Eigen gelijk

Stel je voor dat alles in je leven precies zo zou zijn zoals je denkt dat het is. Stel je dus eens voor, dat je eindeloos gelijk zou hebben. … Lukt dat?… Heerlijk he? Dan maak je nooit meer fouten. Heb je altijd succes. Alleen kunnen de scholen dan wel dicht. Want wat zou je nog moeten leren? Dan kan de wetenschap het raam uit. Want het is toch al zoals je denkt dat het is. Je hoeft ook niks meer te proberen. Je weet ’t toch al. En liefde? Ook niet meer nodig. Die ander is precies zoals je denkt dat ie is. Hoop? Overbodig. We komen met dit experiment al snel muurvast in ons eigen gelijk te zitten.

Geloof

En Geloof dan? Zien veel mensen geloof niet precies als deze oefening? Een gelovige kerk als een verzameling mensen die vastzit in hun eigen goddelijke gelijk? Het geloof, als een soort een alternatieve onwetenschappelijke blik op de wereld? Om zulk geloof gaat het hier op kerstnacht dus niet. Het duister dat wordt overwonnen, is juist ons eigen gelijk waar we in vast zijn komen te zitten. Want het ware leven, dat ons vernieuwt en verandert, het licht in de duisternis, komt op ons áf, komt van buiten, daarom is het nieuw en ánders. En de vraag is: Hoe gaan wij er mee om? Hebben we genoeg geloof, hoop en liefde om ons eigen gelijk los te durven laten? Dus staat ‘geloof’ in de bijbel in dat rijtje met ‘hoop’ en ‘liefde’. Het is de kracht die we allemaal nodig hebben, willen we kunnen accepteren dat het echte leven altijd weer anders is dan we dachten. Geloof is dus juist ook verrast durven worden. Geloof is voor iedereen die uit de nachtmerrie van het eigen gelijk wil wakker worden. Noem jezelf dus niet te snel ongelovig. Gun jezelf een leven dat niet precies is zoals je dacht.

“Mooi verhaal dominee, wat heeft dit met kerst te maken?” Dit ís kerst! Het verhaal van kerst verlost ons van ons wereldse eigen gelijk.

Schaarste

Dat eigen gelijk van de wereld, de wet die niet goddelijk is, maar die we zelf verzonnen hebben is heel simpel en we kennen ‘m allemaal: Hoe zeldzamer iets is, hoe liever we het willen. Het is de wet van de schaarste en hij is alomtegenwoordig: “Als iets voor iedereen is, kan het niet veel zijn.”

Neem de beperkte hoeveelhoud goud op deze aardbol, of bitcoins,
of de beperkte hoeveel woonruimte in Haarlem. Hoe moeilijker te krijgen, hoe liever we het hebben. Zo bouwen we onze samenleving als een piramide.
En klimmen we over elkaar heen om bij de top te komen. We zeggen wel dat het daar eenzaam is, maar dat geloven we natuurlijk pas als we er zijn.

Omgekeerd

Het kerstverhaal keert onze piramide om en roept ons op om naar de basis te klimmen, daar waar plek is voor iedereen. In dit evangelie zijn de laatsten het eerste: De mensen aan de onderkant van de piramide, een stel ongeschoren herders uit het veld, komen als eerste op kraambezoek bij dit koningskind. Zij zijn het die Jozef en Maria vertellen wat de engelen hun zongen: dit kind is de redder waar het hele volk op wacht, de gezalfde, de Messias!

Kijk omlaag

Wil je dus weten hoe God op aarde komt: kijk dan niet omhoog, maar omlaag. Laat je verwonderen en verrassen, want op die momenten word je verlost van je eigen gelijk dat zo vaak omhoog kijkt. Kerst, is de geboorte van het licht in onze wereld en dan niet in de anonieme grote en onpersoonlijke wereld; niet in de wereld van de feiten en onderzoeken; geen Hubble telescoop of verkenningssatelliet zal deze God ontdekken die sprak: “Er zij licht, en er was licht”. God wordt geboren als een licht in ónze duisternis, als een verrassing in ónze persoonlijke wereld, ín ons mensen, in onze hoofden en harten. Daar waar ook Maria alles bewaart wat over haar kind gezegd wordt.

Licht in ons

Niemand van ons als mens staat buiten spel, vertelt de bijbel: En als wij veranderen, verandert de wereld. Elke klimaat– of managementgoeroe zal zich daarbij aansluiten. Maar in de bijbel gaat ’t nog een tandje dieper: geen macht of kracht buiten ons zal de wereld kunnen redden. En hoe hard je ook vecht tegen de duisternis, zonder licht, hoe klein ook zul je niet winnen. Eén klein vlammetje van liefde en licht is maar nodig en verdrijft al het duister, hoe groot ook en zwart.

Groot wordt klein

Met Kerst, verkleint het heel en al, het grootste en belangrijkste in ons universum, God – of hoe je haar ook noemt – zich tot een baby in een voederbak. Je moet dus wel lef hebben om kerst te vieren. Om het ultieme, het grootste en het belangrijkste, het heilige in je leven, niet te zoeken in geld of goed, niet in het stijgen tot grote hoogte, niet in succes en aanzien, zelfs niet in grote kerken,
maar in het kleine en het kwetsbare dat recht voor je neus ligt, in datgene waar de wereld die doordraait zo makkelijk overheen kijkt, maar waar jouw handen voor kunnen zorgen.

Daar is God op aarde. Voor iedereen, meer dan genoeg. Christus is geboren!

Amen

Omslagfoto: Tim Kulk

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here