Vanaf de bank, de stoel of vanuit bed, maar in ieder geval met een laptop voor d’r neus, schrijft ze over alles wat haar bezighoudt. Als half mam, half vrouw, heel zelfstandig ondernemer zijn er genoeg onderwerpen die haar bezighouden. Volg haar in haar zoektocht naar idealen en de dingen die haar gelukkig maken of juist ontzettend frustreren.

Net als iedere andere inwoner van dit o zo wisselvallige Nederland, kan ik m’n geluk niet op wanneer de eerste zonnestralen doorbreken en m’n huid verwarmen. Niet dat ik gedurende de wintermaanden opeens ongelukkig ben, dat dan ook weer niet.

Ik ken mensen die het liefst overwinteren onder de zonnebank en die van november tot eind februari iedere ochtend steunend en kreunend wakker worden in het donker. Die hun tenen niet eens over de rand van het bed durven te wiebelen, want “Ieh, zo koud!”. Waarvan hun gezicht op onweer staat als ze eindelijk uit de douche vandaan komen, de slaap nog uit hun ogen wrijvend terwijl ze thee/koffie/jus d’orange inschenken. Ik niet; ik heb daar iedere dag last van, dat bewaar ik niet uitsluitend voor de wintermaanden.

Terug naar die eerste zonnestralen. Eerlijk gezegd waren de eerste zonnestralen er al voordat ik er echt van kon genieten. Vanachter een raam in een kil kantoor kon ik het mooie weer aanschouwen. Ieder jaar ben ik weer de Sjaak. Dat geldt waarschijnlijk voor bijna iedere werkende, studerende of schoolgaande Nederlander. Ik pleit dan ook voor ‘zonvrij’: zodra het kwik 18+ aangeeft, een stralende blauwe lucht en schitterende zon je vanachter een raam aankijken, vrij voor iedereen. Niet haalbaar, toch een diep gekoesterde wens.

Wat me overigens meer frustreert dan een schitterende dag terwijl ik aan het werk ben, is een schitterende ochtend op een vrije dag. Zo’n schitterende ochtend waarbij je jezelf voorneemt om snel het hele huis aan kant te maken, de laatste dingen af te maken voor werk en dan van plan bent om halfnaakt op je balkon te gaan liggen om de gemiste zonnestralen in te halen.

Ik pleit dan ook voor ‘zonvrij’: zodra het kwik 18+ aangeeft, vrij voor iedereen.

Ik ben dan zo iemand die gelijk een hele voorjaarsschoonmaak doet; zwetend stofzuig ik ieder hoekje, gaatje en zelfs het randje op de plint. De dweil gaat door de keuken, toch ook maar de woonkamer, dan ook de gang, de slaapkamers en als laatst toch ook de badkamer en wc. Oh, de wc, die kan ook wel even een goede beurt gebruiken. Puffend en hijgend in een oud hemdje en een boxer van vriendlief stort ik me na de laatste halen met de wc-borstel om iets voor 12 uur op de bank. Om te zien dat de prachtige blauwe lucht al is ingewisseld voor een lichtgrijs wolkendek. Zon weg.

Na de eerste zon gemist te hebben door lange dagen werk, was ik dit keer vastbesloten gelijk te gaan genieten van het weer zodra het maar kon, op een vrije dag.
Dat was een week geleden ongeveer. Na een moeizame ochtendsessie ontbijten, douchen en aankleden voor zowel mijzelf als dochter – ze heeft het niet van een vreemde – bracht ik haar naar school en rende bij thuiskomst gelijk het balkon op.

Onze tuintafel bestaat uit acht lege bierkratten met daarop een groot dienblad.

Wij, m’n vriend en ik, hebben best creatieve ideeën, maar samen één rechterhand wat klussen betreft. Dat resulteert bijvoorbeeld in ons prachtig vormgegeven balkon: denk aan een oneven rieten afscheiding waar je nog steeds doorheen kunt kijken, oude pallets met daarop een stapel bankkussens van de oude bank van m’n ouders en een set dode planten. Onze tuintafel bestaat uit acht lege bierkratten met daarop een groot dienblad. Meer een statafel ja. Voor de leuk heb ik er een cactus opgezet. Hart-stikke geinig…

Ik plof me dus neer op die zelfgemaakte tuinset en trek ieder kwartier een extra kledingstuk uit. Met een half oog kijkend of er niet ergens een buurman of –vrouw thuis is die onvrijwillig mijn halfnaakte lichaam moet aanschouwen.

Heup in de houding, onderbroek op half elf en krabbend aan d’r rechterbil.

Zo blijf ik een aantal uur liggen. De enige onderbreking is het uit school halen van mini-me. Het prachtige weer blijft aanhouden, dus na thuiskomst schieten we allebei snel het balkon op. Terwijl ik m’n plekje weer verover op de tuinset en een relaxte houding aanneem met laptop plakkend op m’n blote benen, zie ik hoe dochterlief – ondertussen alleen nog in onderbroek, want “bloedheet” – bedenkelijk naar de hoop kinetisch zand op de terrastegels kijkt. Heup in de houding, onderbroek op half elf en krabbend aan d’r rechterbil.

Ik schiet in de lach en wordt getrakteerd op een quasi-getergde blik. Het plaatje is compleet: ik heb een bouwvakker op m’n balkon. Nu maar hopen dat ze twee rechterhanden heeft, dan komt ze als geroepen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here