Vanuit zijn ruimteschip aanschouwt hij belangstellend de wereld om hem heen. Het enige wat hij heeft: de fles, z’n typemachine, ideeën. M.H.R. Puttmann -met dubbel t en dubbel n- bewondert het leven en beschrijft gedachten in zijn enigmatische contemplaties, speciaal voor u.

Tegels van de Grote Houtstraat weerspiegelen een vochtig schijnsel, de lucht boven de Grote Kerk wordt gevuld met een leger van grauwe wolken, jassen zijn dicht gerist, handen verstopt in jaszakken. Het is boekenweek en dus wil ik een boek kopen. Niet voor het boekenweekgeschenk, maar om een boek cadeau te doen.

Ik stap antiquariaat Hovingh binnen waar de geur hangt van oud papier vermengd met inkt die soms al eeuwen tot elkaar veroordeeld zijn. Boekenkasten tot aan het plafond puilen uit met kaften die op alfabet staat, hoopvol wachten ze op een nieuwe lezer. Op tafels ligt gelijkgezinde lectuur als ordeloze bergen opgestapeld, sommigen boeken te oud om te begrijpen wat internet is.

Vanachter een met boeken gevulde toonbank slaat een man van middelbare leeftijd, met warrig haar en een brilletje, nauwelijks acht op mijn aanwezigheid. In dit soort winkels wordt de klant met rust gelaten. Hier geen pseudo-vriendelijk ‘goede middag, kan ik u helpen’, ook volgt een hijgerige verkoper je niet door de winkel; een ultieme motie van wantrouwen, mijns inziens. Nee, deze man laat mij gerust, hij weet zelf hoe plezierig het is in deze anarchistische boekenwoestijn goud te vinden als een goudzoeker deed in Amerika.

Zonder resultaat kijk ik bij de B. naar de schrijver die ik zoek. Op tafels aanschouw ik titels die in mijn brein gebeiteld staan: Schaduw van de Wind, Het lot van de familie Meijer, zelfs een van mijn eerste wondertjes De wereld van Sophie. Tussen een andere stapel staan de namen Orwell, Nabokov en Mulisch, meneren die mijn leven aangenamer maken. Bedankt. Helaas vind ik niet wat ik zoek, dus ik richt mij tot de handelaar. Ik merk hoe zijn brein begint te draaien als ik naar mijn boek vraag. Kuchend:“Ja, die moet ik nog wel ergens hebben liggen.” Hij sloft door zijn winkel. Uiteindelijk, in een donkere hoek, tussen Proust, Dostojevski en Malaparte, trekt hij iets omhoog. Ik lach: ‘mijn klompje goud.’

Thuisgekomen bekijk ik mijn aanwinst, een opvallend gaaf exemplaar. Met mijn duim glijd ik langs de bladzijden, soms staat er namelijk in een tweedehands boek iets geschreven, een boodschapje of kattebelletje voor de toenmalige ontvanger. In dit exemplaar staat niets. Ik zal de eerste zijn, pak een pen, zoek een met weinig tekst gevulde pagina en begin aan het berichtje. Met trots lees ik mijn tekst nu maar hopen dat ze het boek gaat lezen, anders heb ik voor niets deze moeite gedaan én mist ze de boodschap. En dat, zoals u begrijpt, zou toch jammer zijn. Lees dus altijd een gegeven boek, je weet nooit wat je ontdekt.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here