische versie!) krijgt ze de hele (vrij rumoerige) zaal bij betovering doodstil (alleen jammer van die ouwehoerende mensen op het balkon en bij de bar boven, maar dat schijnt echt een Hollandse afwijking te zijn bij optredens). De zaal voelt ineens heel klein en knus. Met het volgende nummer knalt ze met een stevige baslijn de zaal weer in en lijkt iedereen weer met beide benen op de grond te staan.

Zodra Roxeanne het podium betreedt gaat de zaal die zich bij Lakshmi nog wat op de vlakte hield ineens compleet uit zijn dak. De halve zaal zingt Judaskus woord voor woord mee. Ook de woorden van In mijn Bloed en Schiet maar Raak, dat door Roxeanne wordt ingeleid met een persoonlijk maar heftig verhaal over pesten, liggen bij een groot deel van het publiek voorop de tong. De boodschap “Soms moet je schijt hebben, jij mag er zijn!” vindt veel weerklank. Na het zwoele Ballade van de moord, dat ze in duet met één van de bandleden zingt, geeft Roxeanne aan dat ze zich door allerlei artiesten laat inspireren. Natuurlijk door haar vader André, maar ook door Blof – met een sterke versie van Omarm pakt ze het publiek in. Dat is een fijne afwisseling; het is lastig om, als je maar één album hebt, niet gewoon integraal alle liedjes achter elkaar op te dreunen. Dat weet Roxeanne ook, dus na Raidadadai (‘voor al die sukkels die ons ooit hebben laten staan!’) knalt ze er een nineties-medley in, om de nummers uit haar jeugd in een nieuw jasje te eren. Let You Go van Dominica, Never Alone van 2 Brothers on the 4th Floor en We Come 1 van Faithless laten zich verrassend goed coveren met Nederlandse lyrics. De gemiddelde leeftijd van het publiek is er ook naar, dus iedereen gaat uit zijn dak. Na nog een paar meezingers sluit ze af met een prachtig, intiem publieksmomentje met Terug. Heel stug Haarlem, dat van tevoren nog niet wist wat het aan moest met Roxeanne Hazes, gaat met een glimlach naar huis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here