Ter gelegenheid van het 700-jarig jubileum van het Dolhuys hebben we verhalen verzameld van voormalige bewoners en medewerkers. Vandaag het verhaal van Riet Barnhoorn (77 jaar). Zij is in 1960 twee jaar lang groepsleidster in het kindertehuis geweest.

Riet Barnhoorn

Riet vertelt hoe zij is gestart als groepsleidster: “Ik werkte hier als groepsleidster in het kindertehuis, begin jaren zestig. Sober, armoedig en kaal; dat is het beeld dat mij is bijgebleven. Vooral in vergelijking met het kindertehuis in Amsterdam waar ik vandaan kwam. Ik werkte op de groep van 6- tot 12-jarigen, met aparte slaapzalen voor jongens en meisjes. De kinderen kwamen veelal uit arme gezinnen, ze werden uit huis geplaatst omdat hun moeder ziek was, ouders gescheiden of gewoon omdat er thuis geen geld was.”

Verhalen uit Het Dolhuys - Riet Barnhoorn
Riet Barnhoorn
Foto door Sander Troelstra

Riet vervolgt: “We probeerden zo goed mogelijk het gezinsleven na te bootsen. ’s Morgens haalden we de kinderen uit bed, samen ontbijten en wandelend langs de Schotersingel, brachten we hen naar school. ’s Middags speelden de kinderen op de speelplaats onder de grote boom, waar nu de parkeerplaats is. Bijzonder dat die boom daar altijd nog staat.”

Riet vertelt dat er weinig middelen beschikbaar waren: “Geld voor uitstapjes was er niet. In de herfst zochten we bladeren in het Bolwerk, maakten er slingers van en hingen die op zaal. Grijze dekens haalden we van zolder om tenten te bouwen en waar de kinderen hun boterham mochten eten. En als de kleintjes op bed lagen, deden wij nog een spelletje met de oudsten.”

Een lekkere boterham met pindakaas, thuis kreeg hij dat niet.

Riet zegt: “De kinderen zeurden niet, ze wisten niet beter. Sommigen gingen in het weekend naar huis of er kwam een ouder op bezoek, maar  er werd nauwelijks over de thuissituatie gesproken. Armoede was er in die tijd overal. Ik herinner mij een jongetje die weer thuis woonde, maar toch regelmatig langs kwam. Voor een boterham met een lekkere dikke laag pindakaas. Dat hadden ze thuis niet. Zelf heb ik in die tijd veel geleerd. Zo nam ik mij voor dat ik nooit in de bijstand wilde komen. Ik wilde mijn eigen brood verdienen, dat is ook gelukt.”

Het Dolhuys

Het pand waarin Het Dolhuys is gevestigd heeft eeuwenlang in Haarlem  verschillende zorgfuncties vervuld. In 1319 was buiten de stad rondom de St. Jacobskapel een leprozengemeenschap gevestigd. Leprozen uit heel Nederland meldden zich om een vuilbrief te halen, die hen recht gaf om te bedelen. In de daaropvolgende eeuwen was het Dolhuys een toevluchtsoord voor de buitenbeentjes van de maatschappij: als zieken- en kindertehuis, maar ook als centrum voor ouderen met dementie en crisiscentrum, konden mensen in nood hier aankloppen.

Benieuwd naar het museum Het Dolhuys waar nog meer verhalen worden verteld? Kijk dan op hetdolhuys.nl voor meer informatie. Of lees het verhaal uit Het Dolhuys van H. Vergers – Glastra.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here