Het is eigenlijk heel simpel: groei is een wonder. Ik bedoel te zeggen dat we echte betekenis van het woord groeien pas snappen, als we consequent in gedachten houden dat groei een wonder is dat we niet in de hand hebben. Dat we niet iets kunnen dóen groeien, maar alleen doen láten groeien. Wil iets groeien, dan moet je het dus láten en daarbij het risico van ‘wildgroei’ accepteren.

Daarin is het Nederlands iets wijzer dan het engels. Daar is wel sprake van ‘make it grow’. Als ik dat google dan krijg ik dit: tips om je haar te ‘laten groeien’, meestal sneller en meer. Natuurlijk gaat vanavond over de vragen die komen kijken bij een stad die groeit. En dan bedoelen we: groter, drukker, voller. Maar misschien kunnen we gewoon zeggen dat Haarlem groter, drukker en voller wordt en ons daarnaast de hele andere vraag stellen: laten we Haarlem ook groeien?

Zouden we meer ruimte kunnen laten zodat er wonderen zouden kunnen gebeuren? Of zijn we dichtgetimmerd? En wat zijn die wonderen dan? Daar komt nog iets anders bij: regels en regelingen en plannen, kunnen hooguit ‘laten’ groeien. Dat wil zeggen: die échte groei niet in de weg staan, niet verhinderen, maar toelaten. Regels en afspraken kunnen niet ‘doen-groeien’. Ze zijn niet de groei zelf.

Als het gaat om samenleven, zoals mijn bijdrage hier zou moeten doen, dan gaat ‘groeien’ over de ziel van een samenleving. En zoals het nu eenmaal is bij dat soort begrippen: daar zijn geen regels over te maken. Je kunt vlaggen hijsen wat je wilt, of elke dag het volkslied zingen, maar de ziel laat zich niet dwingen. Ze laat zich wel inperken, klein maken, ze laat zich bedreigen door alles wat zich groot maakt met macht een plek wil innemen, de ziel laat zich veel geweld aandoen, en zelfs om zeep helpen, maar tot die tijd zoekt ze zoals onkruid altijd weer de ruimte om te groeien. Tenminste, dat geloof ik.

Ik geloof ook dat als je iemand anders’ ziel beknelt, je eigen ziel daar ook onder lijdt. En ik geloof dat dit omgekeerd ook waar is: elkaar de ruimte geven = jezelf de ruimte geven. Alleen weet ik niet of planologen hier ook mee uit de voeten kunnen.

Groeien in samenleven, moet zoiets zijn als tussen de regels door leven. En hoe meer ruimte er is, hoe makkelijker dat gaat. Ik wil hiermee geen liberale positie innemen die pleit voor minder regels van de overheid, zodat in die ruimte ongemerkt de regels van de markt het kunnen overnemen. Ik pleit voor meer vertrouwen in mensen, voor een beleid dat alle kaarten zet op het goede in mensen, op vertrouwen in mensen. Ik pleit voor beleid dat mensen in de werkelijke zin wil ‘laten groeien’. En dus voor een overheid die de bijna onmogelijke opgave durft aan te gaan om in het beleid ruimte te houden voor het mysterie. En dat betekent denk ik concreet, dat ambtenaren soms buiten hun boekje mogen gaan.

Volgens mij zijn we toe aan een voorbeeld: Frijkje vergat gisterochtend haar fiets op slot te zetten bij het station. En de Haarlemse logica vertelt ons allemaal dat de kans erg groot is dat je daarmee ook je fiets kwijt bent aan het einde van de dag. Dom en stom, maar zo is het. Het wonder was, dat ze aan het einde van de dag een briefje bij haar fiets vond. De sleutel was afgegeven bij een medewerker op het station. Hier kon iets groeien, doordat mensen ruimte gemaakt hebben voor een wonder: iemand heeft de tijd genomen om de fiets op slot te zetten en de sleutel af te geven en een briefje te schrijven. Ik zelf zou waarschijnlijk mijn trein gemist hebben als ik zoiets deed.

Die briefschijfster heeft dus misschien ook wel haar eigen trein gemist. We weten het niet. Daarbij heeft de werknemer van het station die de sleutel in ontvangst nam, de sleutel in ontvangst genomen. En ik geloof dat dat een wonder is. Want ik had denk ik een antwoord verwacht zoals: “Meneer of mevrouw, daar kunnen we echt niet aan beginnen. Wat als iedereen dat zou doen?” Dan was het wonder op de logica stukgelopen. En doordat meerdere mensen zo iets ‘geks’ gedaan hebben, vermoed ik dat Frijkje gisteravond heeft ervaren dat voor haar de stad Haarlem gegroeid is in de ware betekenis van het woord.

Net zo goed zullen de meesten van ons bij de buurman of buurvrouw aanbellen als de sleutels nog in de deur zitten. En hier hebben de Engelsen dan weer een goeie uitdrukking voor: common sense. En die common sense is zo uitzonderlijk
omdat ie ‘gemeenschappelijk’ is zonder dat ie gereglementeerd is.

Als wij willen groeien in samenleven, dan zullen we moeten beginnen met het vertrouwen dat ieder mens wil en zal groeien in het samen leven, terwijl ons verstand zegt dat er heel veel mensen zijn die zich daar niet voor zullen inzetten en liever profiteren van wat er te profiteren valt. We moeten geloven dat we het samen willen. En dat geloof moeten we levend houden. Door af en toe de sleutels van een ander terug te bezorgen. Het is precies zoals met een boer die heel goed snapt dat de oogst van zijn gewas op honderd verschillende manieren vernietigd kan worden, maar ondanks dat toch hard aan het werk gaat om de akker om te ploegen en te bemesten zodat de oogst kan groeien.

Hij of zij gelooft dus in de groei en hoopt op de oogst. De enige objectieve zekerheid die hij heeft, is dat als hij niets doet, er ook geen oogst zal zijn. En oké, dan nog iets stichtelijks: in de bijbel wordt groei aan God toegeschreven, juist omdat werkelijke groei zo wonderbaarlijk is. Mocht je niets met God willen hebben, weet dan in elk geval dat alle generaties voor ons erkenden dat werkelijke groei niet iets ván ons mensen is, maar vóór ons mensen. Om te groeien in samenleven, hoeven we er alleen maar in te geloven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here