Waarschijnlijk was ik sprakeloos. Dat moet de reden zijn dat ik al twee maanden te laat ben met een column voor Haerlems Bodem. Ja, ik had misschien ook iets kunnen schrijven over een virus, of over anderhalve meter, of over mondkapjes of racefietsers, of een epidemie als straf van God ofzo. En dat heb ik ook wel een beetje gedaan in mijn preken die nu er geen kerkdiensten kunnen zijn opeens podcasts zijn geworden. Maar een column vraagt toch om de pretentie van de schrijver om ongevraagd iets te zeggen te hebben. Dat voelde ik niet. Misschien nu wel. 

Er werd en er wordt namelijk al zoveel gezegd. En nog belangrijker: er is ook al zoveel gebeurd en veranderd en er staat nog zoveel te gebeuren en te veranderen. Naast ziekte van jezelf of van bekenden zijn veel mensen hun werk en inkomen kwijtgeraakt of zijn er grote zorgen over de (financiële) toekomst, zowel van ons huishouden als van ons land én van de wereld.

Ik preek al bijna tien jaar subtiel tegen de ‘individualistische’ samenleving, en nu zijn we in één week ook echt feitelijk een samenleving van individuen geworden. Mensen die samenwonen of een gezin hebben voelen dat nog minder dan mensen die nu alleen wonen. Het is écht eenzaam. Het handhaven van de crisismaatregelen, druist in tegen het grondrecht van vrijheid van vergaderen. Elkaar kunnen ontmoeten is zó belangrijk voor ons mensen dat we er een grondrecht van hebben gemaakt. Zelf had ik nooit gedacht dat ik het ooit zou missen om me bij een concert door een massa aan mensen te moeten wurmen, of in een zweterig café te staan, maar die tijd is nu wel gekomen. En, ik mis de optredens met The Irrational Library

Alles is nu opeens anders geworden. En juist als dat gebeurt, word je geconfronteerd met de vraag wie jij zelf bent en hoe jij zelf tegen het leven aankijkt. Juist nú is jouw eigen levensovertuiging van belang. Misschien was ik daar zelf de afgelopen weken wel mee bezig. Aan je levensovertuiging kun je natuurlijk je hele leven sleutelen. Maar er zijn ook kant en klaar pakketjes die je kunt aanschaffen. Dat raad ik trouwens af, want zo’n prefab levensovertuiging knelt vaak de rest van je leven. Als het gaat om levensovertuiging is het zaak om zelf te benoemen wat je ten diepste voelt dat waar is. En wil je daar woorden voor vinden is het verstandig om zoveel mogelijk af te kijken naar hoe onze voorouders dat gedaan hebben, in de hoop dat het ook past bij hoe wij het voelen en ervaren, of om te kijken of het misschien anders moet. Daarom vat ik maar even heel kort en positief de levensovertuiging het type ‘Christelijk’ samen:

Het leven van jou en van mij, is een gave. Van begin tot en met het eind is het een cadeautje. De belangrijkste vraag daarbij is niet: wie heeft ons dat cadeautje gegeven? De vraag waar het om gaat is: ga je dat cadeautje nog openmaken?” Want, leven is meer dan alleen ademhalen. Het is ook léven, met voelen, falen, verdriet, volhouden, vreugde, angst, durf, hoop en liefde. Voor de duidelijkheid: met dat cadeautje van het leven, bedoel ik álles: geboren worden, opgroeien, ouder worden en sterven. Sterven is dus niet het moment waarop het cadeautje weer wordt afgepakt. Ook het laatste is – hoe moeilijk ook – deel van het cadeautje. Sorry, maar ik denk dat het waar is.

Het is mogelijk om met álle mensen die je om je heen ziet een verbondenheid te voelen als ontvangers van hetzelfde soort cadeautje, hoewel dat voor iedereen de hele tijd zo anders uitpakt. Tot zover het moderne godsdienstonderwijs.

Waar het nu om gaat is dat deze manier van het leven beleven niet gelooft dat een lánger leven noodzakelijk een beter leven is, maar wél dat het in je leven nooit te laat mag zijn om opnieuw te beginnen. Leven is uiteindelijk geen kwestie van succes. Deze levensovertuiging heeft ontdekt dat de enige échte rijkdom in het leven ligt in het delen van jouw eigen leven met dat van anderen. Want alleen met en door ándere mensen kun je nóg meer leren over datzelfde leven waar jij ook op je eigen manier mee bezig bent. En hoe groter de verschillen, hoe meer er te ontdekken is. Die naam voor wat ons mensen onderling verbindt en zo ons eigen leven verdiept, is ‘liefde’. Daarom is liefde groter en belangrijker dood. 

Die anderhalve meter van nu, maakt onze samen-leving tot een soort latrelatie. Dat kan best even goed en verstandig zijn, maar mag niet het einddoel zijn. 

We zijn naar mijn overtuiging als mensen bedoeld om ons leven met elkaar te delen op heel veel verschillende manieren. We zijn bedoeld om te leven in liefde. Dát is het uitpakken van het cadeau dat leven heet. Die overtuiging weegt voor mij – uiteindelijk – zwaarder dan onze verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk te laten leven. Met dat woordje ‘uiteindelijk’ bedoel ik hier eigenlijk: maar nu nog niet. Ik bedoel dat het samenleven waarin we nu fysiek afstand houden niet het ‘nieuwe normaal’ mag zijn. Het is juist abnormaal en onmenselijk, tóch doen we het. We houden het uit in het vertrouwen en in de hoop dat we hierdoor straks weer vrij zullen zijn elkaar zonder angst te omhelzen of om elkaar juist af te weren als iemand ongewenst te dichtbij komt. Als het zo is dat we elkaar pas weer zonder angst kunnen omarmen als we de hele wereld veranderen, laten we dat dan vooral doen!  

Meer Haerlems Bodem? Lees hier de ode aan Patronaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here