Lou is het liefst de baas, van alles en over iedereen. Het duurde dan ook niet lang voor ze bedacht dat huisdieren het summum zouden zijn om haar eigen imperium vorm te geven.

Al op vierjarige leeftijd vroeg ze wekenlang de hele dag om een huisdier, van ontbijt tot boekje-voor-het-slapengaan. Om knettergek van te worden. Alhoewel ik liever geen steun verleen aan een mini-monarchie met tirannieke koningin aan het roer, leek het me ergens ook juist goed om huisdieren te verwelkomen bij ons thuis. Er valt namelijk veel te leren van de verantwoordelijkheid die de zorg ervoor met zich meebrengt.

Katten en honden waren off limit, want zelf ben ik allergisch voor de eerste en we zijn te weinig thuis om die tweede in ons leven te kunnen laten. De perfecte tussenoplossing werd konijnen. Als jong meisje had ik zelf ook een konijn, gekregen voor mijn zevende verjaardag. De eerste keer dat ik boos riep naar mijn vader dat ik toch zeker niet had gevraagd om een konijn, alleen omdat ik het hok niet wilde schoonmaken (ALWEER?!), was niet lang na die dag: Ik bedoel, de laatste stukken verjaardagstaart stonden nog in de koelkast. Ideaal dus in deze situatie.

Aangezien we in de tijd dat Lou begon met mekkeren nog op één hoog woonden met minimale buitenruimte, wist vriendlief – lang niet zo blij met huisdieren als zijn vrouwelijke huisgenoten – de komst uit te stellen tot we in een huis zouden wonen met een echte tuin. Jammer voor hem kochten we een paar maanden erna zo’n huis met echte tuin en begon de jacht op de gezinsuitbreiding.

In een Hillegoms asiel ging ik eind winter vorig jaar op zoek naar twee konijnen. Klein nadeel van gezinsuitbreiding in de winter en een allergisch aangelegde moeder, is dat het de keuze beperkt tot de al oudere konijnen met wintervacht. Niks klein schattig konijntje dat de eerste week nog op je handpalm past en je vriend voor het leven wordt. Twee jetsers van konijnen haalde ik uit de opvang: Rocky en Cowboy die Lou gelijk omdoopte tot Kat en Flamingo. Het konijnenhok dat opa in elkaar had geknutseld leek een miniatuurhok op het moment dat ik konijn één uit de reistas toverde. Nu doet het hok dan ook meer dienst als kasteel in een vissenkom – puur ter decoratie – en rennen de konijnen los rond in de tuin.

Lou was dolgelukkig met de komst van Kat en Flamingo. Eén hele dag lang. Kat en Flamingo waren lief, maar hadden genoeg aan elkaar en absoluut geen behoefte aan kleine kinderhanden die hen probeerden te aaien en vast te pakken. Wortels voeren leverde met veel geluk een snelle aai op voor het desbetreffende konijn een sprint inzette, waardoor de lol van het voeren al snel tot een minimum daalde.

Inmiddels zijn we ruim een jaar verder. Kat en Flamingo hebben het nog heerlijk in onze tuin en maken absoluut geen gebruik van het hok (Sorry pap!), behalve dan dat ze zich erachter verstoppen zodra een mens te dicht in hun buurt dreigt te komen. Lou laat iedere gast trots haar konijnen zien met de mededeling dat het haar konijnen zijn, maar puntje bij paaltje zet ze geen stap in de tuin om de konijnen te voeren, laat staan het hok te verschonen.

Aan het eind van de rit kunnen we dus wel stellen dat het Lou is gelukt haar imperium op te zetten. Naast twee konijnen heeft ze haar moeder in haar zak, want die laatste dacht wat opvoedkunde bij te brengen maar is geëindigd op haar sloffen tussen de konijnenkeutels met voer in de ene en vers stro in de andere hand.

Meer Suzanne van der Meij en andere columns klik hier.

Fotografie: Wiebrig Krakau

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here