Ter gelegenheid van het 700-jarig jubileum van Het Dolhuys hebben we verhalen verzameld van voormalige bewoners en medewerkers. Vandaag het verhaal van Catharina Serlier – van den Eijnde (78 jaar). Catharina woonde in het kindertehuis van 1946 tot 1947.

Catharina Serlier – van den Eijnde

Verhalen uit het Dolhuys: "ik werd flink gestraft"
Catharina Serlier- Van Den Eijnde.
Foto door: Sander Troelstra

Catharina vertelt over de tijd in het kindertehuis: “Als zesjarig meisje heb ik hier samen met mijn zusje eind jaren veertig zo’n acht maanden gewoond. Ik herinner mij het nog goed: mijn vader bracht ons hier tot aan de poort, een non deed open en mijn vader ging ervandoor. Het is spannend als je als kind zomaar wordt gedropt. Waarom we hiernaartoe werden gebracht, was niet helemaal duidelijk. Er was een baby op komst, mijn moeder had het waarschijnlijk te druk.”

Catharina vervolgt: “Heel lang heb ik hier in bed geplast. En daar werd ik flink voor gestraft. Met het natte matras gebonden op mijn rug, moest ik hier over de binnenplaats lopen. Alle kinderen stonden in een kring om mij heen en joelden: ‘Pismuis, pismuis!’ Dat is natuurlijk afschuwelijk, ik schaamde mij enorm.”

Het ging er hier behoorlijk spartaans aan toe

Aanvullend zegt Catharina: “Het ging er hier behoorlijk spartaans aan toe. We lagen in lange rijen op slaapzalen, jongens en meisjes apart. ’s Morgens naar de wasplaats. We wasten ons met koud water en een stuk zeep. We kregen iedere dag levertraan om op kracht te blijven. Mijn haar werd afgeknipt, dat vond ik vreselijk, ik had mooi, lang haar met strikken erin. Iedere dag moest je je bord leeg eten, restjes waren uit den boze.”

Er waren ook lieve nonnen, ze leerden ons handwerken

Catharina heeft ook leren handwerken in het kindertehuis: “Er waren ook lieve nonnen, ze leerden ons handwerken. We moesten sokken stoppen, hele manden vol; ik kan het nog steeds. We speelden met kinderen op de binnenplaats, klommen in bomen en iedere woensdagmiddag schreef ik een brief naar mijn ouders. Op een dag werden mijn zusje en ik weer door mijn vader opgehaald. Thuis lag er een baby in de wieg, we hadden een broertje gekregen. Ik heb mijn ouders nooit iets verweten, maar één ding wist ik zeker: mijn eigen kinderen zal ik nooit uit huis plaatsen.’’

Het Dolhuys

Het pand waarin Het Dolhuys is gevestigd heeft eeuwenlang in Haarlem  verschillende zorgfuncties vervuld. In 1319 was buiten de stad rondom de St. Jacobskapel een leprozengemeenschap gevestigd. Leprozen uit heel Nederland meldden zich om een vuilbrief te halen, die hen recht gaf om te bedelen. In de daaropvolgende eeuwen was het Dolhuys een toevluchtsoord voor de buitenbeentjes van de maatschappij als zieken- en kindertehuis, maar ook als centrum voor ouderen met dementie en crisiscentrum, konden mensen in nood hier aankloppen.

Benieuwd naar het museum Het Dolhuys waar nog meer verhalen worden verteld? Kijk dan op hetdolhuys.nl voor meer informatie. Benieuwd hoe het Dolhuys wordt gerestaureerd? Kijk dan deze video.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here