Naar de kerk gaan; voor mij verre van favoriet. Maar afgelopen zaterdag was dit anders. Ik mocht het koor van Zangstudio Haarlem zien schitteren in de Grote Sint Bavo. Een koor dat deel uitmaakte van een moderne opera, die het verhaal vertelde van de Finse reus Daniël “Mijnheer” Cajanus. Tevens zitten in dit koor de twee mensen die verantwoordelijk zijn voor mijn bestaan. Voor mij en mijn broer heeft een dergelijke avond dus wat extra’s door het rondhobbelen van onze ouders op het podium. Maar ook als zij niet in het koor hadden gezongen, dan was de opera nog steeds goed en bevatte de avond genoeg magie door de locatie.

Koud

Het decor zorgde voor een perfecte balans tussen grootsheid en intimiteit. De Bavo voelde even niet als kerk. Door het rondvliegen van een verdwaalde, kleine vleermuis werden je ogen soms meegevoerd omhoog. De prachtheden op het plafond, in combinatie met de vele vioolpartijen, maakten het afgeleid raken door het kleine dier totaal niet erg. Daarnaast zorgde de hoge publiekstribune voor een uniek perspectief. Normaliter is een kerk machtig en imponerend, door het achter elkaar zitten op de immens oncomfortabele kerkbanken. Nu maakte je zelf deel uit van die imponerende hoogte en kon je de speelvloer in zijn gehele dertig meter goed zien.

Petra Ehrismann zorgde met haar stem ervoor dat ik de kleine vleermuis direct weer vergat. 

Het enige nadeel: het was koud, erg koud. Al moet ik toegeven dat mijn chaotische brein ervoor zorgde dat ik er drie kwartier te laat achter kwam dat mijn kussen een warmtekussen was, mits je het knopje indrukte. Maar alsnog.

Groots

Nog meer indruk maakte de voorstelling zelf. Naast dat het koor van ruim tachtig leden en het kinderkoor je tezamen positief van je stoel weg lieten galmen, geef ik een grote ‘chapeau’ aan de solisten. Bariton Michel Poels speelde de rol van Cajanus kwetsbaar en ontroerend. En dat terwijl hij door zijn stelten een lengte van 2.5 meter bereikte. Petra Ehrismann, die de rol van zowel Anna Metz als de moeder van Cajanus vertolkte, zorgde met haar stem ervoor dat ik de kleine vleermuis direct weer vergat. Verder creëerde Gerben Houba voor een aantal jaw-dropping moments en moet ik zeker het viertal musici prijzen voor een divers muziekspel. De compositie van Egon Kracht sprak niet alleen het jazzhart van mijn broer aan, maar liet ook mij geroerd achter na een klassieke vioolsolo. Het schouwspel was dynamisch, kleurrijk en indrukwekkend qua productie.

Na Kenau en Cajanus is het nu wachten op het volgende project. Het volgende historische Haarlemse verhaal dat verteld moet worden. Doe er maar niet te lang over, want tot die tijd blijf ik de Cajanusliederen horen. Ze galmen door mijn gang, als mijn ouders een keer langskomen. Of door de telefoon, als ik ze bel om te vragen hoe het gaat. Dus kom maar door. Het zal vast weer een voorstelling worden waar mensen voor in de regen gaan wachten en die elke avond afgesloten wordt met een staande ovatie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here