Vanaf de bank, de stoel of vanuit bed, maar in ieder geval met een laptop voor d’r neus, schrijft ze over alles wat haar bezighoudt. Als half mam, half vrouw, heel zelfstandig ondernemer zijn er genoeg onderwerpen die haar bezighouden. Volg haar in haar zoektocht naar idealen en de dingen die haar gelukkig maken of juist ontzettend frustreren.

Als freelancer kom ik door het hele land. Oost, west, noord, zuid; in ieder krocht van Nederland worden feesten en partijen georganiseerd en schuif ik graag aan. De ene keer met een ploeg uit de Randstad, de andere keer met een team uit diezelfde verschillende windstreken. Nooit eerder had ik het idee dat het een verschil maakte of ik nu met een clan Amsterdammers op een project zat of met een roedel uit Den Bosch en omstreken. De stappen om een succesvolle productie op poten zetten blijven hetzelfde.

Een verkeerde aanname, zo bleek vorige week.
Als producer is eigenlijk je enige taak om alles te regelen wat geregeld moet worden. Klinkt wel iets eenvoudiger dan het is, maar laten we het ook zeker niet moeilijker maken. Voor het verhaal maakt het overigens toch niets uit.
Bij het uitvoeren van deze enige taak, komen natuurlijk wel allerlei randtaken en –zaken om de hoek kijken. Zo ook de taak, of plicht liever, om iedereen die zich al dan niet uit de naad werkt om samen met jou te zorgen voor een fantastisch resultaat, aan te horen over de ellendige, lange, moeilijke weg ernaartoe.

Het is meer dan eens voorgekomen dat Brigitte Kaandorp wordt geYouTube’d met haar meedogenloze “Ik heb een heel zwaar leven” en het productieteam steunend en kreunend meeblèrt op de rake teksten na zo’n klaagzang van de een of ander. Een sublieme methode om alle negatieve energie in drie seconden uit te schakelen.

Tijdens de meervoudige klaagzangen is het wel de bedoeling zelf heel relaxt en begrijpend te reageren. Mee te veren, aan te voelen wat de onderliggende frustratie is en vooral te luisteren. Een PhD in psychologie is er niets bij.

Heel vaak gaat dat heel goed. Ook al is geduld niet een van mijn deugden en ben ik voorstander van kort en krachtig, ik train mezelf er echt in om het meelevende productiemeisje te zijn met haar grote, groene, begrijpende ogen.

Soms alleen, gaat het mis. Dan wordt het dit grootogige productiemeisje allemaal nét even teveel en tettert het duiveltje op mijn ene schouder net iets harder in m’n oor dan het engeltje op de ander. Dan komt mijn Haarlemse, nuchtere aard naar boven en zeg ik, nog steeds zo vriendelijk mogelijk, waar het nou echt op staat. Vraag ik naar de bekende weg in de hoop dat de persoon tegenover me inziet, dat degene die een fout heeft gemaakt of degene die niet luisterde of degene die … niet degene is die enige blaam treft. Probeer ik voorzichtig aan te kaarten dat hij of zij toch echt even bij zichzelf te rade moet gaan.

Het draagt vaak niet bij aan de feestvreugde, geef ik toe. Het is alleen wel heel erg lekker voor mezelf om af en toe terug te sneren en een sigaar uit eigen doos in iemands gezicht te gooien. En het is terecht, uiteraard. Niemand komt ongeschonden een productie uit; als de een over iedereen wat te klagen heeft, dan krijg je het zelf ook zeker weer terug. Wel zo fijn: iedereen over de zeik schept ook weer een band.

Toen het duiveltje vorige week kort de overhand nam en ik, naar eigen zeggen, rustig maar enigszins vermanend iets terug zei, ontplofte de boel. Een rood aangelopen gezicht met een mond vertrokken in een dunne witte streep stond tegenover me. Ogen spuwden vuur en als het bureau er niet tussen stond, had hij me het liefst met z’n trillende handen gewurgd.
Het enige waar ik aan kon denken terwijl ik in die fijngeknepen, bloeddoorlopen ogen keek, was: “Eh, hoe dan? Dit was nog m’n meest vriendelijke vermanende toon….
Een beetje verbouwereerd staarde ik hem na terwijl hij briesend het kantoor uit stampte.

Wel zo fijn: iedereen over de zeik schept ook weer een band.

Ik keek een voor een m’n collega’s aan, om te zien of zij net zo verbaasd als ik waren om de ronduit absurde reactie van de beste man. M’n Limburgse collega draaide zich langzaam naar me om op haar bureaustoel en zei lieflijk: “Het is je accent.

Mijn accent. Mijn accent? Accent?!
Ik dacht dat ik als Haarlemse gespaard was gebleven van enige vorm van accent. Ik spreek Algemeen Beschaafd Nederlands, of Standaardnederlands zoals dat tegenwoordig moet heten om de rest van de Nederlandse bevolking niet voor het hoofd te stoten.

Met mijn blik nog verbaasder om haar conclusie dan om de reactie van de kwaaie pier volgde ze met de uitleg. Schijnbaar staat mijn ‘harde G’ me in de weg om mensen van repliek te dienen.
De harde G en directheid plus arrogantie die alle Haarlemmers hebben, zorgen ervoor dat de nekharen van iedere Bosschenaar, Maastrichter, Zeeuw, Fries, of wie dan ook van buiten de Randstad, rechtovereind gaan staan. Nog voordat je iets zegt eigenlijk.
Zeg je dus iets, dan ben je die typische, omhooggevallen Randstedeling.

Een hele openbaring.
Ik ben er ondertussen aan gewend dat men niet verwacht dat ik überhaupt hersens heb en een tong – al heftig genoeg eigenlijk – maar dat ze ook nog eens schurftig worden als ik ze gebruik, alleen al omdat ik in Haarlem woon, is wel nieuw.

Ik kan me nu natuurlijk voornemen om iedereen buiten de Randstad te benaderen als een kritiekloze jaknikker om te zorgen dat ik niemand tegen me in het harnas jaag. Het inzicht dat wij Haarlemmers als zelfverzekerde, egoïstische snobs worden gezien biedt echter meer perspectieven.
Of misschien oefen ik m’n zachte G wel. Dan kan ik ongemerkt, als de feeks die ik ben, snauwen naar iedereen. Nog zonder dat ze het in de gaten hebben. Er gaat een wereld voor me open…

1 REACTIE

  1. Ha Suzanne wat grappig. Ik ben 6 jaar geleden naar Haarlem verhuisd vanuit Hoorn. Al na een paar maanden begonnen zij te klagen dat ik een zachte R had en “bekakt” praatte. Zo zie je maar dat iedereen het “Haarlems accent” anders interpreteert. Jouw artikel verbaasde mij ook over hoe mensen over de Haarlemmers denken. Nooit geweten…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here