Ik wachtte een paar weken geleden met mijn zoontje van twee in de speeltuin aan de Dreef. Een oude mevrouw met hond liep langs, ik kende haar gezicht uit de kerk. We maakten een praatje terwijl mijn zoontje de hond probeerde te aaien. Ze vertelde dat ze al heel lang in die villa woont achter het monument.

Ze zei ook dat ze als klein meisje gedwongen was om aan het einde van de bezettingstijd, op 7 maart 1945, de executie van de vijftien mannen te zien. Want, wegkijken mocht niet met een pistool op je gericht. Een ‘represaille’ werd het genoemd. Een noodzakelijk kwaad, zeg maar, als vergelding voor een aanslag van het verzet op een collaborerende politieagent. Alsof de orde weer hersteld moest worden door de executie van vijftien mensen. Wat voor orde zou dat moeten zijn?

Deze oude mevrouw moest als jong meisje iets gruwelijks zien, zonder dat ze mocht schreeuwen dat het waanzin en onrecht was. En deze plek op de Dreef in Haarlem was niet de enige. Honderden plekken in Nederland kennen zo’n verschrikkelijk verhaal.

In elk geval begreep ik toen opeens dat het eerste wat Nederlanders deden na de bevrijding niet alleen feestten was, maar tegelijk openlijk rouwden ze om de slachtoffers, de pijn en het onrecht. Het feest van bevrijding wás het eindelijk hardop mogen zeggen dat wat er gebeurd was onrecht was, fout, misdadig, corrupt, omdat precies dat zo lang niet gezegd mocht worden. Daarom is uit artikel zeven van onze grondwet de vrijheid van geweten zo belangrijk: je moet hardop mogen zeggen: “Wat hier gebeurt is onrecht!” Juist als de machthebbers liegen dat het noodzakelijk is.

En zo liepen feest en rouw dus de eerste jaren na de oorlog door elkaar heen. Het bevrijdingsfeest om op straat de pijn te mogen benoemen: misdadig, corrupt, onrechtvaardig. Publieke vrijheid is de vrijheid van protest. Onze herdenkingsdag is begonnen vanuit dat protest dat er vijf jaar lang niet mocht zijn. Zo zijn bevrijding en herdenking dus hetzelfde.

De laatste jaren zijn er steeds initiatieven die ander onrecht en pijn willen herdenken op 4 mei. En hoewel ons hart in twee minuten stilte alle ruimte krijgt, kan ik ze geen ongelijk geven. Want er is ook vandaag zoveel om tegen te protesteren en zoveel om hardop als ‘onrecht’ en ‘mensonwaardig’ te benoemen. Zoals de manier waarop we met vluchtelingen omgaan.

Maar juist op het moment dat die initiatieven vanwege bedreiging moeten worden afgeblazen, omdat weer anderen de herdenking op 4 mei ‘zuiver’ willen houden, zou bij ons een lampje moeten gaan branden dat er dan iets heel vreemds gebeurt.

Het enige argument dat je kunt inbrengen tegen mensen die op 4 mei óók de slachtoffers van de hedendaagse oorlogen willen gedenken of de vluchtelingen die aan de grenzen van Europa sterven – dus tegen de niet-officiële toevoegingen op de 4 mei herdenking – is de vraag of we er al de volgende dag de bevrijding van kunnen vieren.
Voor al het onrecht waarvan we dan nog niet bevrijd blijken te zijn, zullen we ons met z’n allen moeten aansluiten bij het verzet.

Meer Tom de Haan lees hier zijn vorige column over Jesus als superheld.
Foto Wiebrig Krakau

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here