Slechts één keer eerder had ik de binnenkant van de Sint Bavo op de Grote Markt bewonderd. Het was op een mooie lentedag, het wemelde in de kerk van de toeristen en in mijn herinnering was de temperatuur in de kerk goed. Of in ieder geval een paar graden warmer dan toen ik er zondag was voor Take Me To Church.

Vol goede moed liep ik zondag dan ook de kerk in, terwijl ik mijn zakken leegde om mijn jas te kunnen uittrekken en die vervolgens ergens te stallen. Het was koud buiten zondag. Ik had mijn winterjas aan gedaan en dacht die toch echt niet nodig te hebben tijdens het concert.

Dacht, inderdaad, want de temperatuur in de kerk scheelde niet veel met die van buiten. Niet vreemd natuurlijk, voor een kerk. Ik kom er blijkbaar niet vaak genoeg om dat te weten. Die jas kon mooi aan blijven dus en de zoektocht naar de garderobe gestaakt.

Een bordje ‘Take me to the bar’ wees uitnodigend naar de bar achter in het schip van de kerk. We, mijn plus één en ik, sloten aan in de rij bezoekers. Ik wierp een blik op het drankenmenu en gniffelde even toen ik in de keuze aan bier Ongelovige Thomas van Jopen zag staan. Toepasselijk grapje van het Patronaat, organisator van Take Me To Church.

Twijfelend tussen een warme beker koffie of een verwarmende alcoholische drank, stond ik tenslotte met een keurige appelsap in m’n hand.

Om mij heen stond een scala aan mensen: van jong tot oud, van kunstzinnige intellectuelen tot trouwe kerkgangers – niet dat dit niet samen kan gaan overigens – en van stelletjes tot groepen vrienden. Allemaal met het doel te gaan genieten van de muziek van de veelbelovende line-up van die avond. Mooi hoe de kerk, en in dit geval misschien meer nog dan dat de muziek, verbindt.

We namen plaats op de houten stoelen met rieten zitting. De rijen stoelen waren dicht op elkaar geplaatst, beenruimte was minimaal. De temperatuur van de kerk in ogenschouw nemende, was dat eigenlijk helemaal niet verkeerd.

Voor de rieten zitting was ik trouwens ook erg dankbaar; het zou een zit van bijna vier uur blijken en dan is zo’n soepele zitting echt een stuk beter dan een koude, harde kerkbank.

Terwijl er nog een aantal mensen binnenstroomden en plaatsnamen, werden de laatste voorbereidingen getroffen op het podium door de tourmanager, of bandlid, van de eerste artiest. Setlists werden neergelegd en microfoons kregen een laatste afstelling.

Om 19.45 uur betrad Kim Janssen – gitarist, singer-songwriter en bandleider – samen met zijn band het podium. Achter hem lichtten de ornamenten en het orgel van de kerk op in een schouwspel van kleuren. Een magisch gezicht. Vooraf had ik niet eerder van Kim Janssen en zijn muziek gehoord. Op de website van het Patronaat had ik gelezen over de lovende recensies die hij had ontvangen op basis van zijn laatste album en over het kippenvel dat hij zijn luisteraars kon bezorgen, maar eerst maar eens horen – en dan geloven.

De eerste akkoorden zetten meteen de toon voor de rest van de avond. Zijn fenomenale stem die prachtig weerklonk door de akoestiek van de kerk, bracht het publiek in vervoering.

Kim heeft een warme, diepe stem. Loepzuiver en heerlijk om naar te luisteren. Zeker in deze setting; een koude maar prachtige kerk met een selecte groep luisteraars op houten stoelen.

De liedjes, thuis te brengen in het genre pop, leken kort en het optreden veel te snel voorbij. Vijfenveertig minuten na de eerste tonen, namen Kim en band afscheid van ons om plaats te maken voor de tweede band van de avond: Matthew & The Atlas.

Tijdens de change-over konden wij voor ronde twee naar de bar of even rondlopen in de kerk.
Zonder muziekspektakel en overdag is dat al een indrukwekkende omgeving, maar zeker zo in het donker waarbij de imposante reliëfs, sculpturen en het majestueuze orgel werden opgelicht. Complimenten aan de lichttechnicus. Met een drankje in ons hand, nam iedereen een half uur later weer plaats. Ditmaal voor het optreden van de Britse band Matthew & The Atlas.

Matthew Hegarty, de zanger, was een onopvallende verschijning. Type Ed Sheeran meets boy next door. Enthousiaste fans in het publiek deden echter vermoeden dat het optreden alles behalve onopvallend zou zijn.

En jawel, net als bij Kim Janssen, viel het publiek stil toen de eerste noten klonken. Afgezien van enkele kreten van verrukking dan, uit het kamp van de fans. Een prachtige stem, wederom loepzuiver en goed spel van de driekoppige band.

Terwijl het publiek het optreden met grote ogen aanschouwde, hielden Matthew en zijn band die tijdens de zang steevast dicht. Ze leken in vervoering door hun eigen spel. Opperste concentratie om een fantastisch optreden neer te zetten, weerhield hen ervan het publiek in te kijken.

De mannen, sober gekleed in donkere kleuren, staken af tegen de oplichtende achtergrond. Het optreden verbijzonderde de hele setting: het bracht het publiek en de band nader bij elkaar. Intiem, als in een huiskamerconcert. Zachte stemmen in het publiek zongen mee met de bekendere liedjes.

Ook dit optreden leek veel te snel voorbij. Om 21.45 uur klonken de laatste akkoorden van Matthew & The Atlas en werd het podium omgebouwd voor Danny Vera.

De kou die door de stenen vloer van de kerk mijn voeten bijna deed afsterven, leek weer aan terrein te winnen. Verkleumd stond ik tijdens de laatste change-over in de rij voor de wc, huppend van m’n ene voet op m’n andere om weer op te warmen.

Bij terugkomst schitterde een jaren vijftig-microfoon op het podium. Danny Vera werd aangekondigd en nam in strak, zwart pak met wit pochet plaats achter de microfoon.

Waar de andere bands opvielen door hun eenvoudige uitstraling, was de eerste gedachte bij het zien van Danny Vera: Elvis Presley. En dan wel Elvis Presley met Mexicaanse roots; de combinatie van de zwarte kuif en een typische Mexicaanse zwarte snor, leidden mijn gedachten naar tequila en sombrero’s. Een indrukwekkende verschijning, ouder dan de voorgegane artiesten van die avond en alleen op het podium in plaats van versterkt door een band. Het laatste optreden van de avond zou een compleet ander optreden zijn dan de twee ervoor, zover was duidelijk bij het aantreden van Danny Vera.

Niet alleen zijn stem is fenomenaal, zijn hele performance was subliem.

Tijdens de optredens van Kim Janssen en Matthew & The Atlas was ik al in vervoering gebracht door hun geweldige vocale talenten en de akoestiek van de kerk.
Toen Danny Vera inzette echter, stonden de tranen bijna in mijn ogen. Mijn mond viel open. Danny Vera’s stem is er één uit duizenden. Fan-tas-tisch. Meeslepend, zuiver, donker, diep, het voerde je mee in de wereld van zijn muziek.

Niet alleen zijn stem is fenomenaal, zijn hele performance was subliem.
Danny, in tegenstelling tot de andere artiesten, nam de tijd om te vertellen over de totstandkoming van zijn liedjes en de verhalen erachter. Toothpick Louis, bijvoorbeeld, een ode aan zijn recentelijk overleden vader.

Humoristisch ook, die Danny. Hoewel hij niet zou misstaan als Mexicaanse vertolking van Elvis Presley, is hij zoals hij zelf zegt “gewoon een Zeeuwse teringlijer uit Middelburg”. Zijn scherpzinnige opmerkingen, zijn eerlijkheid en het uitspreken van wat iedereen de hele avond al dacht, namelijk: “Wat is het verdomme koud hier in die kerk”, zorgde ervoor dat het publiek aan zijn voeten lag.

Toen hij tijdens een liedje even stopte, omdat de druppels aan z’n neus hingen door de kou, klonk er gelach op uit het publiek. Geholpen door een man van de eerste rij met een pakje zakdoekjes, herpakte hij zich en voerde ons mee in liedjes over zijn leven en ervaringen. Ondanks de koude handen die het bespelen van de gitaar “tering moeilijk” maakten en een snotterende neus, speelde hij voortreffelijk.

Hij speelde een verzoeknummer van een van zijn fans, waarvan een aantal in de zaal en sloot af met Goodbye Eddie – een afschuwelijk verhaal over hoe hij een beste vriend had in zijn jeugd die op een dag plots verhuisde naar België en de eerste wintersport erna verongelukte op twaalfjarige leeftijd. Een verhaal dat je nekharen recht overeind doet staan van afschuw, maar waar hij de vrolijke meezinger Goodbye Eddie van maakte. Een ongelooflijke artiest, zo goed.

Na nog een toegift, stapte Danny Vera van het podium en liep het publiek versteend van de kou, maar voldaan de nacht weer in.
De derde editie van Take Me To Church, de eerste editie die ik mocht bijwonen voor Haerlems Bodem, was een concert om nooit meer te vergeten. Take Me To Church is een succesvol concept die je echt niet wilt missen. Degenen die deze editie gemist hebben, adviseer ik de agenda van Het Patronaat in de gaten te houden voor oktober 2018. En dan adviseer ik meteen dikke geitenwollen sokken en thermo-ondergoed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here