#18

Afgestompte tanden van de blikopener, op het deurgordijn slijtageplekken van duizenden naar alcoholische versnaperingen snakkende handen en barkrukken die bij iedere nieuwe gast meer lijken te kraken. Ik ben in café Koops een donkerbruine kroeg waar kleuren mee camoufleren met de stemming van gasten en bestellingen handmatig worden genoteerd in een boek.

Aanvankelijk liep zij – deze weelderige deerne van het zuiverste soort – voorbij, maar iets moest haar zijn opgevallen. Ze stopte en bekeek me met microscopische blik.

“Ben jij niet die kerel van die foto op Haerlems Bodem?”
“Neen,” antwoordde ik en ik zette mijn glas rode wijn op de bar.

Ze stapte naar voren.

“Jawel,” ze wees met haar wijsvinger “jij bent van die stukjes over #metoo, mooie vrouwen en Waylon.”
“Zou kunnen…”
“Even serieus,” – ze zette haar wijnglas naast de mijne – “Jij beheert bellettrie als geen ander, jij bent als een door vijfsterrenkok gemaakte roomsoes besprenkeld met een saus van zuiver talent. Jammer genoeg vaak niet op waarde geschat, raakt het je niet dat mensen jou verachten?”
“Mij verachten?”
“De comments zijn vaak negatief.”
“Tja ach… het verbaast me vooral.”
“Verbazing?”
“Ja. Ten eerste vind ik het bijzonder dat er stukken worden gelezen van zo’n nozem als ik, maar dat mensen reacties geven op mijn onzin, snap ik nauwelijks.”
“Hoezo?”
“Het leven heeft zoveel moois te bieden: mooie boeken lezen, vrienden opzoeken of nadenken. Maar nee, er wordt tijd besteed aan een reactie.”
“Vind je het niet tof dat mensen dat doen voor jou?”
“Ik waardeer het ten zeerste, daar gaat het niet om.”
“En negatieve reacties?”
“Zelfs negatieve reacties van de eenzame terpetijnrukker die op zijn zolderkamer het ongenoegen van zijn eigen leven er uit miept, vind ik een bron van bewondering en erkenning, maar begrijpen, nee absoluut niet.”
“Mag ik óók niet zeggen, dat ik je goed vind?”
“Dat mag jij zeker.”

Ze lachte, een tinteling in mijn linkertepel.

“Mare,” vroeg ze na een korte stilte “heb je misschien een vuurtje?”
“Nee, ik rook niet.”
“Jij rookt niet… wat doe je dan op die foto met dat peukje?”
“Dat is show.”
“Show?”
“Ja. Show. Façade. Camoufláge. Ik ben de act van mijn eigen leven. Ik kan geeneens schrijven, mijn foto wordt alleen bij die stukjes gebruikt voor uiterlijke opsmuk. De echte schrijver zit achter zijn laptop te schrijven over een ontmoeting tussen twee mensen in een café en wilt graag neuken.”
“Wilt graag neuken?”
“Ja, dat komt later nog.”

Ze bekeek me argwanend.

“Dus iemand,” zei ze “schrift iets en jouw foto wordt daarbij gebruikt?”
“Klopt, ik ben model.”

Haar ogen vergrootten meer.

“Toegegeven, je bent inderdaad heel knap.”
“Nu heb ik genoeg veren in mijn reet.”

Ze lachte, weer een tinteling in mijn linkertepel.

“Zeg,” zei ze uitdagend “ik kan je een drankje aanbieden, maar ik heb weinig tijd. Wil je met me mee naar huis?”

Ik draaide met mijn wijnglas en bekeek haar.

“Om wat te doen?”
“Wat denkt meneer de schrijver zelf, punniken, nou goed.”
“Ho ho. Er bestaan vrouwen die mee naar huis gaan voor een kop thee en goed gesprek. Ik wist ook niet dat het kon, maar ze bestaan.”
“Zo ben ik niet, ik wil gewoon graag met jou neuken. Ik ben nog nooit met een schrijver of model naar bed geweest.”
“Zou wel willen, maar ik ben in bed net zo slecht als ik schrijf.”
Ze dacht even na.
“Als jij wél die stukjes schrijft wil ik toch graag proberen?”

Ik zuchtte. Haar koontjes waren gaan gloeien als lampionnen, mijn linkertepel tintelde.

“Nou goed. Ik ga mee en aan de hand van onze amourette wordt bepaald of ik kan schrijven…”

Weer dacht ze na, ik dronk mijn glas leeg.

“Nee, we draaien het om. Jij gaat met mij mee en tikt een verhaal waar ik bij sta. Na het lezen bepaal ik of wij naar bed gaan, en dus of jij kan schrijven.”

Ik haalde mijn schouders op. “Best.” En ik liep mee naar haar huis.

Nu staat ze naast me, mijn linkertepel onderhevig aan constante tinteling. Ze lacht en heeft haar kleren uitgetrokken… volgens mij ga ik neuken.

 

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here